Vrije markt vereist solide rechtsstaat

Ogenschijnlijk gaat het goed met Latijns Amerika. Schijn bedriegt, zegt A. Vargas Llosa. De bevolking profiteert nauwelijks van de economische opleving....

ALVARO VARGAS LLOSA

DE LAATSTE jaren wordt alom verkondigd dat Latijns-Amerika een razendsnelle overgang naar een vrije-markteconomie doormaakt. Dit is echter een mythe. Er worden weliswaar moedige pogingen gedaan in de richting van economische hervormingen, maar deze dreigen door hun halfslachtigheid telkens in de kiem te worden gesmoord door het luidkeelse verzet van populistische oppositiebewegingen, en doen de zaak van de vrije markt dan ook geen goed.

De hervormingen beperken zich tot het reduceren van het aantal staatsbedrijven, het terugdringen van de inflatie en het aantrekken van buitenlandse investeerders. Kennelijk is dit niet voldoende om stabiliteit en welvaart te creëren - dat wil zeggen: om een echte kapitalistische revolutie teweeg te brengen - anders zou Latijns-Amerika al lang veel meer welvaart hebben gekend.

In het verleden is immers bij tijd en wijle sprake geweest van redelijk stabiele munten en ook de explosieve toename van het aantal staatsbedrijven is van betrekkelijk recente datum.

En wat de buitenlandse investeerders betreft: ooit werd het continent er mee overstroomd. In zo'n grote mate zelfs dat de socialistische revoluties die Latijns Amerika heeft gekend - van die in Mexico in 1910 tot die in Bolivia in 1952 en die in Cuba en Peru in respectievelijk 1959 en 1968 - in de eerste plaats een reactie waren op de buitenlandse 'overheersing'. En toch hebben ze geen eind aan de armoede gemaakt.

De economieën van de Latijns-Amerikaanse landen groeien sinds 1940 met gemiddeld 5 procent per jaar, wat meer is dan de economische groei van Europa in dezelfde periode. Als je ervan uitgaat dat een gezonde macro-economische situatie voldoende voorwaarde is voor een moderne, welvarende maatschappij, waarom is Latijns-Amerika dan nog zo achterlijk?

Het probleem zit hem juist in de eenzijdige aandacht voor de macro-economisch ontwikkeling, in combinatie met de halfslachtigheid waarmee de economische hervormingen worden uitgevoerd.

Zonder stimulering van het privébezit en de vrije concurrentie, zonder een modern rechtssysteem en een democratisch staatsbestel ontstaat een mercantilistische economie waarin de overgrote meerderheid van de bevolking niet profiteert van de economische groei.

Het komt erop neer dat in het huidige proces van economische hervorming in Latijns-Amerika twee belangrijke fouten worden gemaakt. Ten eerste verwart men particulier ondernemerschap met vrije-marktkapitalisme, en ten tweede is er door de eenzijdige nadruk op de macro-economische groei te weinig aandacht voor institutionele hervormingen.

Privatisering is geen wondermiddel dat alle economische problemen oplost. In veel gevallen worden staatsmonopolies simpelweg vervangen door particuliere monopolies, zodat in bepaalde sectoren nog altijd geen sprake is van vrije concurrentie en de corruptie blijft bestaan.

De situatie in de telefoniesector is daarvan een duidelijk voorbeeld. In landen als Peru, Mexico en Argentinië heeft de staat, in plaats van het vrije-marktmechanisme zijn werk te laten doen, zijn monopolie doorverkocht aan één enkel particulier bedrijf.

Het gevolg is hoge tarieven en slechte service voor de telefoonabonnees. Dergelijke misstanden worden door het publiek vervolgens ten onrechte toegeschreven aan het kapitalisme.

Hetzelfde verschijnsel ziet men in andere takken van de dienstverlenende sector. Het openbaar vervoer in Buenos Aires is tegenwoordig in particuliere handen, maar elke lijn wordt geëxploiteerd door een andere maatschappij, wat uiteraard zeer ongunstig is voor de reizigers.

De problemen die dit soort privatiseringen met zich meebrengen, zijn koren op de molen van de tegenstanders van economische hervormingen, zoals de machtige vakbond van het telefoonpersoneel in Colombia, waarbij het grootste deel van de veertienduizend werknemers van de staatstelefoonmaatschappij is aangesloten.

Deze onaantastbare privémonopolies hebben er ook voor gezorgd dat de bevolking economische liberalisering ziet als iets waarvan alleen de rijken profiteren. Alle vijftien Mexicanen die voorkomen op de lijst van de rijkste mensen ter wereld die het blad Fortune jaarlijks samenstelt, hebben op een of andere manier geprofiteerd van door de staat verleende privileges.

Het is begrijpelijk dat de gewone Mexicanen weinig heil zien in een economisch hervormingsproces dat hen tot nu toe alleen maar armer en rechtelozer heeft gemaakt.

En dan zijn er in Latijns-Amerika ook nog de zogenoemde 'strategische' economische sectoren, die haast per definitie niet in aanmerking komen voor privatisering. Neem bijvoorbeeld de olie-industrie in een land als Venezuela. Het Venezolaanse staatsoliebedrijf heeft de afgelopen twintig jaar niet minder dan 250 miljard dollar binnen weten te halen, maar desalniettemin leeft naar schatting 80 procent van de bevolking onder de armoedegrens. En toch raakt men in opperste staat van paniek als in verband met de olie-industrie het woord privatisering ook maar wordt genoemd. Hetzelfde geldt voor de olie-industrie in Mexico en de koperindustrie in Chili.

Op macro-economisch gebied zien we in sommige Latijns-Amerikaanse landen spectaculaire veranderingen, maar tegelijkertijd moeten we constateren dat op het gebied van de rechtspraak, de eigendomsverhoudingen, het monetair beleid en de democratisering van het staatsbestel niets is verbeterd. Daardoor missen de economische hervormingen een institutionele basis en dat kan rampzalige gevolgen hebben.

Tot de structurele gebreken van het economische hervormingsproces in Latijns-Amerika behoort de weigering van veel regeringen om particulier grondbezit mogelijk te maken dan wel uit te breiden, terwijl dit een essentiële voorwaarde is voor een vrije-markteconomie.

In de jaren tachtig hebben de Peruaanse boeren 60 procent van de landbouwgrond die in de jaren zeventig was gecollectiviseerd, geleidelijk aan de facto weer geprivatiseerd. Toch weigert de overheid om de eigendomsrechten van de vier miljoen parceleros in de Peruaanse Andes wettelijk te bekrachtigen.

In Mexico zal de overgang naar particulier grondbezit zo mogelijk nog meer voeten in de aarde hebben: in artikel 27 van de grondwet staat dat 'de natie' eigenaar is van alle grond. Er zijn weliswaar wijzigingen aangekondigd in het stelsel van de ejidos (de gemeenschappelijke grond rondom de dorpen), maar particulier grondbezit voor de boeren is nog ver weg.

In Peru werd in 1992, na een coup door de president zelf, de rechterlijke macht ontbonden, waar later een geheel door de regering gecontroleerde magistratuur voor in de plaats kwam. Vervolgens werd Peru, op Cuba na, het land met de meeste politieke gevangenen (ongeveer elfhonderd) in Latijns-Amerika.

De gijzeling in de woning van de Japanse ambassadeur in Lima heeft - hoewel uiteraard niemand anders dan de nietsontziende terroristen van Tupac Amaru hiervoor de directe verantwoordelijkheid dragen - een aantal zwakke plekken blootgelegd in het autoritaire staatsbestel van Peru.

Zo blijkt de corrupte Vladimiro Montesinos, Alberto Fujimori's tweede man, niet zo'n handige politicus als men ons altijd wilde doen geloven: onder de gijzelaars bevindt zich de complete top van de veiligheidsdienst!

Ook blijkt nu dat het leger de veiligheid van het land in de waagschaal heeft gesteld door zich vrijwel geheel te concentreren op de vermeende vijand Ecuador (waarmee Peru een grensconflict heeft, red). Terwijl er druk werd onderhandeld over de aankoop van MiGs uit de voormalige Sovjet-Unie en de belangrijkste legeronderdelen werden overgebracht naar de noordgrens, kon de binnenlandse vijand zijn tot nu toe meest spectaculaire slag voorbereiden.

Ten slotte heeft de gijzeling aan het licht gebracht dat politieke gevangenen (die lang niet allemaal terroristen zijn) vastgehouden worden in gevangenissen die veel weg hebben van middeleeuwse kerkers.

Afgezien van Peru, waar in het geheel geen sprake is van een onafhankelijke rechterlijke macht, heeft nog geen enkel land in de regio serieus een begin gemaakt met de hervorming van het rechtssysteem. Latijns-Amerika wil een vrije-markteconomie, zonder oog te hebben voor de politieke en institutionele basis die daarvoor nodig is.

Latijns-Amerika heeft zich nooit gewaagd op het pad van de liberale democratie. Dat komt voor een belangrijk deel doordat de linkse intellectuelen altijd hebben vastgezeten in complottheorieën, waardoor ze onze problemen weten aan de Monroe-doctrine, de United Fruit Company, het IMF, de Wereldbank.

De nieuwste vijand is het neoliberalisme, dat wil zeggen het streven naar een vrije-markteconomie. Hiermee zoeken ze echter opnieuw de schuldige in de verkeerde hoek.

Alvaro Vargas Llosa is een Peruaans journalist.

Vertaling: Harrie van der Meulen

Meer over