nieuwsSierteeltsector

Vrees voor omvallen sierteeltsector blijkt ongegrond: bloemen en planten lucratiefste exportproduct in coronajaar

Kerngezonde bedrijven stonden op het punt ‘bij bosjes’ om te vallen, was de noodkreet die aan het begin van de coronacrisis klonk vanuit de sierteeltsector. Tien maanden later blijkt dat de grootste exporttak van de Nederlandse landbouw ongeschonden het jaar is doorgekomen.

Een vrachtwagen wordt ingeladen met planten die bestemd zijn voor het buitenland. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Een vrachtwagen wordt ingeladen met planten die bestemd zijn voor het buitenland.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Cijfers van de Wageningen Universiteit en het Centraal ­Bureau voor de ­Statistiek wijzen uit dat de exportwaarde van bloemen, bollen, bomen en planten in coronajaar 2020 zelfs licht groeide naar 9,5 miljard euro. Dat is 10 procent van de totale landbouw­export vanuit ­Nederland.

Royal Flora Holland, de grootste bloemenveiling ter wereld, weerspreekt dat haar noodkreet van 15 maart 2020 voorbarig was. ‘Het leek er destijds heel slecht voor te staan’, zegt een woordvoerder. ‘Iedereen heeft nog op het netvlies dat miljoenen bloemen door de versnipperaar gingen. We hadden geen idee hoelang die situatie zou aanhouden.’

Voor zover de veiling nu weet, is niet één sierteler failliet gegaan. Van de 600 miljoen euro overheidssteun uit een noodfonds bleek maar een klein deel nodig om bedrijven te helpen investeren in het ‘opzetten’ van nieuwe bloemen. ‘Daarmee konden we voorkomen dat de sector met lege handen zou staan bij een eventueel aantrekken van de markt.’

En de markt trok rond mei inderdaad aan, toen weer in de tuin werd ­gewerkt en de bloemenvazen weer op tafel verschenen. De echte inhaalslag kwam in de zomermaanden. In juni, juli en augustus lag de omzet hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Onder meer door een betere prijs met dank aan importproblemen vanuit bloemenland Kenia. Al met al was sierteelt in 2020 de lucratiefste vorm van export onder de landbouwproducten. Met iedere euro in de sierteeltexport werd 66 cent verdiend – meer dan bij vlees, zuivel, eieren en groente.

De revival van de Nederlandse sierteelt overtrof de inschatting van de Wageningse landbouweconoom Petra Berkhout, een van de auteurs van het rapport De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband, dat jaarlijks verschijnt. ‘De sierteelt is daarmee een voorbeeld van hoe het uiteindelijk ontzettend is meegevallen voor de landbouw als geheel.’

Driekwart is export

De landbouwexport is een goede graadmeter voor hoe het gaat met de gehele sector, omdat grofweg driekwart van de Nederlandse productie voor het buitenland is bestemd. Terwijl de ­totale goederenexport vanuit ­Nederland in 2020 met zo’n 7 procent daalde, steeg die van de landbouw iets. Vooral vanwege een hoger prijspeil kwam die met 95,6 miljard euro een miljard ­hoger uit dan een jaar eerder.

Voor Berkhout zijn de cijfers het ­bewijs dat het Nederlandse voedselsysteem crisisbestendig is. ‘Critici riepen dat de corona-uitbraak de kwetsbaarheid van het systeem aantoonde’, zegt Berkhout. ‘Ik ben het daar niet mee eens. Mij valt juist de weerbaarheid ervan op.’

Ze wijst op producenten en ook handelaren die nieuwe wegen bewandelen om te overleven. De oproep van de Europese Unie en de Wereldhandels­organisatie om de handel open te houden heeft volgens haar ook geholpen. ‘Zeker, in het begin was het lastig, maar al vrij snel kwamen er uitzonderingsposities voor voedseltransporten.’

De goede cijfers voor de sector laten niet zien dat voor individuele onder­nemers de coronadruiven ongemeen zuur zijn gebleken. Zoals voor kalverhouders, die leunen op afzet aan buitenlandse horeca, en melkveehouders, die een lage zuivelprijs en ­gedaalde ­zuivelexport moesten slikken.

Orchideeënkwekers

In de sierteelt hebben orchideeënkwekers het nog altijd zwaar. Hun producten worden vooral ingevlogen voor ­hotels en evenementen. Kweker René van Eijk zag vorig jaar door de gekelderde prijzen 450 duizend euro van zijn omzet verdampen, grofweg de helft van het totaal. Met de overheidssteun zag hij eenderde van zijn omzetverlies terug. ‘Leuk is anders, maar ik kan wel tegen een stootje. Ik bouw al veertig jaar een buffer op’, zegt Van Eijk.

Hij houdt de moed erin en verwacht een inhaalslag. ‘Al die mensen die hun huwelijk hebben uitgesteld, willen toch een keer trouwen.’

Lees meer over landbouw in coronatijd

Voorzitter landbouworganisatie LTO: ‘Alleen voedsel voor Nederland produceren zou ontzettend dom zijn’

Hoe de familie Pronk acht miljoen tulpen weggooit

Gratis tulpen, maar met dubbel gevoel – de sierteelt wordt zwaar getroffen door coronamaatregelen

In Nederland bouwt zich een bevroren stuwmeer aan kalfsvlees op

Meer over