Voorstel Duivesteijn over inspraak huurder is 'wet van iedereen'

Het staat vast dat de medezeggenschap van huurders in een wet zal worden vastgelegd, maar wie die wet op zijn naam mag schrijven, is minder zeker....

Van onze verslaggeefster

Jet Bruinsma

DEN HAAG

Duivesteijn is, om zijn wet aanvaard te krijgen, bereid om het stuk verregaand te laten wijzigen door de Tweede Kamer. Die wijzigingen leiden ertoe dat zijn initiatief als twee druppels water zal lijken op een nog niet ingediend wetsvoorstel van staatssecretaris Tommel van Volkshuisvesting. 'Zo langzamerhand maken we een wet die van iedereen is', was de milde conclusie van het PvdA-kamerlid.

Tommel op zijn beurt, die aan het debat deelnam als 'adviseur', was ook zeer content met de meeste amendementen. 'Als de amendementen nummer 14, 15, 16, 17 en 19 worden aangenomen, komt de tekst van het voorstel-Duivesteijn inhoudelijk vrijwel overeen met het kabinetsvoorstel', constateerde hij. Tommel heeft zijn eigen wetsvoorstel nog steeds niet ingediend. Het ligt wel sinds zes weken bij de Raad van State voor advies.

Na afloop van het debat ging Tommel nog een stapje verder. Als de Kamer de wet-Duivesteijn ombouwt tot een wet-Tommel, is hij bereid zijn eigen wetsvoorstel in te trekken en Duivesteijn de eer te gunnen zijn naam te zetten onder een Wet op het overleg tussen huurders en verhuurders.

Twee weken geleden speelde de eerste aflevering van het Duivesteijn-debat in de Kamer. Toen al was duidelijk dat de meerderheid van de Kamer het PvdA-voorstel om de zeggenschap van huurders wettelijk vast te leggen, iets te ver vond gaan. Maar over de wenselijkheid van een wettelijk recht op inspraak en overleg voor huurders zijn alle fracties en ook Tommel het met elkaar eens.

Duivesteijn wees er tijdens de verdediging, deze week, van zijn wetsontwerp op dat de sector van de volkshuisvesting deze eeuw voortdurend voorop heeft gelopen, behalve op het terrein van de medezeggenschap. Het is niet meer van deze tijd dat sociale verhuurders zich verzetten tegen het wettelijk vastleggen van huurdersinspraak, zei hij, 'Voor mij als sociaal-democraat, maar meer nog als openbaar bestuurder, is dat onbegrijpelijk.'

De Kamermeerderheid geeft de voorkeur aan een inspraakregeling volgens het model-Tommel. Dat model sluit naadloos aan bij de, minder vérgaande, afspraken die de organisaties van huurders en verhuurders inmiddels hebben vastgelegd in een convenant.

Twee weken geleden kondigden de coalitiegenoten, D66 en VVD, evenals de grootste oppositiepartij, CDA, aan Duivesteijns voorstel te zullen amenderen in de richting van Tommels voorstel. Deze week lagen die amendementen er, letterlijk overgenomen uit het nog vertrouwelijke wetsvoorstel.

Duivesteijn slikte ze manmoedig: 'De wet is van ons allemaal'. Maar toen Tommel zich bereid verklaarde om de wet-Duivesteijn, als die aanvaard zou worden, nog eens juridisch-technisch te toetsen, werd het de PvdA-er te veel. 'Ik vind deze discussie buitengewoon onaangenaam. Inhoudelijke discussies worden altijd in juridisch-technische termen gegoten.'

Ook de Kamer wist niet hoe ze het had. De amendementen wáren toch al juridisch getoetst door de ambtenaren van Tommels departement? Kamerleden, van welke partij dan ook, krijgen volgens de parlementaire traditie immers altijd technische bijstand van departementsambtenaren bij het formuleren van amendementen? Wat bedoelde Tommel?

Het kamerlid Poppe van de SP trok de conclusie uit het debat. 'Collega Duivesteijn trekt zijn keutel in, nu hij de meeste wijzigingsvoorstellen aanvaardt.'

Meer over