'Volgende FNV-voorzitter is een vrouw'

Ze was een aanjager van de modernisering bij de vakbond, die nog niet is voltooid. 'De vakbeweging moet kiezen voor de toekomst, voor jongeren, allochtonen en vrouwen', zegt Roozemond nu ze vertrekt naar het interprovinciaal overleg...

Toen Kitty Roozemond in 1981 een baan bemachtigde bij het Vrouwensecretariaat van de FNV werd ze bij wijze van grap 'dat leuke hockeymeisje' genoemd. Ze had in het buitenland gestudeerd en gewoond, was actief geweest in de Rooie Vrouwen en de studentenvereniging Asva. 'Ik had wel flair', zegt ze zelf. 'Ik kom uit een links middenklassemilieu waar iedereen met respect wordt behandeld, maar niemand met ontzag.'

Het was de tijd, zegt Roozemond terugblikkend, van de grote toeloop van gestudeerde vrouwen op de vakbeweging. 'Er is toen een flinke generatie actieve vrouwen bij de FNV komen werken. Door vrouw te zijn bespoedigde je je loopbaan. De opmars van vrouwen verliep vrij soepel. Ik ben er daardoor pas vrij laat achtergekomen dat de vrouwenkwestie meer omvatte dan alleen het cijfermatige. Je bent er nog niet met eenderde vrouwen in de leiding.'

Haar generatie presenteerde zich onverbloemd als feministe. 'Wij waren echt van de beweging, dat is nu minder. Het is nu een onderwerp voor veertigers, dat baart mij weleens zorgen.'

Roozemond procedeerde tegen de Staat wegens discrimatie van vrouwen in de WW. Het was typerend voor haar aanpak - liever effectieve stapjes zetten dan luidkeels op de barricade staan. Tot een boegbeeld groeide ze daarmee niet uit, wel tot een interne vernieuwer die in haar denken over de rol van de vakbeweging nogal eens voorop bleek te lopen. 'De rode draad is zelfstandigheid. Iedereen moet de vrijheid hebben om te kunnen kiezen, niet alleen de elite. In het buitenland noemden ze mij daarom libertair .'

De gelijkberechtiging van vrouwen was in die jaren allerminst vanzelfsprekend. Roozemond trok door het land om een alternatief te bepleiten voor de tweeverdienerswet. Ook maakte ze school door kinderopvang op te voeren als onderwerp voor de cao. Met een vergadertruc wist ze de FNV voor het karretje van de positieve actie (voorkeursbeleid voor vrouwen) te scharen. ' Toen het was aangenomen zei ik: ''Zo, nu is positieve actie FNV-beleid. Bij gebleken geschiktheid gaat onze voorkeur uit naar een vrouw.'''

Bij de Dienstenbond werd ze bestuurder, met als taak het afsluiten van goede cao's. Ook in die functie liep ze vaak voorop. 'Ik heb atv ingeruild voor meer flexibiliteit. KBB, eigenaar van de Bijenkorf en de HEMA, was heel voorlijk: ze gingen van een 38-urige naar een 35-urige werkweek tegen gelijkblijvend loon. Maar de meerderheid was deeltijdwerker en die kregen door deze afspraak een flink hoger uurloon, dat deed mij deugd. Toen zijn we ook een gesprek begonnen over een overgang van de VUT naar prepensioen. Dat vergde vooral intern veel discussies .'

Zeker bij de FNV vergen interne discussies een groot uithoudingsvermogen en veel geduld, merkte ze toen ze bij de centrale onder Lodewijk de Waal vice-voorzitter werd. Tradities en posities maken niet zomaar plaats. 'Ik vind dat de vakbeweging zich meer zou moeten vernieuwen dan ze nu doet', zegt ze.

'We zouden samen naar Woerden gaan. Het ging niet door. Formeel vanwege het gebouw, in feite omdat we niet willen samenwerken.' Ze bepleit moderniteiten als het gedifferentieerde lidmaatschap. 'Waarom zou iemand die verder geen service van ons wil geen tientjeslid kunnen worden?'.

Een andere hindernis is de verenigingsstructuur van de FNV. 'Wie zitten er in de Bondsraad? De nieuwe werknemers hebben daar te weinig stem. Ik ben voorstander van het referendum. Je kunt ook proberen discussiegroepen op internet een stem te geven in je beleid. Je moet over je eigen schaduw heen springen om de toekomst te bereiken.'

Om een factor van belang te blijven moet de FNV meer aandacht schenken aan de belangen van allochtonen, jongeren en vrouwen. 'Ik ga niet meewerken aan een regeling waaraan jongeren meebetalen terwijl ze er zelf niets aan hebben. Dus, onze opdracht moet niet zijn om het prepensioen nog vijftien jaar veilig te stellen, maar om een oplossing te bedenken waar alle generaties profijt van hebben. Laat mensen zelf maar keuzes maken. De toekomst van de vakbeweging is het verzorgen van collectieve regelingen met individuele keuzemogelijkheden waarbij de solidariteit is ingebouwd.'

Roozemond wist tijdens haar 23-jarige dienstverband het aandeel vrouwelijke FNV-leden te laten stijgen van 11 tot 30 procent. Ze zegt: 'De volgende FNV-voorzitter wordt een vrouw. Dat weet ik zeker. Ik was plaatsvervangend voorzitter. Ik heb er nooit van gedroomd, maar ik was bereid om het over te pakken. Dat hoort bij het vice-voorzitterschap. Het is er niet van gekomen, het zij zo. Maar we hebben voldoende kwaliteit in huis en voldoende massa op het kritische niveau om ons bij de volgende gelegenheid te verzekeren van een vrouwelijke voorzitter.'

Zelf hoopt Roozemond tegen die tijd geheel en al te zijn ingeburgerd in het Interprovinciaal Overleg, waar ze per 1 juni directeur wordt. 'Het is een vereniging met leden. Ik moet draagvlak vinden voor standpunten. De aard van het werk ligt mij. Ik ben het type dat steeds haar best doet. Ik werk hard. Maar het geleefd worden zal ik niet missen. En het lijkt me heerlijk om iets minder in de schijnwerpers te staan.'

NB: Omdat het bijbehorende cv, dat in de papieren versie is afgedrukt, in de webversie ontbreekt is de tekst op enkele punten aangepast.

Meer over