Verbijstering over spionage door Staatsloterij

Regelmatig troffen de twee grootste loterijen elkaar bij de rechter. Terwijl de Postcodeloterij bleef groeien, stagneert de omzet bij de Staatsloterij, haar bevoorrechte positie ten spijt....

Bij de Staatsloterij zitten ze er duidelijk mee in hun maag. ‘Wij verwerpen dit op alle mogelijke manieren’, zegt een woordvoerder. ‘Van de mensen die nu bij ons werken, wist niemand hier iets vanaf. Wij hebben de documenten zelf niet eens.’

Maar het Algemeen Dagblad wel. De krant onthulde afgelopen weekend dat voormalig directeur Gerard van Egerschot in 2001 en 2002 de vier directeuren van de belangrijkste concurrent – de Nationale Postcodeloterij – door een particulier recherchebureau liet bespioneren. Met de uitkomsten van het onderzoek, waarbij ook videobeelden werden gebruikt, moesten de directeuren in diskrediet worden gebracht. De rechercheurs brachten onder andere hun bezittingen – auto’s, onroerend goed – in kaart.

‘Dit komt voor ons volkomen onverwacht’, reageert een woordvoerder van de Postcodeloterij. De loterij bezint zich nog op juridische stappen, en wil daarom verder niet reageren. Ook het ministerie van Financiën, dat verantwoordelijk is voor het staatsbedrijf, houdt haar kaken stijf op elkaar. Maar de Tweede Kamer heeft alvast om opheldering gevraagd. ‘Een fatsoenlijk bedrijf doet zoiets niet’, zegt VVD-parlementariër Frans Weekers. ‘En een staatsbedrijf al helemaal niet.’

De Staatsloterij had indertijd reden genoeg om eens een kijkje in de keuken te nemen bij zijn belangrijkste concurrent. Jarenlang had de oudste loterij van Nederland het rijk vrijwel alleen. Totdat eind jaren tachtig de Postcodeloterij werd opgericht. In de loop van de jaren negentig verloor de Staatsloterij snel marktaandeel aan zijn nieuwe concurrent.

Ook vanuit de politiek stond de Staatsloterij onder druk. De regering speelde met het plan het staatsbedrijf zijn bevoorrechte status te ontnemen. Terwijl de Postcodeloterij 60 procent van zijn omzet aan goede doelen moest afdragen, stortte de Staatsloterij maar zo’n 20 procent in de staatskas. Daardoor kon de Staatsloterij veel meer prijzengeld uitkeren. ‘Oneerlijke concurrentie’, vond Postcodeloterij-oprichter Boudewijn Poelmann indertijd. Regelmatig troffen beide partijen elkaar in de rechtszaal.

De Postcodeloterij betwistte de vergunning die de Staatsloterij had gekregen om een nieuwe verjaardagsloterij te organiseren. En toen de Postcodeloterij uiteindelijk eieren voor haar geld koos en een soortgelijk spel ontwikkelde – een geluksdagloterij – vocht de Staatsloterij dat weer bij de rechter aan.

Ook om fusievoornemens vlogen beide partijen elkaar in de haren. Bijvoorbeeld toen de Staatsloterij in 1999 samen wilde gaan met de Lotto en de Bankgiroloterij. De Postcodeloterij dreigde naar Brussel te stappen. Uiteindelijk hield de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) de fusie tegen omdat de drie partijen te veel marktmacht zouden krijgen. Een van die partijen – de Bankgiroloterij – werd jaren later alsnog door de Postcodeloterij zelf overgenomen.

Terwijl de Postcodeloterij met zijn slimme spelconcept en zijn enorme hoofdprijzen gestaag doorgroeide, stagneerde de omzet van de Staatsloterij. ‘Wij hebben roerige tijden achter de rug’, zegt een woordvoerder. Het sms-spel Sevens was het belangrijkste debacle. Vlak voordat directeur Van Egerschot dat mobiele telefoonspel op de markt wilde brengen, stak minister Donner daar een stokje voor, uit angst voor een toename van de gokverslaving onder jongeren.

Het kostte de Staatsloterij 17 miljoen euro, plus nog eens een schadevergoeding van vele miljoenen voor de bedenker van het spel. Van Egerschot, die tot de spionage opdracht zou hebben gegeven, werd vanwege de affaire uiteindelijk ontslagen met een vergoeding van 392 duizend euro op zak. ‘Inmiddels is de rust bij ons teruggekeerd’, zegt een woordvoerder van de Staatsloterij: ‘Ook de verhoudingen met de Postcodeloterij zijn verbeterd.’

Meer over