Veel gastarbeiders zijn hun pensioen misgelopen

Vooral zijn pensioentje zit hem dwars. Ben Saïd is een van de vele Marokkanen die er ineens achter kwamen dat de gouden pensioenbergen in Nederland hen door de neus werden geboord door hun werkgevers....

Ze zijn met duizenden, en hun aantal groeit snel. Het is een onzichtbare, onmondige groep.

Het zijn vooral Turken en Marokkanen die in de jaren zestig en zeventig als ‘gastarbeider’ door Nederland werden uitgenodigd. De oudsten zijn al jaren gepensioneerd.

Jarenlang hebben ze gehoord dat de oudedagsvoorziening in Nederland de beste van de wereld was. Nu het zover is, zijn ze bitter. Ze blijken vaak helemaal geen of een karig pensioen te hebben opgebouwd. Ook hun AOW is meestal beperkt, omdat ze niet vanaf hun vijftiende in Nederland hebben gewoond. Dus belanden ze deels in de bijstand met alle beperkingen van dien, zoals het verbod op bijverdienen en het opeten van je spaargeld.

Neem Ben Saïd (76) uit Rotterdam. Hij kwam in 1966 uit Marokko om in de schoonmaak te werken. ‘Nederlanders wilden dat werk niet meer doen. Ik kwam hier om te werken, werken, werken. Ik wilde geld verdienen.’

Het pensioen zou vanzelf geregeld worden, dacht hij, maar dat was niet zo. Werkgevers vonden allerlei creatieve oplossingen om de pensioenverplichtingen te ontduiken, weet een vriend van Saïd. Het gaat over landgenoten die in de metaalindustrie werkten. ‘In de zomer mochten ze vijf, zes weken met vakantie naar Marokko. Bij terugkomst kregen ze altijd een extraatje.’

Nu pas is hen duidelijk dat ze jaarlijks werden ontslagen en bij terugkeer weer aangenomen. Omdat ze nooit twaalf maanden achter elkaar in dienst waren, kwamen ze niet in het pensioenfonds. Het extraatje was een teruggaaf van de betaalde pensioenpremie.’

Door het jaarlijks ontslag spaarde de werkgever zich een maandsalaris uit en kreeg hij ook zijn deel van de betaalde pensioenpremie terug. Deze constructie met opeenvolgende contracten is door de Wet Flex en Zekerheid uit de jaren negentig vrijwel onmogelijk geworden. Maar ondertussen zijn duizenden Turken en Marokkanen de dupe omdat ze geen pensioen krijgen.

Ben Saïd moet rondkomen van iets meer dan 1200 euro in de maand. ‘Ik krijg 487 euro AOW voor mijzelf, 327 euro AOW voor mijn vrouw, 60 euro pensioen en 327 euro bijstand. En daarnaast nog huursubsidie voor de flat.’

Dat de AOW gekort wordt, was Ben Saïd al wel duidelijk. Per jaar dat de 65-jarige sinds zijn 15e verjaardag buiten Nederland woonde, wordt de AOW 2 procent vermindert. Ben Saïd krijgt dus, omdat hij pas op zijn 36ste naar Nederland kwam, 42 procent minder AOW dan normaal. Voor zijn vrouw, die later naar Nederland kwam, is de korting nog hoger.

Maar het pensioentje zit hem dwars. ‘Een pensioen van 60 euro per maand – daarvoor heb ik twintig jaar de perrons en stations van de metro schoongemaakt. In de strenge winter van 1978-1979 werkten we dag en nacht om de boel sneeuwvrij te houden. Twintig jaar honderd uur per week gewerkt. Als dat niet mocht volgens de wet, is ons dat nooit verteld. Hoe de loonstrook werkte, is ons nooit uitgelegd.’

En de vakbonden, deden die niet aan voorlichting? Stonden die de gastarbeiders niet bij? ‘De vakbonden waren voor ons niet te vinden. Wij kwamen vanaf het Marokkanse platteland in Nederland terecht. Wij wilden alleen maar werken, om zo veel mogelijk geld naar huis te sturen, zodat onze kinderen naar school konden.’

Begin jaren tachtig ging het schoonmaakbedrijf waar Ben Saïd werkte failliet. ‘Ik ben daarna niet meer aan de slag gekomen; ik was te oud.’

Een collega van hem trof het beter. Die kon na het faillissement terecht bij het Rotterdamse vervoersbedrijf RET. ‘Hij heeft daar tot zijn 65ste pensioen opgebouwd. Hij heeft nu ook 1200 euro in de maand, zonder bijstand. Hij kan maanden achter elkaar of een heel jaar naar Marokko. Ik moet me elke drie maanden bij de sociale dienst melden. En als ik langer blijf omdat ik ziek ben, dan worden we gekort.’

Meer over