Van Aartsen blijft bij een kwart minder varkens

Minister Van Aartsen van Landbouw houdt vast aan zijn plan om de varkenssector met een kwart in te krimpen. Een alternatief plan van de varkensbedrijven is 'een positief signaal, maar wel te laat'....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

Europees commissaris Fischler zei later op de dag in Den Haag dat hij nog niet instemt met het voornemen van de minister. Volgens

Fischler zijn de minister en hij het eens dat er iets gedaan moet worden aan de intensieve varkenshouderij in Nederland, ook met het oog op het dierenwelzijn. Maar Fischler beoordeelt het inkrimpingsplan pas op het moment dat zijn ambtenaren en die van Van Aartsen alle gevolgen van een drastische sanering in kaart hebben gebracht.

De varkenssector kwam gistermorgen met een plan om in de komende jaren de varkensstapel met 15 procent in te krimpen. De minister wil een vermindering van 25 procent, maar neemt tot 2000 genoegen met 15 procent. Van Aartsen wil dat bereiken door alle boeren minder varkens te laten houden. Als ijkmoment neemt hij het jaar 1996. Boeren die om welke reden dan ook liever 1995 nemen als teldatum, mogen dat ook.

De varkenshouders en hun organisatie LTO-Nederland zien niets in een algemeen verplichte korting op het aantal varkens. Zij vinden dat Van Aartsen de mestrechten moet opkopen van een aantal varkenshouders. De resterende bedrijven blijven daardoor levensvatbaar, hopen zij.

Voorzitter R. Tazelaar van het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren zei gisterochtend dat een algehele korting voor de varkenssector pas bespreekbaar is als de opkoop van mestrechten niet tot de gewenste vermindering van 15 procent leidt.

De Vereniging van Accountants en Belastingadviseurs heeft berekend wat Van Aartsens plannen betekenen voor de boeren. De gemiddelde zeugenhouder ziet zijn winst van 40 duizend gulden dalen tot een verlies van 10 duizend gulden. Bij de vleesvarkens wordt het nog erger: van 65 duizend positief naar 2 duizend negatief. Zelfs bij een inkrimping met 15 procent wordt 'het resultaat van het gemiddelde varkensbedrijf te laag om de continuïteit te waarborgen', schrijven de accountants.

De minister maande de Tweede Kamer gisteren tot voorzichtigheid inzake de varkenspest. Het gaat langzaam beter, maar juist daarom mogen nu geen risico's worden genomen. Om die reden houdt hij ook nog vast aan het fokverbod. Het opheffen daarvan is pas aan de orde als het 'geheel rustig' is op het terrein van de varkenspest. 'We zijn er nog niet', zei hij.

Uit een brief die de minister naar de Kamer heeft gestuurd blijkt dat tot en met 5 oktober van dit jaar bij 416 bedrijven varkenspest is uitgebroken. Gemiddeld komen er nog vier gevallen per week bij. Bij 1189 bedrijven zijn de varkens preventief geruimd.

Meer over