TWEE VAN DIE SCHEPEN IS GENOEG

> RECONSTRUCTIE LEUREN MET EEN SCHIP VOL GIF De olietanker Probo Koala ligt momenteel weer voor de kust van Estland, nadat in Ivoorkust de dodelijke lading vol zwavelwaterstof is geloosd....

Jeroen Trommelen

Twee meisjes van rond de 10 jaar waren het eerst dood. Eerst moeten ze de stank hebben geroken die duizend keer erger leek dan die van rotte eieren. Daarna sloeg het gas hen op de keel en de ogen; voelden ze een neiging tot flauwvallen, kwam de bloedneus, de ademnood en ten slotte dus de dood.

Volgens chemische handboeken is zwavelwaterstof al gevaarlijk bij concentraties van minder dan 30 milligram per kubieke meter lucht. In de dampende partij afval die in de nacht van 19 op 20 augustus werd geloosd in de sloten en de poelen van Abidjan, zat in totaal 2400 kilo. Zeker zeven mensen onder wie vier kinderen overleden en duizenden Ivorianen bezochten een dokter met klachten over bloedneuzen, hoofdpijn, braken en diarree.

Hun ellende, blijkt uit een reconstructie van de fatale gifdump, had meerdere oorzaken. Aan Afrikaanse kant waren dat corrupte bureaucraten en de slechte handhaving van de milieuwet. In Europa waren het onder meer de milieudiensten van Nederland en Estland. Zij lieten de kans lopen om de dumping te voorkomen, hoewel dat juridisch waarschijnlijk had gekund.

En dan is er de eigenaar van het afval, de in Nederland gevestigde handelmaatschappij Trafigura. Toen die ontdekte dat de partij schadelijk was en slecht te verwerken, zag men dat als een financieel probleem. Men zocht en vond het goedkoopste, legale afvalputje ter wereld en verzweeg een déél van de noodzakelijke informatie aan de Afrikaanse autoriteiten. Ondertussen verdiende men miljoenen aan speculatie op de oliemarkt.

Want zo ontstond het afval dat in Ivoorkust terechtkwam: met speculatie. Tussen 17 mei en 18 juni liet Trafigura ter hoogte van Gibraltar de gecharterde olietanker Probo Koala voor anker liggen, om te dienen als drijvende opslagplaats. In het schip werd voornamelijk Russische gasoline blend opgeslagen; benzine die voor een lage optieprijs werd ingekocht en later aan duurdere partijen benzine kon worden toegevoegd. Dat spel is profijtelijker dan ooit, doordat de olieprijzen maar blijven stijgen.

Trafigura verdient met de wereldwijde handel in olie en grondstoffen haar geld. Wie de eigenaren zijn, is onduidelijk. De groep heeft 55 kantoren in 36 landen en een omzet van 28 miljard dollar. Het hoofdkantoor zit in Luzern en de beheersmaatschappij in een grijs bedrijfsverzamelgebouw in Amstelveen. De dodelijke lading was eigendom van de juridisch zelfstandige vestiging in Londen, die op haar beurt de Afrikaanse zaken liet afhandelen door de dochtermaatschappij Puma Energy in Abidjan.

Toen afgelopen mei en juni de ene partij benzine na de ander in de Probo Koala werd in- en uitgeladen, moesten de compartimenten van het tankschip herhaaldelijk worden schoongemaakt. De benzines hebben een wisselende samenstelling en een hoog zwavelgehalte.

Voor dat schoonmaken wordt water en caustic soda gebruikt. Dat is natronloog; hetzelfde spul dat huishoudens gebruiken als gootsteenontstopper. Het verontreinigde spoelwater van alle wasbeurten wordt opgeslagen in een aparte tank van het schip en heet in scheepvaarttermen slop.

Ergens tijdens dit proces zijn fouten gemaakt, ontdekken Nederlandse laboranten die het mengsel later onder de loep krijgen. Er is veel méér caustic soda gebruikt dan gebruikelijk is voor de schoonmaak, en als gevolg daarvan zijn de gehalten zwavelwaterstof veel te hoog.

Chemisch mengsel

Onduidelijk is of dat bewust of toevallig is gebeurd. Caustic soda onttrekt zwavel uit benzine. Bij dat proces ontstaat zwavelwaterstof en een chemisch mengsel dat moeilijk te verwerken is vanwege de enorme stank en het hoge zoutgehalte. Wellicht zijn verschillende spoelingen met elkaar gaan reageren, vermoeden experts. Misschien is uit onwetendheid toen nóg meer soda toegevoegd, waardoor het alleen maar erger werd. Of misschien heeft de eigenaar er nog illegaal wat ander chemisch afval aan toegevoegd – wie zal het zeggen.

Op 27 juni vertrekt de Probo Koala uit Gibraltar naar Amsterdam, waar het op 2 juli aankomt. De slops worden een dag later aangeboden bij het verwerkingsbedrijf Amsterdam Port Services (APS). Terwijl de inhoud wordt overgepompt in een kleiner schip, komt een enorme stank vrij die duidelijk maakt dat er iets mis is.

Halverwege wordt de operatie gestaakt en wordt de lading weer teruggeheveld. Na analyse van de monsters laat APS weten dat de partij afwijkt van de specificatie en daarom niet kan worden verwerkt. Monsters worden verzonden aan vier gespecialiseerde bedrijven. Drie van hen, waaronder Afval Verwerking Rijnmond, haken af en adviseren het spul aan te bieden bij een speciale verbrandingsoven voor chemisch afval. Het vierde bedrijf, ATM Moerdijk, wil het eventueel wel aannemen, maar waarschuwt dat de verwerking lang gaat duren en véél gaat kosten.

Speciale methode

Gewone slopverwerking kost ongeveer 35 euro per kubieke meter, zegt een verwerker in de Rotterdamse haven. De rekening voor Trafigura zou dan neergekomen op 17 duizend euro. De noodzakelijke speciale methode van ATM kost tussen de duizend en tweeduizend euro per ton. Die rekening komt dan uit tussen de 400 en 800 duizend euro.

Trafigura piekert er niet over dit bedrag te betalen en wil er ook niet over onderhandelen. Het bedrijf heeft haast. Een dag extra liggeld kost 35 duizend euro en het schip moet naar Estland. Als het daar niet op tijd arriveert, komt daar volgens contract nog een kwart miljoen bij. Zo vertrekt de Probo Koala mét afval op 5 juli naar Paldiski om daar een nieuwe lading Russische blend gasoline in te nemen.

In Amsterdam wordt hardop tegengesputterd, maar dat helpt niet. De stankoverlast heeft het gemeentelijk Havenbedrijf, de brandweer, de politie en de Amsterdamse dienst Milieu- en Bouwtoezicht in beweging gebracht. Zij vragen zich af of het schip eigenlijk wel mag vertrekken. Het afval is immers deels uitgeladen geweest en daarna weer ingenomen. Formeel zou daar een exportvergunning voor nodig kunnen zijn. En die kan volgens de regels niet worden verleend.

Juridisch lijkt de ongewenste export van chemisch afval goed dichtgetimmerd. Het internationale verdrag van Basel verbiedt sinds 1995 de uitvoer van giftig afval van de rijke landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) naar landen die daar niet toe behoren.

En zelfs wanneer het gif in kwestie geen ‘chemisch afval’ mag heten, maar scheepsafval of ladingresidue, zijn de regels helder. Ze staan in het Handhavingplan Richtlijn 2000/59/EG Havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen en in de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. Kernpunt: scheepsafval en ladingresiduen waaronder slops, moeten verplicht worden ingeleverd tenzij er nog voldoende ruimte is in de opslagtanks én het afval in de volgende Europese haven zal worden verwerkt.

Zoals later zal blijken, kan de Probo Koala aan die laatste eis niet voldoen. Maar al na één telefoontje op 4 juli hakt de inspectie van het ministerie van VROM de knoop door: de tanker mag worden vrijgegeven. Op de achtergrond spelen de slepende kwesties rond de asbestschepen Sandrien en Otapan. Liever niet nóg een schip aan de ketting dat de overheid handenvol geld kan kosten, redeneert de VROM-inspecteur. Een exportvergunning is volgens hem niet nodig, en de scheepvaartinspectie zal er op toezien dat het scheepsafval in Estland arriveert en niet overboord wordt gekieperd.

Maar als de tanker op 13 juli de Estste haven verlaat, zijn de giftige slops nog steeds niet ingeleverd. Dat kan ook niet, zeggen de havenautoriteiten in Paldiski. Estland heeft geen enkele verwerkingsinstallatie voor chemisch afval. En dus mag het schip naar Afrika vertrekken.

Volgende halte

De volgende halte is Nigeria, om goedkope Russische benzine af te leveren die als dure zal worden doorverkocht. Daarna vaart het schip door naar Ivoorkust om het afval in te leveren.

Omdat het in Nigeria niet kon, stelt Trafigura. ‘Nigeria beschikt niet over de noodzakelijke afvalverwerking’ Bovendien heeft het bedrijf in Nigeria geen eigen filiaal, en in Abidjan wel.

Op 17 augustus stuurt de Londense Trafigura-medewerker George Luis Marrero een e-mail aan dochtermaatschappij Puma Energy in Ivoorkust, met het verzoek een verwerker te vinden voor de vervuilde slops. Hij waarschuwt dat het stinkt en voorzichtig moet worden behandeld. Dat het volgens de Nederlandse analyses alleen in een speciale installatie voor chemisch afval kan worden verwerkt, meldt Marrero niet. Zulke installaties bestaan in Afrika trouwens niet.

Directeur Kablan van Puma Energy benadert vervolgens het verwerkingsbedrijfje Société Tommy. Waarom is onduidelijk: Tommy staat sinds 2003 ingeschreven in het handelsregister als olieververser, maar heeft nog maar sinds 12 juli een proefvergunning om slops te verwerken. Eigen faciliteiten daarvoor heeft men echter niet.

Zodra de tanker heeft aangelegd in Abidjan, lijken alle ambtelijke diensten hun eigen gang te gaan. Milieulaboratorium SIR maakt een analyse waarin wordt vastgesteld dat de partij 6,129 gram zwavelwaterstof per kilo bevat; meer dan 2 procent olie per liter en ‘fenolen, mercaptanen en sulfides’. Dat maakt het geheel tot chemisch afval – ook volgens de Ivoriaanse wet.

Afvalwater

Toch verleent het ministerie van Vervoer een vergunning om de partij aan land te brengen als ‘afvalwater’, en zelfs de milieuregels die daarvoor bestaan, worden genegeerd. In de nacht van 19 op 20 augustus rijden de tankauto's af en aan en worden negentien ladingen in en rond de stad gedumpt in de open lucht. Even later grijpen twee 10-jarige meisjes naar hun keel en gaan dood, gevolgd door vijf anderen. Nog steeds liggen er 22 mensen in het ziekenhuis.

Meer over