Twee van de drie vermisten op Tjeukemeer gevonden; Nachtje vis 'stropen' werd Urker jongens fataal

Een grauwe sluier hangt boven het verraderlijke Tjeukemeer. Op parkeerplaats De Lanen tussen Lemmer en Joure staan drie Urker vrouwen met elkaar te praten....

WIO JOUSTRA

Van onze verslaggever

Wio Joustra

OOSTERZEE

Samen met zijn neef Andries de Boer, ook vijftien, en Sjoerd Post, die vandaag negentien zou zijn geworden, is hij gaan vissen, vrijdagnacht. Het Tjeukemeer is vanwege zijn diepe geulen en gaten het gevaarlijkste binnenwater van Friesland. Maar om deze tijd van het jaar 'smijt het er op' - zoals de Friezen zeggen - van de snoekbaars.

En dat, weet de mannelijke jeugd van Urk, levert een aardige zakcent op. Want snoekbaars is populair op de zwarte markt. Een paar duizend gulden voor een nachtje 'stropen' is niets. Bij de jeugd wint de overmoed het dan ook vaak van de vrees.

Maar familie en vrienden blijven angstig achter. Want bij een watertemperatuur van rond de zes graden moet alles wel goed gaan. Slaat het motorbootje om, dan is de kans op overleving miniem. Ook voor goede zwemmers. 'Dat ze er met dit weer op uit zijn getrokken. Onbegrijpelijk', zegt een van hun vrienden met betraand gezicht.

In de nacht van vrijdag op zaterdag heeft het noodlot toegeslagen. Waarschijnlijk is de loszittende aanhangmotor in de visnetten verstrikt geraakt. Het bootje is omgeslagen en de jongens zijn in het water buiten bewustzijn geraakt en verdronken.

Nadat de ouders zaterdagochtend alarm hebben geslagen, worden in de middag motor en bootje op een afstand van vijf kilometer van elkaar gevonden. Maar van de jongens geen spoor.

Tot maandagmiddag. Wouter wordt het eerst gevonden, door dorpsgenoten die met een man of vijftig en een dozijn sloepen, kruisers en vissersboten politie en brandweer terzijde staan. In maart van dit jaar overleefde Wouter ternauwernood eenzelfde avontuur op het IJsselmeer.

'Gelukkig maar dat ze ze vinden', zegt een van hun Urker vrienden. Hij is zelf ook visser en weet dat in het godvrezende dorp aan het IJsselmeer vermissing nog grotere trauma's met zich meebrengt dan de dood.

Op de P-47 van de waterpolitie van het Korps Landelijke Politiediensten, district Noord-Oost, wordt vanaf de enige droge plek in de buurt - onder het viaduct over de A 6 - een mediatochtje geïmproviseerd. Naar de plek waar de motor is gevonden, westelijk van het viaduct.

Een oranje boei die de plek van de vaargeul aangeeft, lijkt een sinister tijdelijk monument voor drie doden.

De stoffelijke resten van Wouter, die worden vervoerd naar een rouwcentrum in Lemmer, zijn gevonden op zo'n tweehonderd meter uit de kust. 'Hij was volgens de Urkers de slechtste zwemmer van de drie', klinkt het over de politieradio. Het zoeken en dreggen wordt daarom verplaatst naar een plek dichter bij de kust. De theorie is dat de betere zwemmers een grotere afstand hebben afgelegd in hun wanhopige poging de wal te bereiken.

Om 13.20 uur komt de melding binnen dat een tweede stoffelijk overschot is gevonden. Later blijkt het van Sjoerd te zijn. Vijftig meter slechts scheidden hem van de kust. De Urker vrijwilligers kunnen hun emoties nauwelijks de baas. Ze zijn boos omdat de politie het vinden van de stoffelijke resten aan de media bekendmaakt.

'Iedereen gaat zich dan afvragen wie gevonden is en wie nog niet. Het is zo al erg genoeg voor het hele dorp', zegt een van de mannen die zich even de tijd gunt voor een warme kop koffie. De afgelopen twee jaar zijn dertien Urkers bij het vissen om het leven gekomen.

De Urkers zijn ook boos omdat de politie naar hun idee veel te systematisch te werk gaat. De Urkers, allen visser of oud-visser, gaan liever op hun instinct af.

Politiewoordvoerder J. Dijkstra: 'We hebben het zoekgebied in twee vakken verdeeld, ten noorden en zuiden van de vaargeul. We dreggen op de ouderwetse manier, met een stalen kabel met haken tussen twee gemotoriseerde rubberboten in.'

Over de inzet van politie en andere hulpdiensten als brandweer en Rijkswaterstaat klagen de Urkers niet. Zaterdag, zondag en maandag is bij daglicht gezocht met boten, sonarapparatuur, een vliegtuigje en zelfs met lijkhonden. Vooral zondag werd het zoeken bemoeilijkt door de laaghangende nevel. De Urker vrijwilligers werden toen tegengehouden, omdat de politie vreesde dat de zoekactie door ongecoördineerd dreggen in de war zou worden gestuurd.

Maandag mogen de Urkers volop meedoen aan de zoekactie. Het levert het gewenste effect op. Voor een deel. Omstreeks vijf uur in de middag meldt Dijkstra dat het te donker is om de zoekactie voort te zetten.

De politie blijft wel in de buurt, want de Urkers zoeken nog even door naar hun derde dorpsgenoot. Desnoods vanochtend, bij het eerste daglicht, opnieuw.

Meer over