Twee matrassen, wat pornoboekjes en een verdorde plant

Een ruim aanbod van viezigheid, ongeopende post tot aan de enkels of hagelslag die nog op het aanrecht staat, ten teken van overhaast vertrek....

Donzig blauw schimmel vult het bierglas op de eikenhouten tafel. Op de grond ligt een kale matras. Ongeduldig knipperen de rode cijfers van een digitale wekker in de slaapkamer. In deze Haagse portiekflat woont niemand meer. ‘Pak maar in’, zegt Suzanne van Groeningen, deurwaarder. Een kwartier later is de woning leeg, zijn elektriciteit, gas en water afgesloten en heeft de voordeur een nieuw slot. Nummer een in een dag van acht ontruimingen.

‘In naam der Koningin’, staat bovenaan de stukken in het dossier van Van Groeningen. Eens per week, op woensdag, reserveert zij – of een van haar collega’s – een hele dag om huurwoningen in Den Haag te ontruimen. Betaal drie maanden de huur niet en de rechter is bevoegd een ontruiming uit te spreken.

Vaak is de vogel dan al gevlogen. ‘Dat is meestal zo. De huurder krijgt van ons precies te horen tot wanneer betaald kan worden en op welke dag ik langskom.’

Het gevolg van de deurwaarder is een routineuze karavaan: Wim, die contact heeft met de woningbouwvereniging en de sleutels heeft van de hoofdingangen; Roel, de hulpofficier van justitie, die controleert, gewapend is en politieversterking kan oproepen; Martin, die de woningen leeghaalt; de zes sjouwers die voor Martin werken en de chauffeur van de truck waarin de inboedels worden gezet; Ari, van de afdeling incasso van Eneco; Harry, slotenmaker, en tot slot Mike, die de inboedels in de gemeentelijke opslagdepots stalt.

De karavaan komt en gaat met zes personenauto’s, een busje met verhuislift en een vrachtwagen.

In het volgende huis staan de manschappen tot aan hun enkels in de ongeopende post. Het is ook in de wijk Bouwlust. Twee matrassen, wat pornoboekjes en een verdorde plant zijn achtergebleven. De spullen worden niet opgeslagen, maar weggegooid, bepaalt Van Groeningen. Uit haar windjack neemt ze een digitale camera. ‘Zodat we straks kunnen bewijzen dat hier echt niets van waarde lag. Hier is duidelijk afstand van gedaan.’

Ondergekotst, ondergepoept, ongedierte... lekker werk is het niet, zegt Martin, die een ontruimingsbedrijf heeft. Per jaar doet hij er meer dan vierduizend. Vroeger veel psychiatrische gevallen of junks, tegenwoordig steeds meer middeninkomens. Alarmbellen gaan pas rinkelen als een huis schoon is, weet hij inmiddels. ‘Doet er een vrouw open, met twee kinderen. Had haar man niets gezegd over de geldproblemen.’

In een flat in de nieuwbouwwijk Wateringseveld liggen nog pakketten laminaat. De bewoners lijken overhaast vertrokken, alleen het hoognodige is meegenomen. Bank, bedden, kasten en stapels kleerhangers zijn achtergelaten. De Nesquick en de hagelslag staan nog op het aanrecht van de inbouwkeuken. Het wordt allemaal meegenomen en opgeslagen.

‘Ik mag er niet vanuit gaan dat deze mensen hun spullen niet meer terugvragen. Misschien hadden ze ze vanmiddag willen ophalen’, zegt Van Groeningen. Ari sluit de elektra af. Meestal kan het energiebedrijf fluiten naar de niet betaalde voorschotten. De huur wordt doorgaans nog geïnd. De deurwaarder: ‘Mensen gaan weg. Waar naartoe weten wij niet. Campings, familie? Zodra ze zich inschrijven bij een andere gemeente of woningbouwvereniging, komen hun betaalachterstanden in beeld.’

De bewoner van een kleine flat in Moerwijk begrijpt er niets van. Hij is een Oekraïner, maar spreekt Engels. De huurbaas? Nee, die is er niet. O, is dat de eigenlijke huurder? Het kwartje valt. De Oekraïner en zijn drie medehuurders, een man en twee vrouwen, zijn opgelicht. Een betalingsachterstand van meer dan drieduizend euro voor een flat waar de huur nog geen tweehonderd euro is. Hij en de anderen betaalden maandelijks ieder 150 euro, zwart.

Van Groeningen legt uit dat ze er toch uit moeten. Omdat de oorspronkelijke huurder nooit iets heeft betaald. Een van de vrouwen wordt overhaast van haar werk gebeld. Over een uurtje wonen die weer ergens anders, mompelen een paar medewerkers van het ontruimingsteam. Alles wat Van Groeningen nu mee laat nemen, mag alleen de wettelijke huurder ophalen. De seizoensarbeiders zijn al hun bezittingen kwijt. Daarom wacht ze tot alle bewoners hun boeltje hebben gepakt.

‘Uiteindelijk bepaalt de gerechtsdeurwaarder wat er gebeurt. Ik moest eens een ontruiming doen bij een jong gezin dat net verblijfsvergunningen had ontvangen. Ze wisten dat we kwamen, begrepen het, hadden al gepakt. Maar hun kind was letterlijk doodziek. Ze hadden niet naar het ziekenhuis gedurfd. Die ontruiming heb ik ter plaatse afgeblazen. Dat heeft me een fikse discussie met de woningbouwvereniging gekost. Ik zei: die mensen gaan er echt uit, over een week komen ze hun sleutel inleveren. Maar niet nu. Het gaat er niet om dat er wordt ontruimd. Het gaat er ten eerste om dat er wordt betaald.’

Meer over