Turkije kan niet geloven dat het een crisis heeft

De Turkse bankensector blijft overeind, maar het land dreigt terecht te komen in een diepe crisis...

BURSA Welkom in Bursa, de stad die het allemaal heeft. Een bloeiende private sector, unieke zijde-industrie, twee moderne automobielfabrieken, slechts 7 procent werkloosheid, kortom de ideale stad om in te investeren.

Gouverneur Sahabettin Harput van Bursa slaat een niets-aan-de-hand toon aan alsof de wereldwijde crisis voor de poorten van zijn provincie is blijven stilstaan. Sterker nog: dit jaar hebben zich nog eens 34 bedrijven gevoegd bij de 400 die al een buitenlandse partner hebben.

Harput raakt niet uitgepraat over Bursa’s voortreffelijke skimogelijkheden in het nabije Uludag-gebergte, de thermische baden en, niet te vergeten, de uitstekende tomatenpuree. Maar na enig aandringen moet hij toegeven dat ook het welvarende Bursa de effecten van de kredietcrisis merkt. Maar, zegt hij optimistisch: ‘De regering verleent inkomenssteun aan diegenen die werktijdverkorting opgelegd krijgen van hun bedrijf.’

Die schroom om over de eigen narigheid te praten, blijkt diezelfde dag ook bij een bezoek aan de Tofas-fabriek, een joint venture tussen de Koç Groep en Fiat. Daar komen de Fiat Doblo’s, Fiorino’s en Minivans van de lopende band en worden mallen gemaakt voor allerlei plaatsstalen onderdelen van de auto’s.

Ahmet Altekin, chef van de ontwerpafdeling, heeft opvallend weinig te melden over de crisis. ‘Nee hoor, hier gaat alles zijn gewone gang. Sorry, ik heb geen recente cijfers over de productie.’

Bij een rondgang door de productiestraat blijkt Altekin een jokkebrok: uit cijfers op grote schermen valt af te leiden dat Tofas die dag ruim 800 auto’s zou moeten bouwen, maar dat er slechts 350 van de lijn rollen. Daarna komt het hoge woord eruit: Tofas is gedwongen terug te gaan van drie naar twee ploegendiensten en de productie is bijna 60 procent gedaald. In normale tijden produceert Tofas 400 duizend auto’s per jaar.

‘De Turken hebben het gevoel dat het niet hun crisis is, maar die van ons’, zegt Ulrike Haner, hoofd van de afdeling Handel, Economie en Landbouw van de Europese Vertegenwoordiging in Turkije. ‘Zij hebben welke vaker ernstige crises meegemaakt, zoals in 2001, toen de bankensector totaal instortte. Sindsdien hebben ze schoon schip gemaakt zodat hun banken tegen een stootje kunnen.’

Maar, waarschuwt de Oostenrijkse, ‘de Turken zullen wel degelijk last krijgen van de recessie, exportgeoriënteerd als ze zijn.’ Het officiële inflatiecijfer is veel lager dan wat het in werkelijkheid is: rond de 11 procent.

Aan de rand van Istanbul staat de drukfabriek van de Dogan Media Groep, uitgeefster van Hürriyet, met 800 duizend exemplaren per dag de grootste krant van Turkije. De resultaten staan flink onder druk, geeft manager Nebil Sengül toe: ‘We zijn normaal gesproken blij met een omvang van 70 pagina’s, maar dat halen we de laatste tijd bij lange na niet.’ Op een doordeweekse dag is Hürriyet slechts 40 à 50 pagina’s dik.

Het naargeestige gebouw Hürriyet Media Tower past moeiteloos in het Gotham City van Batman. Daar zetelt niet alleen Hürriyet, maar ook de redactie van de zakenkrant Referans. ‘Je kon de crisis als het ware zien aankomen’, vindt hoofdredacteur Eyüp Can Saglik, ‘de laatste twee jaar werd de economische groei steeds kleiner.’ Volgens de chef van Referans denkt de regering van premier Tayip Erdogan dat de crisis nog wel zal meevallen, omdat de bankensector gezond is. ‘Maar deze crisis kent vele lagen. Door de situatie in Europa, zal onze export inzakken.’

Professor Afas Savas Akat is econoom aan de Bilgi Universiteit in Istanbul. De Turkse export is volgens hem voor 50 procent gericht op de Europese Unie. Een ongeveer even groot percentage vindt zijn weg naar de regio. Slechts 3 procent van de export gaat naar de Verenigde Staten, ‘dus daar hebben we weinig last van’.

‘Turkije stevent af op een ernstige recessie. In 2008 was de economische groei nog 2 procent (in de jaren daarvoor lag die vaak op 7 procent, red.), voor 2009 verwacht ik de nulgroei.’ Dat geldt niet alleen de automobielsector, maar ook de textielindustrie die toch al wordt geplaagd door concurrentie uit Azië.

Volgens Akat is Turkije vrijwel geheel afhankelijk van Russisch (en een beetje Iraans) gas en moet het bijna alle olie importeren. Zo vloeit er weinig geld in de staatskas. Daarnaast wordt er massaal belasting ontdoken, waardoor de regering de directe belastingen zo hoog mogelijk opschroeft.

Akat: ‘Neem nou de hoge accijns op brandstof: rijke stinkerds met hun benzine slurpende SUV’s betalen zo extra. Dat lijkt mooi, maar je moet dan tegelijkertijd de dieselaccijns verhogen omdat anders iedereen diesel gaat rijden. Dan tref je dus ook die arme boeren die hun tractoren moeten blijven gebruiken.’

Meer over