interviewJan Eeckhout

Topeconoom: ‘We hebben juist méér concurrentie nodig: twee Facebooken, niet één’

Jan Eeckhout Beeld Emy Elleboog / ID
Jan EeckhoutBeeld Emy Elleboog / ID

Een select gezelschap van driehonderd multinationals, van online warenhuis Amazon tot bierbrouwer AB InBev, grijpt de macht in de economie. Consumenten, werknemers én andere ondernemers zijn de pineut, stelt de Vlaamse econoom Jan Eeckhout. Hoe valt het tij te keren?

In de romantische versie van onze economie maken frisse, brutale start-ups de dienst uit. Disruptieve nieuwkomers als Adyen, Just Eat Takeaway, Mollie en Coolblue doen in Nederland wat Amazon en Facebook aan de overkant van de oceaan hebben gedaan. Ze zetten complete sectoren op hun kop. Menig oprichter van die succesvolle ‘eenhoorns’ – start-ups die meer dan 1 miljard euro waard zijn – begon op een studentenkamer. Nu bestormen ze de Quote 500-rijkenlijst.

Er klopt één ding aan dat verhaal, zegt Jan Eeckhout, hoogleraar economie in Barcelona. ‘We weten uit onderzoek dat economische groei voortkomt uit innovatie. En die vernieuwing danken we aan jonge, kleine snelgroeiende bedrijven.’ Voor de rest is het een sprookje. Het aantal nieuwe bedrijven dat jaarlijks het licht ziet, is gehalveerd ten opzichte van begin jaren tachtig. ‘De neergang van start-ups geldt zelfs voor de tech-sector’, schrijft Jan Eeckhout in The Profit Paradox. How Thriving Firms Threaten the Future of Work.

In dat onlangs verschenen boek schetst de geboren Vlaming een totaal ander beeld van ons economisch tijdperk. Dat zou meer lijken op wat de Amerikanen de ‘guilded age’ noemen. Ook toen, rond 1900, groeide de welvaart hard. Elektriciteit, telefonie en spoorwegen maakten het leven makkelijker. Er was globalisering. Maar daar plukten vooral roemruchte robber barons als John D. Rockefeller en J.P. Morgan de vruchten van. Met hun zakenimperia groeiden hun rijkdom en marktmacht. De rest had het nakijken.

Die geschiedenis dreigt zich te herhalen, waarschuwt Eeckhout. Samen met collega’s Jan De Loecker en Gabriel Unger dook hij in de jaarverslagen van grote bedrijven. Wat blijkt? Sinds 1980 zijn hun marges steeds groter geworden. Althans, bij een select gezelschap van zo’n driehonderd ‘economische supersterren’. Dat duidt op een schrijnend gebrek aan concurrentie, betoogt de internationaal gerespecteerde econoom in een online-interview.

U spreekt van een ‘winstparadox’. Leg uit.

‘Kijk naar de beurzen. Die breken record op record. Maar zo’n Dow Jones-index bestaat uit slechts dertig bedrijven. Dat is een fractie van de honderd miljoen ondernemingen die over de hele wereld bestaan. Zij hebben het stukken moeilijker dan veertig jaar geleden. Kijk, niemand twijfelt eraan dat Facebook en Apple enorme successen zijn. Wij kunnen nu op afstand dit gesprek voeren dankzij Google. Daar betalen we niks voor! Maar dat is slechts de helft van het verhaal. De paradox is dat deze bedrijven hun technologie óók gebruiken om concurrenten de voet dwars te zetten.’

Hoe dan?

‘Stel, ik wil een sociaal medium oprichten à la Instagram. De technologie daarachter is niet verbazingwekkend moeilijk. Maar ik weet bij voorbaat dat ik nóóit zal kunnen concurreren met een platform dat al honderden miljoenen gebruikers heeft. Die gaan echt niet naar mij overstappen. Ze willen daar zijn waar alle andere mensen zitten. Daarom zijn er geen prikkels voor andere bedrijven om te innoveren: je kunt nooit een plekje veroveren in zo’n markt.’

null Beeld

U pendelt voor uw werk heen en weer tussen Europa en de Verenigde Staten. Is de machtsconcentratie in het bedrijfsleven niet vooral een Amerikaans probleem?

‘Daar ben ik het helemaal niet mee eens. In Spanje zit Inditex. Dat is het moederbedrijf van onder andere winkelketen Zara. In België hebben we AB InBev. Ruim één op de drie biertjes die ergens op de planeet gedronken worden, komen van dat concern. Shell behoort tot het kleine gezelschap van oliegiganten. Veel maakt het trouwens niet uit waar de eigenaar van een onderneming zit. Wij gebruiken voor dit gesprek een dienst uit Californië. Als ik een pacemaker heb, is die in negen op de tien gevallen van Medtronic. Mijn telefoon komt van Apple.’

Die bevalt toch goed? Wat is er dan mis met oligopolies?

‘Bij een biertje van AB InBev, dat de ene na de andere concurrerende brouwer heeft overgenomen, vertaalt het zich in een hogere prijs. Maar vaak is het verborgen. Neem Amazon. Het onlinewarenhuis is enorm innovatief, efficiënt en productief. Daardoor zijn de kosten fors naar beneden gegaan. Amazon biedt ook gunstigere prijzen dan de concurrentie. Dus de consument denkt: prachtig. Maar gezien de technologische vooruitgang zou je eigenlijk nóg veel lagere prijzen verwachten.’

Wie is Jan Eeckhout?

1970: geboren in Aalst, België

1998: gepromoveerd aan de London School of Economics

2017-2018: visiting professor Princeton

2008-nu: hoogleraar Pompeu Fabra Universiteit in Barcelona

2021: Boek: The Profit Paradox

Jan Eeckhout is getrouwd en heeft twee dochters

U zei het al: Google en Facebook zijn zelfs gratis...

‘Dat maakt dit zo lastig uit te leggen. Het grote publiek denkt: wat is het probleem? Nou, ook een prijs van nul kan te hoog zijn. Ik betaal Facebook met mijn data. Zouden er twee Facebooken zijn, dan was er concurrentie. Ik geloof niet dat ik dan ineens geld zou verdienen aan mijn gegevens. Maar ze zouden me er misschien wel een abonnement op Netflix bij geven. Of zelf betere inhoud gaan produceren. Dat is in feite wat televisiezenders van oudsher doen.’

Niet alleen de consument, ook werknemers behoren tot de verliezers. Is dit omdat ze, in onderhandeling met hun baas, niet langer kunnen dreigen met een overstap naar de concurrent?

‘Als u dit mij vijf jaar geleden gevraagd had, was dat mijn antwoord ja. Maar uit onze data blijkt iets anders. Ik kan hier in Spanje gaan werken voor een restaurant, rijden voor Deliveroo, beveiliger worden. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt is, kortom, genoeg concurrentie. Dat verklaart dus niet waarom voor dat soort banen de lonen stagneren. Het is ook niet zo dat Google zijn werknemers slecht betaalt, integendeel. Het effect is macro-economisch. Volgens onze schattingen kost de opeenhoping van marktmacht 9 procent groei. Zie het zo. Zou een iPhone niet 1.200 maar 300 euro kosten, dan kochten veel meer consumenten er een. Apple produceert dus minder dan het zou kunnen. Die onbenutte vraag leidt ertoe dat er minder behoefte is aan arbeid. Dus dalen de lonen.’

De werkloosheid is toch heel laag?

‘Maar dat geldt ook voor de arbeidsparticipatie. Veel mensen blijven thuis. Waarom zouden ze voor een loon van 10 euro per uur gaan werken, als hun partner al een goed salaris heeft of als ze dan moeten gaan betalen voor kinderopvang?’

De meeste economen wijten de trage loongroei aan de afbrokkelende vakbondsmacht, goedkope arbeid uit China of flexibele contracten.

‘In al die analyses zit wel iets. Maar ik zeg: de belangrijkste oorzaak is een gebrek aan concurrentie. Niet op de arbeidsmarkt, maar op de markt voor goederen en diensten. De oplossing is daarmee ook anders. We hebben juist méér concurrentie nodig.’

U pleit voor een internationale, onafhankelijke mededingingsautoriteit. Waarom niet gewoon opsplitsen, die economische supersterren?

‘Dat zou een grote fout zijn. Vooruit, Facebook, Instagram en WhatsApp hadden nooit samen mogen komen in één bedrijf. Maar waarom is Amazon zo efficiënt? Omdat er schaalvoordelen zijn. Die verlies je zodra je zulke concerns opsplitst. We moeten creatiever denken. Neem telefonie. Als ik hier in Spanje zit, betaal ik voor mijn Movistar-abonnement ongeveer eenderde van wat ik in de Verenigde Staten kwijt ben aan AT&T. Voor dezelfde service! Amerika kent slechts enkele grote aanbieders. Europa heeft er 150. Hoe dat kan? De eigenaren van het netwerk zijn verplicht hun infrastructuur te delen met concurrenten. Dat verlaagt de drempel voor nieuwkomers op de telecommarkt. Bij bedrijven als Amazon zal dit moeilijker zijn. Ook daar kunnen toezichthouders afdwingen dat ze andere verkopers toelaten op hun logistieke netwerk en internetplatform. Maar dat moet dan wel tegen eerlijke voorwaarden gebeuren.’

U haalt in uw boek George Orwell aan. ‘Het vrije kapitalisme leidt noodzakelijkerwijs tot monopolie’, schreef die. En: ‘Het probleem met competities is dat iemand ze wint.’ Is de concurrerende marktplaats waarvoor u pleit geen utopie? Van Amerika tot Japan: vrijwel altijd en overal heersen de conglomeraten.

(Houdt een pen voor het scherm) ‘Volgens mij is er meer dan genoeg competitie tussen pennenfabrikanten en pennenverkopers. Hetzelfde geldt voor zoiets als groenten. Er zijn heel wat sectoren in onze economie waar het wél goed loopt. Maar zodra er schaalvoordelen zijn, wordt het inderdaad een ander verhaal. Dan raakt het mooie Adam Smith-plaatje, van de slager, de brouwer en de bakker die elkaar beconcurreren met lage prijzen, uit het zicht. Daar moeten we ingrijpen. En snel ook.’

Oligopolies in Nederland

Internet: KPN en Ziggo zijn zo dominant dat Nederlanders volgens de Consumentenbond vele tientjes per maand méér betalen dan andere Europeanen.

Post: Sinds de overname van Sandd verzorgt PostNL meer dan 95 procent van het volume van de nationale brievenbuspost.

Banken: ING, Rabobank en ABN Amro hebben het leeuwendeel van de markt in handen.

Zorgverzekeraars: Achmea, VGZ, CZ en Menzis bedienen samen 85 procent van de verzekerden.

Meer over