Tomeloze carrièremaker, praatgraag en pedant

Als minister werd hij berucht om de huurharmonisatie. Bij OGEM was hij verantwoordelijk voor een spectaculaire miskoop. Daarna ging hij landschappen schilderen.

Berend-jan Udink (midden) met Prins Bernhard in het studiogebouw van de Wereldomroep in Hilversum, 1969. Beeld anp
Berend-jan Udink (midden) met Prins Bernhard in het studiogebouw van de Wereldomroep in Hilversum, 1969.Beeld anp

Berend-Jan Udink had alleen één A4tje met wat cijfers over 1976. Plus de mondelinge verklaring dat over het lopende boekjaar 51 miljoen winst werd verwacht. Op die basis kocht hij voor OGEM in 1977 voor 170 gulden per aandeel het Duitse bouwbedrijf Beton- und Monierbau (B&M). Een maand later kwam het ontwerp-jaarverslag uit en bleek er een verlies te zijn van 76 miljoen gulden.

Onder de hoede van oud-minister Udink transformeerde OGEM van een overzees energiebedrijf in een bouwconglomeraat. Na vijf jaar bestuurslidmaatschap werd Udink de president. Hij wilde het Duitse bouwbedrijf hebben omdat OGEM een megalomane order had aangenomen voor de bouw van 1.700 appartementen in 32 woontorens in Damman (Saoedi-Arabië). Bij het project van 1,4 miljard gulden werden alle onderdelen prefab aangevoerd vanuit Nederland in speciaal gemaakte schepen. De speciale atoomschuilkelders waren omstreden.

Een tomeloze carrièremaker

Sjeik Rabbani van Koeweit - in de jaren zeventig de bekendste Arabier in Nederland - noemde Udink 'een man die na een bezoek aan het Concertgebouw dacht een Beethoven-symfonie te kunnen spelen'. Udink werd al gauw gezien als een tomeloze carrièremaker, praatgraag en pendant. In New York werd hij na een van zijn vluchten in de boeien geslagen omdat hij een grapje maakte over een bom in zijn koffer.

In 1980 kwam OGEM (20 duizend werknemers) in problemen. Het werd een van de spectaculairste bedrijfsondergangen van de 20ste eeuw. Udink werd de zondebok. Tot verbijstering van de natie eiste hij bij zijn gedwongen vertrek via de rechter een gouden handdruk van 2 miljoen gulden.

Berend-Jan Udink (r) in 1970. Beeld anp
Berend-Jan Udink (r) in 1970.Beeld anp

Landschappen schilderen

Udink (toen 52) trok zich terug op Goeree-Overflakkee en ging doen wat hij altijd had willen doen: landschappen schilderen.

Berend Jan (Bé) Udink is daar dinsdag overleden op 90-jarige leeftijd. Hij werd geboren in een hervormd nest in Deventer, waar zijn vader een biscuitfabriek had. Op jonge leeftijd had hij al aspiraties om kunstenaar te worden, maar zijn plannen leden schipbreuk door de bezetting waarin hij moest onderduiken.

Na de oorlog studeerde hij economie in Rotterdam, waar hij vervolgens ging werken bij de Kamer van Koophandel. In 1962 werd hij algemeen-directeur bij de centrale kamer in Den Haag. Na even geflirt te hebben met de PvdA (hij weigerde militaire dienst wegens de politionele acties) was hij lid geworden van de Christelijk-Historische Unie (CHU).

Tijdens een autorit op 3 april 1967 hoorde Udink op de radio dat hij was benoemd tot minister zonder portefeuille in het kabinet-De Jong, hoewel hij de premier nooit had ontmoet. Udink mocht ontwikkelingssamenwerking gaan doen.

Partijleider van de CHU

Hij kreeg gedaan dat het kabinet zich verplichtte 1 procent van het bbp aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. In 1970 werd hij tot partijleider van de CHU benoemd. In zijn strijd tegen de zedenverwildering maakte hij zich belachelijk door een verkiezingsfoto te laten maken met lang haar en zich met partijgenote freule Wittewaal van Stoetwegen tussen de hippies op de Dam te begeven.

Ook zijn ministersschap voor Volkshuisvesting in het daarop volgende kabinet Biesheuvel I werd geen succes. Udink werd berucht om de fel bekritiseerde huurharmonisatie - een eufemisme voor huurverhogingen.

Udink was getrouwd met Ank van Drumpt met wie hij drie kinderen heeft, onder wie de bekende curator Marc Udink.

Meer over