Toezicht op DNB-bestuur moet ook scherper

Amsterdam Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje stopt er vandaag mee, net als Philipsbaas Gerard Kleisterlee. Ze hoeven zich niet langer te bekommeren om het aantal koffiejuffrouwen per verdieping van De Nederlandsche Bank....

Van onze verslaggever Robert Giebels

Die tienkoppige raad staat sinds dinsdag in de schijnwerpers. Belichter: Michiel Scheltema. De hoogleraar recht kwam met een rapport over de ondergang van DSB Bank en de rol van De Nederlandsche Bank (DNB) daarbij.

Daarop reageerde de demissionaire minister van Financiën De Jager. Volgens hem moet DNB binnen een maand een plan hebben voor een cultuurverandering binnen de organisatie. Daarnaast wordt de wet aangepast om de positie van de raad van commissarissen te versterken.

Feitelijk zegt De Jager: DNB moet op de schop. Politiek en media vertalen dat met: DNB-president Nout Wellink moet opstappen. Dat fixeren op poppetjes is een onderschating van het fundamentele probleem, vinden de hoogleraren Arnoud Boot (economie, Universiteit van Amsterdam) en Harald Benink (bankwezen, Universiteit van Tilburg).

‘De politiek heeft hier het primaat’, zegt Benink. ‘Wellink moet woensdag hebben gezegd of hij het eens is met de kritiek waar de commissie-Scheltema mee komt en eerder de parlementaire commissie-De Wit. Vandaag kan de Kamer dan aangeven of er nog voldoende vertrouwen bestaat in Wellink als DNB-president.’

‘Maar’, zegt Boot, ‘zijn termijn loopt volgend jaar af. Dat is een uitstekend moment om een nieuwe start te maken en die kun je nu beginnen voor te bereiden.’

Kortom: vergeet Wellink en denk: toezichthouder. Vroeger, toen de gulden er nog was, draaide het bij DNB om monetair beleid. Nu dat in Frankfurt wordt gemaakt, is de centrale bank eerst en vooral toezichthouder. ‘Maar de cultuur van nu komt voort uit het behoudende van de vroegere rol’, zegt Boot die in de Bankraad zit, een adviesorgaan van DNB.

De huidige directie van DNB bestaat dan ook uit meer beschouwende mensen, weet Boot. Mensen die goed met de banken kunnen meedenken. ‘Daar is niets mis mee, maar je hebt ook terriërs nodig. Een toezichthouder is iemand die de banken juist het mes op de keel zet.’

Wat evenzeer bij de metamorfose van DNB hoort, is dat er toezicht op de toezichthouder komt. In elke grote organisatie houdt een raad van commissarissen toezicht op het bestuur. ‘Maar bij DNB heeft die raad geen inhoudelijke rol’, zegt Boot. ‘Ze gaan alleen over operationele zaken zoals een verbouwing en het aantal koffiedames per verdieping.’

Commissarissen zoals oud-VVD-leider Frits Bolkestein kunnen formeel wel besluiten nemen over de vervanging van directieleden. Maar dat is, zeker als het om de sterk geprofileerde Wellink gaat, feitelijk vooral een zaak voor de minister van Financiën.

De raad van commissarissen van DNB moet, vinden Boot en Benink, veel belangrijker worden. Commissarissen moeten beslissingen van de toezichthouder kunnen toetsen. Toezicht op toezicht dus.

Ook de Bankraad mag van het lid Boot een grotere rol of een zwaardere stem krijgen. ‘Want DNB hoeft nu formeel nergens verantwoording af te leggen. Dat past niet in deze tijd.’

Steek je energie niet in de vraag of Wellink wel of niet mag aanblijven, is het pleidooi van Boot aan de Kamer. In plaats daarvan moet alle aandacht uitgaan naar het maken van DNB tot een echte toezichthouder.

Alleen moeten politici dat niet aan DNB zelf overlaten. ‘De bank kan natuurlijk nooit zomaar zelf zijn cultuur veranderen’, waarschuwt Boot. ‘Dat moet je aan een loodzware commissie van buitenstaanders overlaten. Die moet de optimale organisatie van DNB bepalen. Met het rapport van Scheltema in de hand.’

Meer over