Toekomst katoenboeren hangt af van WTO

De katoensector van Benin zit in een diep dal. De prijzen op de wereldmarkt dalen, en daardoor is de productie niet meer rendabel....

Vorig jaar had Roger Kponglo nog nooit van de Wereldhandelsorganisatie gehoord. Maar inmiddels weet de kleine katoenboer uit het zuiden van Benin dat zijn toekomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) afhangt. ‘Als in Hongkong geen goed akkoord komt over katoen, stop ik er volgend jaar mee’, zegt Kponglo op het kantoor van de lokale boerenorganisatie UPC in Bohicon, waarvan hij zelf vice-voorzitter is.

Net als zijn collega’s die aan de lange tafel op het stoffige, broeierig hete kantoor zitten, heeft Kponglo zich op zijn paasbest uitgedost om zijn problemen uit de doeken te doen: een gebrek aan machines – zelfs de oogst van de katoen gebeurt met de hand, geen banken om leningen te verstrekken, en hoge prijzen van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, die uit het buitenland moeten komen.

Maar de grootste boosdoener, weten de aanwezige boeren allemaal: Amerika. Door de ongeveer 4 miljard dollar subsidie die de VS jaarlijks aan zijn 25 duizend katoenboeren geeft, worden de prijzen op de wereldmarkt gedrukt.

Twee weken geleden, toen de oogst al lang en breed was begonnen, maakte de regering van Benin, die nog altijd de hoofdrol speelt in de sector, de katoenprijs bekend: 170 duizend West-Afrikaanse francs (260 euro) per ton. ‘Enorm ontmoedigend’, zegt Kponglo. Te meer daar veel boeren niet meer dan een ton of twee katoen per jaar produceren. Alleen daarmee verdienen ze geld. Voor de rest verbouwen ze gewassen als maïs en cassave om zichzelf in leven te houden, vertelt Kponglo, die zelf drie vrouwen onderhoudt.

Jean Aligbononnon, de penningmeester van de boerenorganisatie, rekent midden op een katoenveld voor dat zij die 170 duizend West-Afrikaanse francs (CFA) al bijna kwijt zijn aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen en de loonarbeiders die bij de oogst helpen. En dan is de arbeid die hun kinderen op het veld verrichten niet eens inbegrepen. ‘Wij hebben 250 duizend CFA per ton nodig om goed rond te komen’, zegt hij, terwijl drie vrouwen met grote katoenbalen op hun hoofd langslopen. Ze zijn op weg naar het nabijgelegen dorp, van waaruit de katoen naar de fabriek wordt gebracht om te worden ontpit.

Door de dalende prijzen is katoen voor steeds meer boeren in Benin niet langer rendabel, en is de sector in een grote crisis terechtgekomen. ‘Vorig jaar werd er nog 426 duizend ton katoen geoogst’, zegt Léopold Lokossou, president van de koepel van boerenorganisatie Fupro in de hoofdstad Cotonou. ‘Dit jaar verwachten we in Benin nog geen 300 duizend ton.’

De overheid probeerde in 2004 nog te redden wat er te redden viel door boeren een premie van 15 duizend West-Afrikaanse francs (23 euro) per ton te beloven. Maar uiteindelijk kwam zij vanwege haar eigen budgetproblemen niet met het geld over de brug. Lokossou: ‘De overheid heeft over vorig jaar een betalingsachterstand aan de boeren van 4,8 miljard West-Afrikaanse francs (7,3 miljoen euro). Momenteel heeft zij niet eens het geld om de verkiezingen, die voor het voorjaar zijn uitgeschreven, te bekostigen.’

Een fikse tegenvaller voor de boeren van Bohicon. ‘Ik kan de schoolboeken van mijn kinderen niet meer betalen’, zegt Kponglo. ‘We zullen terug moeten naar gewassen die we voor de jaren tachtig verbouwden, zoals pinda’s en palmolie.’

‘60 Procent van de actieve bevolking is van katoen afhankelijk. 40 Procent van onze export bestaat eruit’, zegt Pascal Houssou, een hoge ambtenaar op het handelsministerie. ‘Benin en de andere West-Afrikaanse katoenlanden Burkina Faso, Mali en Tsjaad lopen door de Amerikaanse subsidies jaarlijks 250 miljoen dollar aan inkomsten mis’, zegt hij te midden van stapels dossiers op zijn werkkamer. In deze landen zijn meer dan 10 miljoen boeren van katoen afhankelijk. ‘Met de Doha-ronde heeft de WTO de ontwikkeling van arme landen centraal gesteld’, zegt Houssou. ‘Maar tot nu toe is er op dat vlak niets gebeurd. Het zal dus een hard gevecht worden in Hongkong.’

Wat in ieder geval scheelt, is dat de Beninese delegatie van 26 man sterk nu weet waarover ze praat. ‘Mede door steun van Nederland. Vroeger zaten we bij een handelstop alleen maar te luisteren.’

President Lokossou van de boerenbonden heeft niettemin lage verwachtingen. ‘In de WTO geldt de wet van de jungle. Er zijn wel regels, maar ze worden niet gerespecteerd door landen als de VS.’

Meer over