Toch verdienen op beurs door harder werken

De koersgrafiek oogt vertrouwd: een langzaam maar onmiskenbaar omhoog kabbelende lijn, die aan momentum wint, als een vulkaan uitbarst, volledig in elkaar stort en tenslotte haperend en sputterend de voorzichtige, maar veel vlakkere lijn naar boven weer hervindt....

Het gebeurde met de Dow Jones ten tijde van de grote krach van 1929, met de goud-en zilverprijzen eind jaren zeventig, en met de Nikkei-index begin jaren negentig, toen beleggers abrupt tot het besef kwamen dat de zon ook in Japan niet tot in het oneindige blijft rijzen.

De overeenkomsten tussen de koersgrafieken zijn verbluffend, en het feit dat de Nasdaq er naadloos op blijkt te passen, stemt allerminst hoopvol voor de nabije toekomst, zo betoogt Theo Kraan, directeur effecten van CenE Bankiers. Het is geen vrolijke boodschap, maar wel een bevestiging van het vermoeden dat veel beleggers al maanden in hun greep houdt. Volgens Kraan zitten beleggers momenteel in een postmanietijdperk, en is de kans groot dat de aandelenkoersen nog jaren volgens de huidige slaapverwekkende trend zullen voortkabbelen.

Behalve de Mania-index zijn er meer gebeurtenissen uit het verleden die inzicht in het heden bieden, zo weet Kraan. De gouden jaren tachtig en negentig, waarin Nederlandse beleggers jaarlijks ongeveer 20 procent rendement konden bijschrijven, waren historisch gezien zeer uitzonderlijk. De eerste tachtig jaar van de twintigste eeuw leverden Nederlandse aandelen gemiddeld 6,5 procent rendement per jaar op. Na zijn introductie in 1983 heeft de AEXindex ten opzichte van bijvoorbeeld zijn Amerikaanse evenknieën een enorme inhaalslag gemaakt.

Particulieren en pensioenfondsen belegden daarvoor nauwelijks in aandelen en het buitenland had vrijwel geen belangstelling voor Nederlandse stukken. Dit leidde tot spotprijzen. 'Koersen die in verhouding tot de winst veel en veel lager lagen dan nu', aldus Kraan. 'De koers-winstverhoudingen liggen nu nog steeds een stuk hoger dan je in een post-crashperiode zou mogen verwachten.' Aandelen zijn volgens Kraan nog altijd duur en er is derhalve weinig reden om aan te nemen dat we aan de vooravond staan van een nieuwe, langdurige groeispurt. Tel daarbij op de dreiging van inflatie, internationale spanningen, stijgende olieprijzen, lage bezettingsgraden, sluimerende boekhoudschandalen en getemperde winstverwachtingen, en de tijd lijkt rijp om als belegger te maken dat je wegkomt.

'Ho ho', zegt Kraan, 'er is in deze markt wel degelijk geld te verdienen, al zal er wel harder voor moeten worden gewerkt.' Hoe? Om te beginnen door aandelen op hun fundamentele waarde, zoals winstgevendheid, marktaandeel en strategie, te beoordelen. De belegger moet zich niet blindstaren op overspannen groeiverwachtingen, maar een gespreide portefeuille samenstellen met aandelen met een gezonde koers-winstverhouding, die bovendien een aantrekkelijk en enigszins voorspelbaar dividend uitkeren.

Als voorbeeld noemt hij zijn voormalige werkgever ABN Amro. Over 2003 was dit bankaandeel goed voor 95 eurocent dividend, ofwel een dividendrendement van ruim 5 procent. Natuurlijk, de koers van ABN Amro heeft in voorgaande jaren geregeld flinke tikken gekregen, maar zolang je niet hoeft te verkopen en het dividend op niveau blijft, levert alleen het dividend al veel meer op dan een spaarrekening. Met een beetje lange adem is het bovendien aannemelijk dat daar in de loop der jaren nog wat koerswinst bijkomt.

Het schrijven van call-opties is volgens Kraan een aardige manier om het rendement wat op te vijzelen. Degene die een optie schrijft, ontvangt een premie en gaat de verplichting aan de onderliggende aandelen te leveren als de tegenpartij dat wil. Wederom uitgaand van een aandeel ABN Amro bij een koers van 17,50 euro, levert de verkoop van iedere call-optie met een uitoefenprijs van 18,50 euro en een looptijd tot oktober 2004, een kwartje op. Blijft de koers onder die 18,50 euro, dan loopt de optie voor de tegenpartij waardeloos af en steek je dat kwartje, ofwel een kleine 1,5 procent extra rendement in je zak. Als de koers echter tot boven de 18,50 euro stijgt, zal de koper van de optie zijn aandeel opeisen, maar heeft de belegger over vier maanden dus wel dat kwartje plus een euro koerswinst, ofwel ruim 7 procent rendement geboekt.

Dat is wat Kraan bedoelt met harder werken; hier wat schrapen, daar wat sprokkelen. En 'spelen met de trend'. Waar de AEX-index momenteel gevangen lijkt tussen 250 en 350 punten, zal dat in 2008 zo tussen 350 en 450 zijn, verwacht Kraan. Zoals het beurskoersen betaamt, zal het een hobbelige weg zijn. Ook daar kan iemand volgens Kraan zijn voordeel mee doen. Als de AEX binnen een paar maanden naar 400 zou schieten, kun je volgens de door Kraan voorgespiegelde trend wachten op een correctie naar beneden. 'Kies op dat moment voor fondsen die traditioneel minder gevoelig zijn voor bewegingen van de AEX, zoals vastgoedfondsen. Andersom zal het bij een verwachte stijging lonen om juist in overgevoelige fondsen als Aegon en ING te zitten.' Ook in deze tamme periode moet zo volgens Kraan al snel 7 tot 8 procent rendement per jaar kunnen worden gehaald. 'En zeg nou zelf, beleggen is op deze manier toch eigenlijk ook veel leuker?'

Meer over