ColumnFrank Kalshoven

Tientallen miljarden voor klimaat- en stikstofbeleid is niet per se goed nieuws

null Beeld
Frank Kalshoven

De partijen die onderhandelen over een coalitieakkoord, bespreken het idee om tientallen miljarden euro’s te lenen, in een of meerdere fondsen te stoppen, en dit geld de komende jaren te gebruiken voor ambitieus klimaat- en stikstofbeleid. Is dit nou goed of slecht nieuws? Ook zonder de details te kennen is het goed hier vast over te gaan nadenken. Dus dat gaan we doen.

Goed nieuws lijkt me sowieso dat ook CDA en VVD er nu blijkbaar van doordrongen zijn dat deze onderwerpen – klimaat en stikstof – serieus aangepakt moeten worden. De tijd van pappen en nathouden, bagatelliseren en meestribbelen, is blijkbaar voorbij.

Maar waarom een of meerdere fondsen? Er is toch gewoon een rijksbegroting? Er komen jaar in, jaar uit belasting- en premieopbrengsten binnen, er gaan overheidsuitgaven uit, óók aan klimaat- en stikstofbeleid.

Ik kan er ten minste drie argumenten voor bedenken. Ten eerste: de overheid kan nu heel goedkoop lenen, en dat is een mooi moment om een potje te vormen voor uitgaven waarvan je weet dat je ze in de toekomst toch moet gaan doen. Dit is het goedkoopgeld-argument.

Ten tweede: bij klimaat- en stikstofbeleid gaat het om eenmalige transities. De economie, inclusief de landbouw, moet éénmalig worden verbouwd, verduurzaamd, en dit eenmalige karakter onderscheidt de uitgaven hieraan van andere, zoals overheidsconsumptie (potloden, soldatensalarissen) en inkomensoverdrachten (uitkeringen zoals AOW). Als die transities inderdaad zo veel begrotingsgeld vragen, bestaat het risico dat de reguliere uitgaven erdoor in de verdrukking raken. Potjes maken het mogelijk de structurele overheidsuitgaven te scheiden van de eenmalige. Dit is het eenmaligheids-argument.

Ten derde: de transitie van de economie mag dan eenmalig zijn, die duurt toch langer dan één kabinetsperiode. Een aangelegd potje verkleint de kans dat een volgend kabinet de ingezette transitie tussentijds onderbreekt. Er ontstaat zo dus meer zekerheid over de koers voor bedrijven, boeren en burgers. En de handelingsvrijheid van een toekomstig kabinet wordt ingeperkt. Afhankelijk van waarop je de nadruk legt, is dit het bestendigheids-argument (meer zekerheid), of het Odysseus-argument (een toekomstig kabinet wordt, voor de goede zaak, gebonden door het huidige).

Goed idee dus, die fondsen? Nou, niet per se. Er valt op de argumenten vóór het nodige af te dingen. Het goedkoopgeld-argument? Speculatie. Het eenmaligheidsargument: als we er tot 2050 mee bezig zijn, zijn dat dan tijdelijke uitgaven? Het Odysseus-argument? Over het politieke graf heen regeren.

Maar er zijn ook argumenten tegen. Het eerste: fondsen vertonen de neiging te verloederen en mislukken. Het Fonds Economische Structuurversterking (FES), dat werd gevuld met aardgasbaten om er productieve investeringen mee te doen, werd een grabbelton voor ministers op zoek naar geld. Het FES werd in 2011 opgeheven. Het Nationaal Groeifonds? Komt niet uit de startblokken. Fondsen worden steevast opgericht met de beste bedoelingen, die echter zelden uitkomen. Noem dit het verloederings-argument.

Het tweede: al die euro’s moeten wel nódig zijn. Om maatschappelijk doelen te bereiken, staan altijd meerdere wegen open. Eén ervan is subsidiëren, en dat kost de overheid geld. Maar de overheid kan ook regels stellen, of heffingen opleggen. Dat kost de overheid niets. De vraag is: welke maatregelen dragen het effectiefst, efficiëntst (en eerlijkst) bij aan het bereiken van het maatschappelijke doel? We weten nog niet wat de coalitie in petto heeft. Maar grote fondsen lijken een aanwijzing dat de coalitie van zins is voor Sinterklaas te spelen. Dit is het goedheiligman-argument.

Fondsen? Knap lastige dingen. Ik zou onderhand weleens een regeerakkoord willen lezen.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over