Tablet houdt Keniaanse meester bij de les

Om het erbarmelijke onderwijs op te krikken hebben enkele Afrikaanse regeringen een Amerikaans onderwijsbedrijf in de arm genomen. Een tablet vertelt de meesters en juffen wat te doen.

Wim Bossema
Een schoolmeester geeft op een Bridge-school in Kangemi (Nairobi) les met een tablet die hem vertelt wat hij moet zeggen en vragen, en wanneer de schooldag begint en is afgelopen. Beeld David Mutua
Een schoolmeester geeft op een Bridge-school in Kangemi (Nairobi) les met een tablet die hem vertelt wat hij moet zeggen en vragen, en wanneer de schooldag begint en is afgelopen.Beeld David Mutua

'De statistieken zijn beroerd; we hebben onvoldoende opgeleide en gekwalificeerde onderwijzers; ze zijn te weinig aanwezig op school; de leerresultaten zijn onder de maat voor elke student.' Het zijn ontluisterende woorden voor een minister van Onderwijs, George Werner in Liberia. In zijn wanhoop heeft hij zijn toevlucht genomen tot Bridge International Academies, een jong Amerikaans bedrijf dat zeer goedkoop basisonderwijs levert.

De Liberiaanse regering kan het geld beter steken in de bestaande scholen, die zonder goede leerboeken zitten, betoogt de leider van de Liberiaanse onderwijsbond, Samuel Johnson. Maar volgens minister Werner moet er iets nieuws worden geprobeerd: in het huidige onderwijs haalt maar eenvijfde van de leerlingen het einde van de basisschool. Hij wil vijftig particuliere basisscholen van Bridge toelaten en kijken of dat particuliere onderwijs beter verloopt.

Mede betaald door Gates en Zuckerberg

Bridge is een typisch Silicon Valley-initiatief. Bedacht door drie jonge enthousiastelingen, mede betaald door Bill Gates en Facebook-miljardair Zuckerberg. De tablet speelt een sleutelrol voor de onderwijsbegeleiders; de Nooks worden geleverd door sponsor Barnes & Noble. De persoon voor de klas hoeft geen onderwijzer te zijn: op de tablet verschijnt precies wat ze moeten zeggen en vragen, hoe ze moeten evalueren, wat de vragen voor proefwerken zijn en wanneer de schooldag begint en is afgelopen.

Via de tablet houdt Bridge ook in de gaten of de 'docent' verschijnt of niet.

De professionele website toont vele vrolijke kinderen in Kenia, waar de drie oprichters (het echtpaar Shannon May en Jay Kimmelman en Phil Frei) in 2008 begonnen met hun brainwave van een 'school-in-a-box'. Het doel: 'elk kind de kans te geven op basisonderwijs van hoge kwaliteit, ongeacht het gezinsinkomen'. Gemiddeld betalen ouders 6 dollar (5,33 euro) per maand. Dat kan alleen als de schaal groot is, volgens Bridge; in een paar jaar tijd kwamen er meer dan vierhonderd Bridge-scholen in Kenia en werden er enkele tientallen in buurland Oeganda geopend. Bridge heeft plannen voor uitbreiding naar India en landen in West-Afrika, zoals Liberia.

Het terrein van oude hulporganisaties overnemen

Bridge is ook een typisch voorbeeld van de trend dat commerciële bedrijven, al dan niet met een filantropische component, het terrein overnemen van de oude hulporganisaties en de missie. Ruim honderd internationale ngo's als ActionAid en Keniaanse organisaties protesteerden dan ook tegen miljoenensteun van de Wereldbank aan Bridge. Het ondermijnt het bestaande onderwijs verder, vergroot de ongelijkheid tussen leerlingen en demotiveert de onderwijzers in de reguliere scholen, vinden ze. De vijfduizend 'studiebegeleiders' op Bridgescholen verdienen de helft van de onderwijzers in overheidsdienst, slechts een op de drie heeft een onderwijsbevoegdheid.

De ophef begon toen Wereldbankdirecteur Jim Yong Kim een jaar geleden Bridge in een toespraak expliciet een pluim gaf. 'Bridge International Academies gebruikt software en tablets in scholen die meer dan 100 duizend leerlingen in Kenia en Oeganda onderwijzen. Na ongeveer twee jaar zijn de gemiddelde scores voor lezen en rekenen van de leerlingen ver uitgestegen boven die van hun leeftijdsgenoten op openbare scholen.'

Over het reguliere onderwijs in Kenia zei Kim: 'Meer dan 50 procent van de jongeren in Kenia die zes jaar school achter de rug hebben kan nog geen simpele zin lezen.'

Kim kreeg kritiek omdat hij zich baseerde op een onderzoek dat Bridge zelf had laten uitvoeren. Ook de kosten van 6 dollar per maand worden betwist. Bridgedirecteur May heeft verduidelijkt dat er bijkomende kosten kunnen zijn en dat het bedrag tot 13 dollar kan oplopen.

Minder dan drie uur per dag les

De armzalige staat van het reguliere onderwijs in de meeste Afrikaanse landen is de werkelijke oorzaak waarom een initiatief als Bridge kans van slagen maakt met een educatief armoedig programma (de leerlingen krijgen géén tablet). Een onderzoek van de Wereldbank wees uit dat in Kenia 45 procent van de onderwijzers in vaste dienst helemaal geen les geeft en dat leerlingen nog geen drie uur per dag les krijgen. Bij Bridge is dat acht tot tien uur en de klassen zijn veel kleiner. Bridge-scholen - die even sober zijn uitgerust als die van de regering - zijn er ook in de sloppenwijken van de hoofdstad Nairobi.

Toch voert de onderwijzersbond van Kenia samen met ngo's campagne voor sluiting van de scholen en heeft de regering verdere uitbreiding bevroren, meldt de Keniaanse krant Business Daily.

Bridge stoomt de leerlingen klaar voor de toetsen en examens in hun land. Op alle scholen gebeurt op hetzelfde moment hetzelfde, aangestuurd door het tablet-programma. Voor de leerlingen is dit al een hele verbetering, een juf of meester die voorleest van een tablet. Maar het is ook een teken hoe slecht het onderwijs ervoor staat in Afrika, dat hard is geraakt door de bezuinigingen in de jaren tachtig en negentig, opgelegd door het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.

De trots van elk dorp

Ooit werd het onderwijs gezien als de basis voor economische en sociale ontwikkeling. In de meeste jonge Afrikaanse naties (onafhankelijk geworden rond 1960) was onderwijs een bron van inspanningen en enthousiasme, bijna overal was het gratis. De school werd de trots van elk dorp.

Julius Nyerere, de eerste president van Tanzania schreef er in 1967 een invloedrijk essay over: Education and self-reliance (Onderwijs en op eigen benen staan). Het koloniale en missie-onderwijs moest op de schop: kinderen moesten niet alleen leren rekenen en schrijven, maar ook les krijgen over landbouwtechnieken en gezondheidszorg. En dus kregen de basisscholen schooltuinen en kippenhokken. Nyerere (bijnaam: mwalimu, leraar) schreef: 'Het belangrijkst van alles is dat onze basisschoolverlaters in staat zijn een rol te spelen en te helpen in de gemeenschappen waaruit ze komen.'

Meer over