'Tabaksblat voldoende nageleefd'

De aanbevelingen van de code-Tabaksblat over goed ondernemingsbestuur worden voldoende nageleefd. Dat concludeert een commissie onder leiding van Jean Frijns, die in kaart heeft gebracht in hoeverre de code is nageleefd in het eerste jaar dat hij van kracht was....

Volgens Frijns, de voormalig directeur van het pensioenfondsABP, wordt 88 procent van de aanbevelingen nageleefd door hetNederlandse beursgenoteerde bedrijfsleven. Frijns noemt datpercentage 'hoog'.

Sinds 1 januari van dit jaar is de code-Tabaksblat vankracht. De code is het resultaat van het werk van decommissie-Tabaksblat, die tot doel had het vertrouwen in het Nederlandse beursgenoteerde bedrijfsleven te herstellen.

In de code staan aanbevelingen over onder meer de hoogte vande salarissen en de bonussen in de top van het bedrijfsleven ende rol van aandeelhouders en commissarissen. De code iswettelijk verankerd: bedrijven zijn verplicht de aanbevelingenin de code op te volgen, of - als ze dat weigeren - daarverantwoording over af te leggen.

Volgens Peter Paul de Vries, de directeur van de Verenigingvan Effectenbezitters (VEB) die in de commissie-Tabaksblat zat,is het beeld een stuk minder rooskleurig dan Frijns en de zijnen schetsen. 'De commissie heeft niet naar de kwaliteit van detoelichting gekeken, alleen naar de vraag of er een toelichtingis gegeven. Dat zegt natuurlijk niet zoveel.'

De VEB heeft onlangs zelf een onderzoek gepubliceerd hoebedrijven de aanbevelingen navolgen. Tot de best presterendeondernemingen behoorden onder meer het postbedrijf TNT, het bouwbedrijf BAM en het supermarktconcern Ahold. De achterhoedewordt volgens de VEB gevormd door het ingenieursbedrijf Fugro,het financiële concern Fortis en het bouwbedrijf Heijmans.

Ook Eumedion heeft kritiek op de bevindingen van Frijns. Dezeorganisatie van grote institutionele beleggers noemt het een'gemiste kans' dat de commissie niets zegt over de aard van deuitleg, als bedrijven afwijken van de code.

Afwijkingen van de code doen zich vooral voor bij de kleinerebedrijven, en bij de bedrijven die hun hoofdnotering aan eenbuitenlandse beurs hebben. Vooral op het gebied van desalariëring van het bestuur is er ruimte voor verbeteringen,concludeert Frijns.

Meer over