STEMMEN MET DE PORTEMONNEE

0 K HERINNER me aan het eind van de jaren zeventig dat veel mensen het verschijnsel van de individualisering afdeden als een voorbijgaand modeverschijnsel....

Wel leefde toen bij velen de overtuiging dat steeds verdergaande medezeggenschap van werknemers een voortgaand proces zou zijn. Niemand heeft toen voorzien dat ook dat verschijnsel onderhevig zou zijn aan individualisering. Medezeggenschap via collectieve arrangementen is ingehaald door het besef van werkgevers dat het aanspreken van werknemers op hun eigen verantwoordelijkheid en het geven van een behoorlijke eigen ruimte het meeste oplevert. Vandaar ook de veel grotere prioriteit die bedrijven tegenwoordig geven aan scholing. Investeren in mensen levert minstens zo veel op als investeren in machines.

Een nieuwe trend - of is het mode? - betreft de aandacht die bedrijven geven aan het zogenoemde maatschappelijk ondernemen. In NRC Handelsblad van zaterdag 3 mei discussieerden over dat onderwerp Paul Rosenmöller, fractievoorzitter van GroenLinks, oud-premier Lubbers en Herkströter, president van Shell. Alleen al deze combinatie spreekt boekdelen over de grondig gewijzigde verhoudingen in onze samenleving. Nog geen tien jaar geleden zou dit onmogelijk zijn geweest.

Ook de toon en aard van de discussie passen in het nieuwe constructivisme in Nederland. Rosenmöller had kennelijk de bedoeling duidelijk te maken dat de nieuwe gedragscode voor managers van Shell eigenlijk alleen pr-waarde had omdat er geen externe toetsing zou kunnen plaatsvinden, maar voor hij het wist had Herkströter al gezegd dat hij externe toetsing als een vanzelfsprekendheid beschouwde. Het is eigenlijk te mooi om te geloven.

Door een complex van oorzaken, waaronder de wereldwijde revolutie in communicatiemogelijkheden ontstaat er een mondiale economie die de betekenis van grenzen tussen landen reduceert en die de macht van nationale overheden sterk inperkt. Een deel van de regelgeving, vooral de economie betreffende, wordt overgenomen door internationale instituties, zoals de Europese Commissie, maar ook door instellingen als het IMF, de Wereldbank en de WTO.

Democratische controle op deze instellingen ontbreekt geheel. Naarmate de invloed van democratisch gecontroleerde overheden afneemt, neemt die van ongecontroleerde multinationale ondernemingen toe. De omzet van een onderneming als Shell overstijgt het bruto nationaal product van heel wat lidstaten van de Verenigde Naties. En wat gebeurt er: in de hele westerse wereld worden vooral de grote ondernemingen bevangen door een verantwoordelijkheidsbesef voor het wel en wee van de burgers in de landen waar ze opereren.

Het is niet verwonderlijk dat het zogenoemde maatschappelijk ondernemen met een flinke portie wantrouwen wordt bekeken. Zo ook door de politicoloog R. Barber, een adviseur van president Clinton. Hij sprak afgelopen maandag op het symposium 'De toekomst van de civil society' op het Nexus-Instituut in Tilburg. Volgens hem zitten de multinationals te veel gevangen in de cycli van korte termijn winstdoelstellingen die de aandeelhouders van ze eisen. Vijf jaar geleden zou ik het daar nog blind mee eens zijn geweest. Maar nu twijfel ik.

Ik geloof niet dat bestuurders van multinationals ineens betere mensen zijn geworden. Maar ik heb afgeleerd motieven van mensen belangrijker te vinden dan het feitelijk gedrag. Naar motieven moet je altijd gissen, gedrag kun je meten.

En het is een feit dat Shell zijn beleid in Nigeria onder invloed van de publieke opinie heeft gewijzigd en dat de Brent-Spar niet is afgezonken. Dat laatste zelfs tegen beter weten in, want het afzinken was voor het milieu per saldo beter geweest dan het ontmantelen op de wal. Maar Shell deed het uit angst voor de consument.

De communicatie-explosie heeft niet alleen het wereldwijde zakendoen makkelijker gemaakt, maar ook het verspreiden wan informatie. Vierhonderd jaar lang waren voor het opslaan en verspreiden van informatie gedrukte media nodig, met alle beperkingen van dien. Nu wordt informatie in praktisch iedere gewenste vorm in vrijwel onbeperkte hoeveelheid met hoge snelheid over de hele wereld verspreid. Niet gecontroleerd door welke macht dan ook. De computer is dus niet de opvolger van de telmachine, maar van de drukpers. Dat geeft consumenten in potentie een vrijwel ongebreidelde macht over alle multinationals. Nu nog ongecoördineerd, maar ik sluit niet uit dat generaties die opgroeien met het world wide web daar iets op vinden.

Wat een prachtige synchrone ontwikkeling in de geschiedenis zou dat zijn. De ontwikkeling in de technologie die de mondiale economie creëert en de macht van staten ondermijnt, creëert tegelijkertijd een wereldwijd platform om de ontstane gaten weer op te vullen. Stemmen, niet met potlood en papier, maar met de muis van de electronische portemonnee.

Meer over