ColumnFrank Kalshoven

Spoelt er straks een inflatiegolf over de economie?

null Beeld

Overal waar je kijkt: tekorten. Computerchips zijn zo schaars dat autofabrikanten hun productie nauwelijks op peil kunnen houden. Bouwbedrijven betalen zich scheel aan materialen, vooral aan hout, als het al op tijd in de gewenste hoeveelheden te krijgen is. Medicijnen? Schaars. E-bikes. Ook schaars.

Spoelt er straks een inflatiegolf over de economie? Dat is geen al te gekke gedachte.

Het huidige inflatieniveau is nog relatief laag. Deze week meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) juist dat de inflatie in juli is gedaald tot 1,4 procent. Dit is volgens het CBS vooral te danken aan het kabinet dat een maximum stelde aan de huurverhogingen per 1 juli van dit jaar. De julidaling is dus (deels) kunstmatig.

Er is niet alleen tekort aan een groot aantal producten. In Nederland worden ook de mensen schaars. Huisartsen bijvoorbeeld. Docenten. Bouwvakkers. Maar ook: horecapersoneel. De werkloosheid, meldde het CBS onlangs, is alweer gedaald tot onder de driehonderdduizend mensen, bijna op pre-coronaniveau. De ‘spanning’ op de arbeidsmarkt, het aantal werklozen ten opzichte van het aantal vacatures, is ‘hoog’.

In zo’n situatie, waarin dus zowel productschaarste bestaat als krapte op de arbeidsmarkt, verwacht je normaal gesproken oplopende inflatie. Schaarste op de arbeidsmarkt duwt de beloning daar omhoog, wat weer bijdraagt aan hogere prijzen voor producten en diensten. Een ‘loonprijsspiraal’.

Daar komt bij dat van alle kanten euro’s op het inflatievuurtje worden gegooid. De Nederlandse overheid blijft maar ‘coronasteun’ uitdelen. De Europese Centrale Bank houdt vast aan het zeer expansieve monetaire beleid. Huishoudens voelen bestedingsdrang, zowel door het opgepotte spaargeld uit 2020, als door de negatieve rente op bankrekeningen. Die inflatiegolf lijkt, zo bekeken, een zekerheidje.

Is dat wel zo? Altijd naar twee kanten van het verhaal kijken.

De eerste nuancering is dat een deel van de productschaarste veroorzaakt is door de coronacrisis, en een tijdelijk karakter heeft. Tijdens de crisis zijn voorraden afgenomen (vrijwillig, of omdat er tijdelijke geen handel mogelijk was), en het aanzuiveren van de voorraden nu verhoogt, tijdelijk, de vraag naar producten. Dit voorraadeffect ebt vanzelf weg.

Twee. De werkloosheid in Nederland is weliswaar laag, maar de ‘ontmoedigden’ zijn nog niet teruggekeerd op de arbeidsmarkt. Dit zijn mensen die zich in tijden van hoge werkloosheid terugtrekken van de arbeidsmarkt, om pas weer terug te keren als er schaarste is. Deze ‘discouraged workers’ vormen een stille reserve. Ze zullen de komende tijd terugkeren waardoor de loonstijgingen worden gedempt. Trouwens: de groei van cao-lonen daalt dit jaar zelfs.

Drie: Het consumentencoronaspaargeld is ook een eenmalige impuls. Straks is het spaargeld verbrast, en herneemt de consumptieontwikkeling zijn normale loop. Dit verlicht de druk op product- en dienstenmarkten.

Vier: We mogen toch zeker hopen dat het kabinet zijn laatste ronde coronasteun heeft afgekondigd?

Deze nuanceringen wijzen dus in de richting van een tijdelijk inflatiegolfje.

Maar de grote onzekere factor is het monetaire beleid. Op vermogensmarkten (huizen, aandelen) is er al gierende inflatie door het ruime geldbeleid. En die vermogenswinsten kunnen op hun beurt de consumptie weer aanjagen, bijvoorbeeld via een verbouwingshypotheek. Waar weer extra hout voor nodig is. En een extra stel bouwvakkers. Die extra bier moeten bestellen in de horeca. En zo kan het golfje alsnog een golf worden.

De uitkomst durf ik niet te voorspellen. Maar echt gerust ben ik er niet op. Anders had ik er geen stukje over geschreven.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over