Spaanse Popeyes vechten voor hun olijfjes

'We moeten voorkomen dat een domoor de toekomst van de Spaanse olijf bepaalt.' Commissaris Franz Fischler wil de olijvensector in Europa hervormen en maakt daarbij geen vrienden in Andalusië....

HET FRONT van de olijvenoorlog verschuift naar Amsterdam. De verdedigers van de olijf, de Spaanse boeren, zullen hun tegenoffensief voorlopig bekronen met een actie op de Dam. Op 16 juni verzamelen zich daar de Europese leiders, en die zullen glibberend en glijdend over de met olijfolie ingevette keitjes moeten proberen de vergaderzaal te bereiken. Dat zal ze tot inkeer brengen en de geraamde moord op de Spaanse olijvensector verijdelen, hopen de boeren.

Tot die tijd zwerven de Spaanse stoottroepen over Europa's wegen. Een man of duizend onderneemt de Mars voor de verdediging van de olijfboom, belegert de Europese vertegenwoordiging in Madrid, en meldt zich luidruchtig in steden als Parijs, Bonn en Brussel. Het boerenleger grijpt de lange tocht tevens aan voor positieve actie: 'Eet meer olijfolie, het is gezond en lekker.'

Verontwaardiging gemengd met paniekgevoelens heeft de sector op de been gebracht. De Europese Unie wil de olijvenbranche drastisch hervormen, vooral door de productie te beperken. De plannen zijn een catastrofe, met name voor Andalusië. Zonder olijven is deze zuidelijkste deelstaat nergens meer. Producenten en vakbonden schatten de schade van de hervorming voor Andalusië op 600 miljoen gulden per jaar en tenminste vijftienduizend arbeidsplaatsen.

De Europese Unie, dat is voorlopig landbouwcommissaris Franz Fischler. De Oostenrijker heeft een voorstel bij de Commissie gedeponeerd dat beoogt de productie van olijfolie in de hele Unie aan banden te leggen. Fischlers belangrijkste wapen is een wijziging van het subsidiebeleid: Brussel moet niet langer subsidie verstrekken voor de productie van olijfolie, maar overstappen op een systeem dat de boeren per olijfboom betaalt. Door het aantal bomen dat voor subsidie in aanmerking komt aan een maximum te binden, wordt vermindering van de productiecapaciteit mogelijk. Bovendien is het systeem doorzichtiger: 'Het is nu eenmaal gemakkelijker bomen te tellen dan olie', weet Fischler.

Fischler kletst uit zijn nek, roepen de Spaanse producenten. Hij heeft niet het minste benul van onze werkelijkheid. De producenten worden onomwonden gesteund door Loyola de Palacio, de Spaanse minister van Landbouw: 'De heren in Brussel weten absoluut niets van de olijvensector.' Loyola de Palacio trachtte de lacune in Fischlers kennis op te vullen. Zij nodigde de commissaris uit voor een veldbezoek, hetgeen op een fiasco uitliep en alleen het bestaande oordeel over 's mans onbenul ter zake bevestigde.

'Niet zuigen, niet zuigen', schreeuwt Loyola haar gast toe. De commissaris is zojuist een wijnzak aangereikt, en hij maakt aanstalten de tuit aan zijn mond te zetten. 'Die is voor het eerst op het platteland', hoont een boer. 'Hij heeft nog nooit van zijn leven een wijnzak gezien.' Even later volgt een nieuwe uitbarsting van de omstanders op de finca (boerderij). Fischler bukt zich en raapt een vers van de boom gevallen olijf op. 'Die kun je zo niet eten', schettert het gezelschap, wanneer hij het vruchtje in zijn mond wil stoppen.

'We moeten voorkomen dat een domoor de toekomst van de Spaanse olijf bepaalt', concludeert de boer.

Fischler komt niet tot andere gedachten. Aan het einde van zijn tweedaagse bezoek meldt Fischler dat hij onverkort vasthoudt aan zijn hervormingsvoorstellen.

Misschien hebben de gastvrouw en haar adviseurs het niet zo slim aangepakt. Fischler wordt tijdens zijn bezoek op een exclusief olijfolie-dieet gezet. Hij moet eraan geloven: brood met olijfolie, aubergines gebakken in olijfolie, salmorejo-saus gemaakt met olijfolie, verschillende omeletten met olijfolie, salades met olijven en knoflook gebakken in olijfolie, een toetje van sinaasappel bestrooid met suiker en olijfolie. En als hij het glas mag heffen, proeft hij geen wijn, maar virgen extra, de maagdelijke eerste persing van de olijfolie.

De commissaris moet lichtelijk ongesteld zijn teruggevlogen naar Brussel. Zijn idee dat er sprake is van overproductie, moet in Andalusië bevestigd zijn: ze hebben daar zoveel olijfolie dat ze van gekkigheid niet weten wat ze ermee moeten doen.

De olijfboom verleent het Spaanse landschap zijn identiteit, met name in het zuiden. Ruim twee miljoen hectaren zijn beplant met de bomen waarvan Andalusië 60 procent voor zijn rekening neemt. De olijfboom is door de eeuwen heen bezongen door dichters als García Lorca en Antonio Machado. 'En nu willen ze Machado opknopen aan een olijfboom', chargeert schrijver-columnist Francisco Umbral.

Spanje is de onbetwiste wereldleider in de olijfolie-branche: 31 procent van de wereldproductie, bijeengebracht door een half miljoen producenten. Dankzij de overvloedige regens van de laatste twee winters zal het aantal olijfbomen stijgen van 166 miljoen naar 240 miljoen. Dat zijn er volgens Fischler minimaal dertig miljoen te veel, gezien de beperkte mogelijkheden tot het vergroten van de afzet. De consumptie in de olijfolie producerende landen (Spanje, Italië, Griekenland, Portugal en Frankrijk) stagneert, en de kans op een spectaculaire vraagstijging in Noord-Europa is klein.

In 2000 zal Spanje niet meer dan 483 duizend ton olijfolie consumeren, de helft van wat het produceert, mits zich geen nieuwe droogteperiodes aandienen. De rest moet worden geëxporteerd, maar waarheen? Een studie van de Internationale Olijfolieraad wijst uit dat de consumptie in de hele wereld in 2000 niet meer dan twee miljoen ton zal bedragen. Kortom, de markt is vrijwel verzadigd.

Spanje is het totaal oneens met die voorspelling. Minister Loyola de Palacio typeert de olie als 'een kwaliteitsproduct waarvan de consumptie nog grote uitbreidingsmogelijkheden heeft'. Zij voorziet vooral een groei in de Verenigde Staten en Japan. In de Verenigde Staten is de vraag naar olijfolie - 'een gezond product' - de afgelopen vijftien jaar met 460 procent gestegen.

Fischler wil de sector rationaliseren door de Europese subsidie (twee miljard ecu) voortaan per boom toe te kennen. Dat zou ook een goed wapen zijn in de strijd tegen de fraude, die volgens Brussel gemeengoed is. Minister Loyola de Palacio noemt het een leugen dat in de Spaanse olijfolie-branche 'premiejagers' rondlopen. Het laatste rapport van de fraudebestrijdingsdienst van de EU, over de periode 1991-1995, spreekt van een fraude van 206 miljoen ecu, 2,08 procent van het totaal aan subsidies. Negentig procent van de fraudegevallen werd geconstateerd in Italië, met Griekenland als goede tweede.

Italië ziet onder het nieuwe systeem de subsidie uit Brussel bijna verdubbelen. 'De Italiaanse fraude wordt gelegaliseerd ten koste van onze werkgelegenheid', aldus Fernando Chavez, een kleine boer uit Jaen.

De fraudemogelijkheden zullen onder het per-boom-systeem niet verminderen. 'Als ik wil, kan ik lekker in de schaduw van mijn bomen gaan liggen. Om subsidie te vangen hoeft een producent alleen maar bomen te planten, zonder zich te bekommeren om het oogsten van de olijven.'

De ware subsidiejagers staan in de rij, weet Chavez. Zoals de veroordeelde ex-bankier Mario Conde, die al 150 duizend olijfbomen zou hebben geplant op zijn finca in Sevilla, terwijl hij niet echt van plan is zich om te scholen tot olijfboer.

Het korten van de subsidie, waar het systeem Fischler op neerkomt, is niet alleen een economisch, maar ook een sociaal probleem voor Andalusië. Een groot deel van de deelstaat is veroordeeld tot monocultuur. 'Het is het enige wat daar groeit', constateert Loyola de Palacio.

De olijventeelt levert hoofdzakelijk werk aan het leger dagloners dat in de oogsttijd wordt ingeschakeld. Die toch al weinig gelukkige vorm van werkgelegenheid dreigt nu ondermijnd te worden. De landarbeidersbond van de socialistische vakbond UGT becijfert dat onder het nieuwe subsidiesysteem 200 duizend dagloners hun tijdelijke werk kwijtraken. Juan Aguilar van de

landarbeidersbond: 'De meesten van hen wonen in de deprimerende delen van Andalusië en Extremadura, waar geen enkele kans op ander werk is. De werkloosheid in sommige gebieden ligt al dik boven de 40 procent.'

De nationale Olijfoliecommissie vreest 'een drastische vermindering van de inkomsten van de productiegebieden, die nu al 30 procent onder het landelijk gemiddelde liggen. De olijfboom is fundamenteel in de sociaal-economische structuur hier.'

Meer over