Smet op het blazoen van de man van het jaar

Rijkman Groenink raakt beschadigd door de Amerikaanse affaires. ‘Onbestaanbaar’, zegt de hoogleraar accountancy. ‘Dit is een diskwalificatie.’..

ABN Amro krijgt in de Verenigde Staten de ene na de andere draai om de oren. Twee schikkingen sloot de bank onlangs met toezichthouders en Amerikaanse overheidsinstanties. Door falend intern toezicht kon zaken worden gedaan met troebele Russische banken en werden transacties voor Libische en Iraanse klanten gemaskeerd. Dat kost de bank tachtig miljoen dollar aan boetes. Daarnaast zijn er bij het hypotheekbedrijf in de VS documenten vervalst in verband met overheidsgaranties voor de hypotheken. Dat kost de bank ruim veertig miljoen dollar. Intussen claimen klanten van ABN Amro-dochter LaSalle Bank bij de New Yorkse rechtbank enkele tientallen miljoenen, omdat de bank in de jaren negentig klanten niet goed zou hebben geïnformeerd bij het overhevelen van trustkapitaal naar de beleggingsfondsen van de bank.

Is zo’n serie ‘incidenten’ te verteren voor de top van een bedrijf? ‘Als het daarbij was gebleven: ja hoor’, zegt Corné van Zeijl van SNS Asset Management. ‘Elke grote financiële instelling kent het probleem dat dingen kunnen misgaan. Dat moet dan worden gerepareerd, en dan kun je weer verder.’

Maar: het is niet bij die incidenten gebleven. Van Zeijl: ‘Het is belangrijk dat de top van het bedrijf bij dit soort zaken een smetteloos blazoen heeft. En dat is hier níet het geval.’

Want Rijkman Groenink, de bestuursvoorzitter van de bank, heeft volgens het nauwkeurige en goed gedocumenteerde verslag dat The Wall Street Journal van de gebeurtenissen heeft gegeven (inclusief interne e-mails, waarvan de echtheid door ABN Amro is bevestigd) op een oktoberdag in 2004 op een hotelkamer in New York opdracht gegeven een intern onderzoek naar de Libisch/Iraanse transacties te vernietigen. In de minuten na die order kwam hij tot inkeer en herriep hij een en ander, maar het kwaad was al geschied. Uiteindelijk kreeg Groenink voor zijn gedrag een berisping van zijn raad van commissarissen.

Deze gebeurtenis is ‘een smet op het blazoen van Groenink’, zegt Van Zeijl.

Zijn oordeel is mild ten opzichte van dat in de accountancy-wereld. ‘Indien de feiten zoals door The Wall Street Journal worden weergegeven juist zijn, is dit onbestaanbaar’, zegt hoogleraar forensische accountancy Marcel Pheijffer (Universiteit Nyenrode). ‘Onbestaanbaar dat de topman van een groot bedrijf dit doet. Alleen al dat het in zijn gedachten opkomt zo’n opdracht tot het vernietigen van stukken te geven. We leven in een tijdperk ná Enron, na de grote boekhoudschandalen, na de introductie van strenge wetgeving. Dit diskwalificeert Groenink als topman van een grote instelling. Als hij spreekt over zaken zoals compliance, ethiek en integriteit, is hij voor mij niet langer geloofwaardig.’

‘Hetzelfde is van toepassing op Tom de Swaan, de financiële topman van ABN Amro’, vindt de hoogleraar, ‘ten minste als die, zoals The Wall Street Journal schrijft, inderdaad heeft gepoogd de berisping van Groenink geheim te houden voor de toezichthouders. Temeer daar De Swaan, ex-De Nederlandsche Bank, de wereld van toezicht als zijn broekzak kent.’

Groenink is vorige week door de redactie van het weekblad Elsevier uitgeroepen tot ‘Nederlander van het jaar’. Dit naar aanleiding van de rol die de bankier speelde in de overnamestrijd om de Italiaanse bank Antonveneta. In die strijd kreeg de Nederlandse bank te maken met een tegenstrever – Banca Popolare Italiana (BPI) – die zijn toevlucht nam tot onfrisse praktijken om controle te krijgen over Antonveneta. ABN Amro won: de voormalige top van BPI zit op verdenking van een reeks criminele activiteiten in de gevangenis en de Nederlandse bank pronkt al maanden met een aan ‘Italië’ ontleend aura van rechtschapenheid waar de rest van de financiële wereld een puntje aan kan zuigen.

Wat Groenink nu heeft gedaan, komt volgens deskundigen neer op mogelijke obstructie van de rechtsgang. Weg aura.

Meer over