‘Signor Mercedes’ duldde kritiek, maar alleen binnen eigen kring

Topman Jürgen Schrempp van DaimlerChrysler heettte een overlever te zijn, maar moet nu na, tien jaar aan de top, de handdoek toch in de ring gooien....

Jürgen Schrempp werd bekend in Nederland toen hij in 1993 vliegtuigbouwer Fokker zijn ‘lovebaby’ noemde. Twee jaar later dacht hij er geheel anders over en trok hij zijn handen af van zijn liefdeskind. Fokker ging failliet en de Duitsers moesten drie miljard mark afschrijven.

De zaak-Fokker tekent Schrempp. Hij is bikkelhard, maar ook emotioneel. Schremp is wat Duitsers noemen een Bauchmensch. Hij vertrouwt op zijn instinct. ‘Ik denk dat emoties, hart en buik beslissende factoren zijn’, zei hij eens tegen Business Week.

Tot grote ergernis van zijn bazen bekritiseerde hij de apartheid toen hij in Zuid-Afrika werkte. Hij gaf zwarten een kans en raakte bevriend met Nelson Mandela. Dezelfde onbevangenheid bracht hem jaren later in conflict met de Italiaanse politie. Bij de Spaanse Trappen in Rome werd hij met een fles wijn in de hand aangehouden. Een paspoort had hij niet bij zich. De Italiaanse kranten berichtten uitvoerig over ‘Signor Mercedes’, alias ‘de Duitse Agnelli’.

Schrempp geldt als een overlever. Talloze malen zat hij in zijn 44-jarige werkzame leven in kansloze posities, maar steeds kwam hij weer bovendrijven. Hij duldde tegenspraak, maar dan wel binnen een kleine kring van vertrouwelingen. Talloze managers ruimden onder zijn bewind het veld.

Toen hij in 1995 bestuursvoorzitter Edzard Reuter opvolgde, gooide hij het roer volledig om. Reuter had Daimler uitgebouwd tot een industrieel conglomeraat dat veel meer produceerde dan alleen auto’s. Omdat alleen de autodivisie winstgevend bleek, besloot Schrempp zich daarop te concentreren. Een reeks activiteiten, waaronder elektrobedrijf AEG, werd afgestoten.

Schrempp begon bij Daimler onderop. In de jaren zestig volgde hij een technische opleiding bij de vrachtwagendivisie van Daimler-Benz waar hij zich snel omhoog werkte. In 1974 vertrok hij naar Zuid-Afrika om daar de plaatselijke vestiging te leiden. In 1987 werd hij terug naar Duitsland gehaald om bij Dasa orde op zaken te stellen.

Schrempp hanteerde de botte bijl als geen ander en hield daar onder meer de bijnamen Der Macher en Rambo aan over. In hoog tempo en met veel energie stevende hij op zijn doel af. Wie faalde, werd publiekelijk aan de schandpaal genageld.

Schrempps succesvolle aanpak stokte bij de fusie tussen Daimler en het Amerikaanse Chrysler in 1998. Na twee jaar dook de Amerikaanse tak diep in de rode cijfers. Schrempp begon een ingrijpende sanering die miljarden dollars kostte en duizenden mensen werkloos maakte. The New York Times sprak van een van de meest rampzalige fusies in de geschiedenis.

Ook de samenwerking met Mitsubishi ging niet van een leien dakje. In 2004 besloot DaimlerChrysler geen geld meer te steken in het verlieslijdende bedrijf.

Het mislukte Aziatische avontuur was voor de raad van commissarissen geen aanleiding het vertrouwen in Schrempp op te zeggen. Nu ligt dat klaarblijkelijk anders.

In een brief aan het personeel schrijft Schrempp ‘eind 2005 de optimale tijd’ te vinden om het leiderschap over te doen aan de tweede man, Dieter Zetsche. ‘De afgelopen tijd hebben we een patroon van prestaties neergezet die me een groot vertrouwen geeft in de toekomst van DaimlerChrysler.’

De beleggers zijn echter ontevreden over de resultaten bij Mercedes, de prestaties van de Smart, maar kunnen vooral de vrije val van het aandeel DaimlerChrysler moeilijk verkroppen. Sinds de fusie in 1998 verdampte meer dan 40 miljard euro aan aandeelhouderswaarde.

Het is enigszins ironisch dat Schrempp, die werd gezien als de kampioen van de aandeelhouderswaarde in Duitsland, zo aan zijn einde komt. Hoewel? De beurs reageerde verheugd op zijn vertrek. Het aandeel DaimlerChrysler steeg maar liefst 9 procent.

Meer over