Scandinavië is in de mode (deel 1), maar waarom eigenlijk?

Scandinavië is in de mode. Kwamen eind jaren negentig van de vorige eeuw de beleidsmakers van heinde en verre naar Nederland om de geheimen van 'Het Poldermodel' te ontdekken, dezer dagen gaat de reis naar noordelijker streken....

Voor Nederlandse politici en beleidsmakers ter linkerzijde - eenPvdA-leider als Wouter Bos, een GroenLinks-voorvrouwe als Femke Halsema -heeft deze nieuwsgierigheid een tweede belangrijke component: decollectieve uitgaven zijn in de Scandinavische landen hoger dan inNederland. Blijkbaar kan hoge economische groei heel goed samengaan met eengrote verzorgingsstaat. Dat klinkt als een aanlokkelijk perspectief.

Daarom is het erg aardig dat het ministerie van Financiën de studieDe lessen uit de Nordics het licht heeft doen zien, een stuk dat gelukkigis opgebouwd rond statistieken. We hebben de feiten nu op een rij en kunneneens gaan kijken hoe aantrekkelijk dat 'Scandinavische model' eigenlijk is.

De hoofdconclusie moet luiden dat er weinig reden is jaloers te zijnop de Denen, de Zweden en de Finnen.

Want inderdaad, de afgelopen jaren groeien hun economieën sneller dande Nederlandse (wat geen kunst is) en sneller dan het Europese gemiddelde(dat is moeilijker). De arbeidsparticipatie (hoeveel mensen doen mee aanhet arbeidsproces?) is er iets hoger, en de arbeidsproductiviteit (hoeveelproduceren werknemers per uur?) groeit in het Noorden sneller dan eldersin Europa. En het klopt natuurlijk ook dat dit allemaal geschiedt terwijlde collectieve uitgaven op een niveau liggen dat hoger is dan het onze,terwijl ze ook nog eens ruime begrotingsoverschotten aanhouden met het oogop de vergrijzing. Het is allemaal echt waar.

Maar daarmee hebben de landen in het Noorden nog niet per sebegerenswaardige economieën, laat staan dat we hun 'model' zouden moetenwillen kopiëren.

De eerste kanttekening is dat de economische groei van de betrokkenlanden op lange termijn veel te wensen overlaat. Zweden, Denemarken énFinland groeien op lange termijn trager dan Nederland. In de jaren zeventigwas Finland de snelste groeier, Nederland tweede, en lagen Denemarken enZweden ver achter. In de jaren tachtig bleef Finland sterk en verdrongZweden Nederland nipt van de tweede positie. Denemarken was op afstandlaatste. In de jaren negentig was Nederland veruit de snelste groeier, vielFinland ver terug, kampten de Zweden met de naweeën van de valutacrisis,en behaalden alleen de Denen een redelijke groei. Pas sinds deeeuwwisseling doen de drie Noordelijke staten het beter dan Nederland.

Deze geschiedenis vertaalt zich ook in welvaartsverschillen. Als hetwelvaartsniveau van de gemiddelde Amerikaan op 100 wordt gezet, bedroeg hetwelvaartsniveau van de gemiddelde Nederlander in 2003 75. Nederlanders zijndus - gemeten in inkomen - 25 procent armer dan Amerikanen. De Denenzijn slechts 18 procent armer dan Amerikanen (en dus rijker danNederlanders), maar de Zweden (28 procent minder inkomen) en Finnen (31procent) zijn armer dan wij.

In de studie wordt keurig uiteengerafeld waar die verschillen doorontstaan, en dan wordt het pas echt interessant. Nederlanders zijn ook indeze vergelijking de 'luie honden', die gemiddeld 35 procent minder urenmaken per jaar dan de Amerikaanse werknemers. In de Noordelijke landenwordt relatief langer gewerkt: tussen de 15 en 22 procent minder danAmerikanen.

Nederlanders compenseren dit door een hoge arbeidsproductiviteit. Die ligt in Nederland 5 procent hoger dan in de VS. De Denen zitten opAmerikaanse niveau, maar de Zweden (minus 13 procent) en Finnen (minus 11procent) komen daar niet bij in de buurt. Met uitzondering van Zweden isde verhouding tussen het aantal werkenden en de totale populatie hoog,zowel ten opzichte van de VS als het Europese gemiddelde.

Dus waarom zijn de Scandinaviërs redelijk welvarend? Niet omdat ze zoproductief zijn. Niet omdat hun arbeidsparticipatie zo uitzonderlijk is(vergeleken met Nederland). Nee, ze kunnen het Nederlandse welvaartsniveaualleen maar benaderen (en in het geval van de Denen overtreffen) omdat zeper jaar meer uren werken dan wij. De Denen zijn 7 procent rijker, enmoeten daarvoor 13 procent langer werken. Nou, gefeliciteerd.

De groei in recente jaren heeft veel te maken met een inhaal-effect:men vecht zich, met enig succes, terug uit een achterstandspositie. Er isalle reden de Scandinavische landen te feliciteren, maar er is weinigaanleiding jaloers te zijn op hun prestaties.

Volgende week kijken we naar hun hoge overheidsuitgaven.

Frank Kalshoven

Meer over