De OndernemingWispfire

Sappelen om games te kunnen maken die je bij de grote studio’s nóóit aantreft

Een tijdje op instant noodles teren, hoort erbij voor een beginnend gamebedrijf. Maar wat je ervoor terugkrijgt bij gamestudio Wispfire: vrijheid en durf om risico’s te nemen. Zoals bij het nieuwe spel over kolonialisme en worstelen met je identiteit.

Aïda de Ridder van Wispfire animeert een gamefiguur, met kantoorhond Haru op schoot. Beeld Raymond Rutting
Aïda de Ridder van Wispfire animeert een gamefiguur, met kantoorhond Haru op schoot.Beeld Raymond Rutting

Roy van der Schilden zal niet de eerste theaterstudent zijn die je vijftien jaar na zijn afstuderen op een bureaustoel in kantoorsetting aantreft. Maar de fantasyfiguren, een rondslingerende joystick en tal van vreemdsoortige ergonomische muizen geven een hint: dit is geen gewoon kantoor. Op deze krappe 40 vierkante meter worden games gemaakt. En niet, zoals bij de bekende studio’s, met een team van meer dan honderd mensen. Wispfire doet het met z’n drieën.

De 32-jarige Van der Schilden bestiert Wispfire met zijn 35-jarige vriend, Bart Heijltjes, en zijn goede vriendin Aïda de Ridder, 36 jaar. Heijltjes doet voornamelijk het programmeerwerk, De Ridder is de tekenaar en animator en Van der Schilden schrijft het verhaal en handelt de zakelijke klussen af. Op dit moment werken ze aan het tweede en laatste deel van Herald: An Interactive Period Drama, een narratieve game die zich afspeelt op een schip in de 19de eeuw. In dit spel staat het levensverhaal van een hofmeester centraal die wordt geconfronteerd met dilemma’s rondom het kolonialisme. Door keuzes te maken bepaalt de speler het verloop van het verhaal.

Wispfire is een indie (onafhankelijke) gamestudio: een gamebedrijf dat uit een klein team bestaat – in tegenstelling tot studio’s die spellen zoals Call of Duty of The Sims maken. ‘De grote studio’s, die vaak al sinds de jaren negentig bestaan, hebben zoveel kapitaal dat ze projecten van honderden miljoenen euro’s kunnen financieren’, zegt Van der Schilden. Onlangs berekende Van der Schilden dat het eerste deel van zijn game Herald ongeveer een half miljoen euro netto heeft gekost. ‘Maar dat is als je alle manuren optelt en ze volledig marktconform zou uitbetalen – inclusief onszelf. Wij hebben in het prille begin met mensen kunnen samenwerken die nog aan hun portfolio bouwden en in ruil voor wat minder geld aan het project meewerkten.’

Een vetpot is het nog steeds niet, zo’n eigen gamestudio. Van der Schilden is er eerlijk over. Hij begon Wispfire in 2013 met Heijltjes en De Ridder, vrienden van zijn studie Virtual Theatre and Games aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ook sloot studiegenoot Remko Haagsma zich aan, omdat ze een goede programmeur nodig hadden. Onder meer via crowdfundsite Kickstarter schraapten ze steeds nét genoeg bij elkaar om de boel draaiende te houden. Destijds zaten ze nog in de broedplaats Dutch Game Garden, waar ze steun vonden bij andere starters. Maar de meeste studio’s die rond dezelfde tijd begonnen, zijn inmiddels ter ziele.

Bijna alle beginnende gamemakers accepteren dat ze soms op instant noodles moeten teren. ‘Maar op lange termijn hou je dat niet vol.’ Halverwege het maken van het eerste deel van Herald, rond 2016, was het geld op. Via de bijzondere bijstandsregeling kregen ze voor korte tijd een aanvulling op hun inkomen. Toen het spel af was, vertrok Haagsma omdat hij behoefte aan zekerheid had. ‘Dan denk je wel even: hoe nu verder. Maar Bart wist dat hij genoeg vaardigheden had om het programmeergedeelte over te nemen. En uiteindelijk is het gelukt.’

Het eerste deel van Herald was geen kaskraker in financiële zin, maar de verdiensten waren genoeg om aan het tweede deel te beginnen. ‘Van de Britse krant The Guardian kregen we vier van de vijf sterren, de respons onder spelers was goed.’ Toch besloten ze het voortaan anders aan te pakken.

Roy van Schilden, verhalenbedenker van Wispfire. Beeld ©raymond rutting photography
Roy van Schilden, verhalenbedenker van Wispfire.Beeld ©raymond rutting photography

Met hun ontwikkelde vaardigheden – programmeren, gameverhalen ontwikkelen en het ontwerpen van virtuele personages – laten ze zich alledrie inhuren door externe partijen. Zo geeft Heijltjes les in gamedesign aan Fontys Hogeschool in Eindhoven en ontwerpt De Ridder onder meer virtuele avatars voor streamers (gamers die voor een online publiek spelen). Van der Schilden is vrijwel fulltime voor Wispfire aan het werk, maar geeft ook af en toe een middag les bij zijn oude school. ‘Wat we verdienen gooien we op één hoop, en daaruit krijgt iedereen zijn inkomen. Wij zijn een groep freelancers in een VOF.’ Wel krijgt iedereen een deel van het bedrag dat hij of zij extern binnenhaalt als een bonus uitgekeerd.

‘We hebben met elkaar bekeken wat voor ons ieder een bedrag is waar we goed van kunnen leven. De rest laten we zoveel mogelijk in het bedrijf zitten. Dat is om fiscale redenen handiger, maar het is ook fijn om een buffer te hebben. Ook maken ze samen voor andere partijen wel eens kleinere games, zoals voor de EO. ‘Hierdoor duurt de ontwikkeling van het tweede deel van Herald wat langer, omdat we er veel naast doen. Maar zo houden we het wel vol.’

Er komt vrolijk gekef onder het bureau van Van der Schilden vandaan. De Ridder komt binnen, en Haru het ‘kantoorhondje’ vliegt op haar af. Zodra Haru tevreden is gesteld met een uitgebreide kriebelbeurt kan ze aan het werk. Op het scherm is te zien hoe ze een blauwe vrouw met wulpse rondingen laat knipperen door duizenden puntjes met elkaar te verbinden, een project voor een streamer. De Ridder is autodidact, in Nederland was er destijds geen studie waar ze dit soort virtuele figuren kon leren animeren. ‘Ik deed het deels met YouTube, en door met Google Translate Japanse instructies te vertalen’, lacht ze. Inmiddels zou ze met haar vaardigheden ook voor grotere studio’s kunnen werken, waar veel meer valt te verdienen – en dat geldt ook voor haar twee collega’s.

Toch is De Ridder blij met waar ze zit. ‘Hier doe ik lekker mijn eigen ding. Die vrijheid zou ik niet meer op kunnen geven. Onze relatie is onderling heel goed, we gaan samen op vakantie.’ Van der Schilden heeft ook geen plannen om te vertrekken. ‘Bij grote studio’s moeten ze zeker weten dat een project goed verkoopt, vanwege de gigabudgetten. Daar kunnen ze veel minder risico’s nemen.’ Een narratief spel over kolonialisme en worstelen met je identiteit past daar niet direct tussen. ‘Wij, de kleine studio’s, kunnen nog echt innoveren.’

Wispfire

Waar: Utrecht

Sinds: 2013

Aantal werknemers: 3

Jaaromzet: fluctueert zeer sterk, grofweg tussen 40.000 en 90.000 euro

Meer over