Samenloop beurstransacties is geen bewijs voorkennis Motto van uitbater Jan G. was 'rijk of aan de dijk'

De 'vermeende' tipgever heeft ontkend de voorkennis aan zijn overbuurman te hebben verstrekt. De overbuurman heeft ontkend de voorinformatie te hebben gehad, laat staan dat hij het ook nog zou hebben doorgespeeld aan een hele reeks anderen....

PETER DE WAARD

Van onze verslaggever

Peter de Waard

AMSTERDAM

De raadslieden van de verdachten vonden vrijdag tijdens de eerste drie pleidooien - uiteraard - van niet. Het feit alleen dat een aantal mensen rond een restaurant op hetzelfde moment in opties handelde, is nog geen reden voor een veroordeling. Soms is in moeilijke zaken indirecte bewijslast - circumstantial evidence - toegestaan. Maar alleen toeval is volgens de advocaten als indirect bewijs onvoldoende.

'Het tenlastgelegde moet minimaal buiten redelijke twijfel en ondubbelzinnig uit het procesdossier blijken', stelde mr H. Biemond, raadsman van voormalig Blanje Bleu-uitbater Jan G.

Toenmalig BolsWessanen-directeur Teunis Jan van N. kwam regelmatig in dit restaurant in het dorpje Bentveld. 'Hij vertelde daar algemene dingen over zijn functie: over dienstreizen en reageerde op berichten die over BolsWessanen in de krant verschenen, net zoals je als advocaat op familiefeestjes wordt gevraagd te reageren op strafzaken die in De Telegraaf hebben gestaan. Dergelijke sociale gesprekken hebben niets te maken met voorwetenschap.'

Biemond betoogde dat de wet, die misbruik van voorwetenschap strafbaar stelt, vereist dat de dader 'een geheime bijzonderheid' kent. 'Maar daar stapt de officier in zijn requisitoir gewoon overheen.'

G. was een fanatiek optie-belegger. Hij kocht opties in diverse fondsen zoals KPN, CSM, Hoogovens en ING. Van BolsWessanen had hij put-opties gekocht, omdat hij twijfels had over het welslagen van de fusie. 'Het waren transacties met een hoog gokgehalte. Cliënt zijn motto was ''rijk of aan de dijk''.'

Biemond bekritiseerde ook de onredelijk hoge eis van de officier: twaalf maanden cel waarvan vier voorwaardelijk. 'Het genoten voordeel van de verdachte transacties is 60 duizend gulden. Indien iemand voor eenzelfde bedrag belastingfraude pleegt, zal er geen onvoorwaardelijke straf worden geëist.'

Mr. D. Doorenbos, raadsman van de optiehandelaar Lex B. - tegen wie ook twaalf maanden cel is geëist - had eveneens weinig goede woorden over voor het vervolgingsbeleid van Justitie in voorkenniszaken. 'Deze zaak is voor het Openbaar Ministerie vooral een geloofskwestie. Maar vraag niet naar bewijzen voor het bestaan, want die zijn er niet.'

Doorenbos: 'Ook Justitie erkent dat Van N. niet tegen G. heeft gezegd ''zitten en schrijven''. Het is anders gegaan, maar hoe dan? Hints of pratical jokes? Justitie wil blijkbaar ingrijpen bij alle beursborrelpraat. Daarmee wordt een heilloze weg ingeslagen. Handel op basis van geruchten is niet strafbaar. Geruchten vormen juist de motor van de effectenhandel.' De raadsman beschuldigde justitie daarom van een 'onaangenaam suggestief verhaal'.

H. Brink, de derde raadsman die aan het woord kwam, stelde zelfs 'dat als de zaak niet zo ernstig was, zo grof, zo mensonterend, het bijna om te lachen zou zijn'. Zijn cliënt Lex V., golfvriend van Van N., kocht als leek op het gebied van effecten één keer in zijn leven een dertigtal opties, toevallig op BolsWessanen. Wie hem de tip voor deze eenmalige transactie had gegeven wist V. tijdens het verhoor niet meer. Hij verdiende daarmee vijfduizend gulden. Nu hangt hem zes maanden cel boven het hoofd.

'Disproportioneel', zo hekelde Brink de eis. V. had zich laten meeslepen door de beurshausse. 'Vrijwel niemand hier aanwezig is de afgelopen jaren niet af en toe gek geworden van de beurs. Op verjaardagen, recepties of in de kroeg gonsden de verhalen over Jansen die zijn inleg verdrievoudigd had of Pietersen die in vier maanden twee ton verdiend had. Je moest volkomen gek zijn als je niet meedeed. Dit gevoel had V. toen hij vrijwel iedere vrijdag in het Haarlemse café De Stinkende Emmer het ene succesverhaal na het andere te horen kreeg. Hij wilde graag meedoen, erbij horen', verklaarde Brink.

'Voorkennispyromaan nog vrij?'

Toeval of niet. Op 3 juli 1995 kochten zeven mensen die op de een of andere manier iets te maken hadden met het Bentveltse restaurant Blanje Bleu het leeuwendeel van de put-opties BolsWessanen. De volgende dag kondigde het voedingsmiddelenbedrijf aan dat de winst over dat jaar met 20 procent zou dalen. Oorzaak: de dalende koers van dollar en lire en de tegenvallende kaasprijzen. De koers van het aandeel kelderde. De waarde van de gekochte put-opties verveelvoudigde.

Toeval of niet. Drie jaar later staan de zeven betrokkenen en hun vermeende tipgever voor de rechter. Op de dag dat het Openbaar Ministerie tegen alle verdachten onvoorwaardelijke celstraffen eist, kondigt BolsWessanen opnieuw overwacht aan dat de winst met 20 procent zou dalen. Oorzaak is dit keer de crisis in Azië. De dag daarop daalt de koers van 32,30 tot 27,40 gulden.

'Ik heb onlangs geprobeerd om BolsWessanen-topman Zondervan aan de telefoon te krijgen. Maar ik wist hier niets van', grapte P. Römer, raadsman van de 'tipgever' Teunis Jan van N., vrijdag aan het begin van de zitting. Officier van justitie H. de Graaff repliceerde dat deze week voorafgaande aan het nieuws ook geen opvallende hoeveelheid opties is verhandeld.

Maar D. Doorenbos, raadsman van de verdachte optiehandelaar Lex B., had deze week wel iets opvallends geconstateerd bij de beurstransacties in BolsWessanen. 'Op de dag van de winstwaarschuwing, vóór de sluiting van de beurs en dus vóór de bekendmaking van het slechte nieuws, daalde de koers al van 32,40 naar 32,20 gulden. Daarbij bedroeg de aandelenomzet die dag ruim 1,2 miljoen stuks, terwijl de gemiddelde dagomzet ruim vijfhonderdduizend is.'

Was dat niet opvallend? 'Als officier van de zaak zou mij nu een onaangenaam gevoel bekruipen, zo'n beetje het gevoel dat je als rechercheur zou hebben, wanneer je denkt de dader van een reeks brandstichtingen te hebben opgepakt, terwijl tijdens het verhoor de volgende brandmelding komt. Want de vermeende ''informant'' zat toch hier, en was toch al weg bij het bedrijf? Zou er dan toch een complot zijn?', betoogde Doorenbos.

Meer over