Salomonseilanders rooien bomen met pen en papier

In Dieren bezitten de bosbewoners van de Salomonseilanden hun eigen houtwerf. Swift Hout verkoopt er duurzaam geproduceerd hardhout. Directeur Jaap Schep hoopt op het Max Havelaar-keurmerk....

Van onze verslaggeefster

Esther Hansen Löve

DIEREN

Op de Salomonseilanden worden de bomen niet meer gekapt, maar geoogst. Met pen en papier struinen de bosbewoners door het oerwoud, ze tellen en markeren hun bomen. Afhankelijk van de 'rijkdom' van het stuk bos mag er hier en daar een boom tussenuit worden gehaald.

Tot voor kort ging dat anders. Maleisische, Koreaanse en Indonesische houtkapmaatschappijen verleidden de lokale bevolking de bomen voor 15 à 35 gulden per stuk te verpatsen. Na de bomen uit de grond te hebben gerukt, lieten de bedrijven meestal een kale woestenij achter.

Drie jaar geleden ontketende Jaap Schep er een ware revolutie: hij bood de Salomoneilanders zo'n 900 tot 1500 gulden per boom. 'Toen pas daagde het besef dat het hout veel waard is. Dat ging als een lopend vuurtje door het bos', vertelt Schep, directeur van Swift Hout.

In een mum van tijd hadden zich zo'n driehonderd groepen woudbewoners, eigenaren van in totaal 800 duizend hectare bos, bij Swift gemeld om 'duurzaam geproduceerd' hardhout in Nederland te verkopen. Swift Hout bv is een dochterbedrijf van het project Swift - Solomon Western Islands Fair Trade, dat begin jaren negentig is opgericht door de Britse ontwikkelingsorganisatie United Church. De bv is speciaal in het leven geroepen om het hout in Nederland te verkopen. Hoewel het bedrijf al wel hout heeft verkocht, werd pas vorige maand in Dieren een houtwerf officieel geopend.

Niet alle bewoners van de vijfhonderd in het westelijke deel van de Stille Oceaan gelegen Salomonseilanden doen mee aan Swift. Het bos dat al in concessies is verkocht aan houtkapmaatschappijen, is ten dode opgeschreven. Maar sinds Swifts aanwezigheid worden er nog nauwelijks nieuwe concessies verleend. 'En we hebben de prijs van de bomen opgedreven', zegt Schep tevreden.

Slechts enkele Salomonseilanders vinden Swifts manier van werken teveel moeite en geven er de voorkeur aan hun bos gewoon in zijn geheel te verkopen. De bosbewoners moeten volgens Schep eerst worden opgeleid om het hout op een verantwoorde manier zelf te kunnen produceren. 'De mensen hebben absoluut de skill om met hout om te gaan. Ze kennen hun bos van haver tot gort. Maar die bureaucratie en dat papierwerk, dat moeten ze allemaal leren.'

Met paaltjes zetten de nieuwbakken houtproducenten stukken bos af: 'Op elke gezonde hectare staan wel twintig tot vijfentwintig bomen die dikker zijn dan zestig centimeter, die hebben een rechte stam van wel twintig meter. De bomen die dunner zijn, worden niet gemerkt maar wel geteld. Dan heb je nog de boompjes tussen de nul en dertig centimeter. Dat zijn de standby trees die wachten tot ze omhoog kunnen schieten.'

Als het bos is geïnventariseerd, wordt het ingedeeld naar 'rijkheid'. 'Alleen als het bos rijk is, mag er worden gekapt. Anders mogen er alleen de op natuurlijke wijze omgevallen bomen worden uitgehaald.'

Onder meer doordat dit proces zo bewerkelijk is, zijn er nog maar enkele tientallen hectare bos geïnventariseerd. De eilanders houden zich angstvallig aan de regels. In Nederland is er veel vraag naar hun hout, maar alleen als het volgens de strenge richtlijnen van de internationaal erkende Forest Stewardship Council (FSC) is geproduceerd. Dan weet de koper zeker dat het tropish hardhout 'duurzaam geproduceerd' is, zonder dat er hele stukken regenwoud definitief voor hebben moeten wijken.

Op de Japanners na gebruiken Nederlanders het meeste hardhout ter wereld. In totaal wordt hier jaarlijks tussen de 300 en 500 duizend kubieke meter van verkocht. In ons natte en winderige klimaat leent het hout van de vaak oeroude bomen zich prachtig voor raamkozijnen, bruggen en parkbankjes.

De laatste jaren heeft tropisch hardhout echter fors aan populariteit ingeboet. Door de succesvolle 'Hart voor hout'-campagne van de milieubeweging willen steeds meer gemeenten en woningcorporaties alleen nog maar duurzaam geproduceerd hardhout, liefst met een FSC-keurmerk. Dit internationaal erkende keurmerksysteem behelst een pakket van voorwaarden waar het hout aan moet voldoen.

Met de milieubeweging heeft Schep een ingewikkelde verhouding. FSC is een milieukeurmerk, maar als ontwikkelingswerker was het hem aanvankelijk vooral te doen om de rechten van de bosbewoners. Bovendien is de reguliere houthandel, waar Swift toch ook zaken mee moet doen, sinds de voor haar desastreuze 'Hart voor hout'-campagne niet echt te spreken over de milieubeweging.

'Nu hebben we met hen afgesproken dat de schijnwerpers nog een jaar op het milieu gericht zijn. Maar omdat we toch eigenlijk een fair trade-organisatie zijn, vragen we over een jaar het Max Havelaar-keurmerk aan.' Deze organisatie, die beter bekend is om zijn verantwoorde chocolade, koffie en sinds kort ook bananen, is al wel betrokken bij Swift, maar heeft er nog niet haar keurmerk aan verbonden.

Swift heeft de afgelopen drie jaar 1580 bomen, ofwel 3300 kubieke meter hout, verkocht. Nu het bedrijf een beetje gaat lopen, denkt Schep dat Swift in staat is om jaarlijks 3000 kuub uit de Salomonseilanden te importeren.

Na twee jaar slechts aanloopverliezen te hebben gemaakt, hoopt het not-for-profit-bedrijf dit jaar zwarte cijfers te schrijven. Formeel is Swift eigendom van de Salomonseilanders. 'Dit gebouwtje hier in Dieren en de hele houtwerf zijn van hen', zegt Schep trots. In feite bestaat het bedrijf slechts bij de gratie van zijn financiers, de Rabobank Doesburg en de Interkerkelijke Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking (Icco). 'Maar het geld is geleend tegen commerciële rentetarieven', verzekert Schep.

In de zachtaardige ontwikkelingseconoom blijkt een harde zakenman te schuilen: 'Swift staat of valt met een strikte zakelijkheid.' Zo gedecideerd als hij 'nee' kan verkopen aan een Nederlandse houthandelaar die te weinig biedt voor het zo zorgzaam geproduceerde hout, zo zakelijk stelt hij zich op tegenover de Salomonseilanders.

Bosbewoners die voor de houtkap materiaal nodig hebben, kunnen gebruik maken van Swifts Chainsaw & Frame loan-scheme. 'Wie snel terugbetaalt, krijgt korting en wie laat terugbetaalt een boete. Dat werkt, de mensen vinden het aantrekkelijk', legt Schep uit.

Ook de commerciële medewerkers van Swift worden gewoon betaald uit de inkomsten van het bedrijf en niet door Icco of de United Church. 'Je moet je eigen kosten dekken. Met subsidie verzwak je je economische slagvaardigheid.'

Toch drijft de economische realiteit Schep soms tot wanhoop. Het afgelopen jaar moest heeft hij vier keer hals over kop naar de Salomonseilanden vertrekken om er 'brandjes te blussen'; collega ter plaatse zit vaak zonder geld. 'Dan knijp ik hier de vaatdoek nog maar eens extra uit en maak ik wat geld over zodat hij het aangeboden hout kan kopen.' Swift wil de Salomonseilanders niet teleurstellen door aangeboden bomen niet af te nemen. Dan zouden zij toch weer in de verleiding kunnen komen het bos aan een grote houtkapmaatschappij te verpatsen.

Meer over