Ruggegraat wederopbouw vecht voor behoud van wijk

In naoorlogse wijken wordt hard gevochten over stadsvernieuwing. Vaak willen buurtbewoners het karakter van de wijk en de lage huren in stand houden....

Van onze verslaggever

Jelle Brandsma

ROTTERDAM

Klijn promoveert vandaag op de herstructurering van naoorlogse wijken in Rotterdam, Den Haag en Groningen. De bouw van de huizen in die buurten hielp vlak na de oorlog grote delen van de bevolking uit de woningnood, maar de panden voldoen in de jaren negentig niet meer.

Een groot deel van deze buurten bestaat uit portiekwoningen. De blokken van doorgaans vier hoog worden gescheiden door ruime groene grasstroken. Klijn: 'De huizen werden in de jaren vijftig en begin jaren zestig gebouwd voor de werknemers met een modaal inkomen. Keurige mensen. Je zou ze de ruggegraat van de wederopbouw kunnen noemen.'

De renovatie van de naoorlogse wijken is gaande, maar grote delen van deze gebieden wachten nog op plannen. Ze hebben de afgelopen jaren een grote verandering doorgemaakt. Een groot deel van de oorspronkelijke bewoners is vertrokken naar grotere huizen. Hun plek is ingenomen door lage inkomensgroepen: starters op de woningmarkt, uitkeringsgerechtigden en allochtonen.

De wijken zijn sterk vergrijsd; in sommige wijken is meer dan de helft van de bevolking ouder dan 55 jaar. Klijn: 'De sfeer in de naoorlogse wijken verandert sterk. Het karakter wijzigt van een middenklassewijk in een buurt voor lagere inkomensgroepen.'

In Rotterdam keek Klijn onder meer naar de zuidelijke tuinsteden zoals Pendrecht, Zuidwijk en Lombardijen. In Groningen ging zijn aandacht uit naar de buurten Kostverloren, Paddepoel en de Oosterparkbuurt en in Den Haag kwamen Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust aan bod.

Klijn bestudeerde het overleg in de stadsvernieuwingswstorisch gegroeid en de oorzaak is moeilijk te achterhalen.

Als mogelijke verklaring noemt hij de sociaal-democratische traditie in Rotterdam en Groningen. 'In Rotterdam waren bewoners en bestuur altijd lid van dezelfde sociaal-democratische partij. Ze vechten hard, maar nemen de grenzen in acht. Die mentaliteit werkt nog door, alhoewel de Partij van de Arbeid lang niet meer zo sterk is als vroeger. Den Haag is politiek altijd een verdeelde stad geweest.'

De naoorlogse buurten worden steeds meer wijken voor lage inkomensgroepen, constateert Klijn. 'Dat proces is aan het versnellen. Wie nog een hogere huur kan betalen trekt weg', zegt hij. Klijn verwacht dat met de komst van de Vinex-wijken, een reeks nieuwe buurten die de komende jaren gebouwd moeten worden, de scheiding tussen dure woningen en de buurten voor de lage inkomens nog groter wordt. 'Er staat op Vinex-lokaties sociale woningbouw op de planning, maar het is zeer de vraag of de huurwoningen voor de lage inkomensgroepen bereikbaar zijn.'

De stadsvernieuwing van de jaren zeventig ging gepaard met heftige conflicten. Volgens Klijn zijn de tegenstellingen bij de huidige herstructurering van naoorlogse wijken nog scherper. Destijds bestond overeenstemming tussen alle partijen over het doel: bouwen voor de buurt. Nu is er voortdurend discussie over de juiste oplossing voor de problemen. Bovendien is er veel minder geld beschikbaar.

In de discussie is het behoud van de wijk voor lage inkomensgroepen een optie. Dit betekent dat de huizen een beperkte opknapbeurt krijgen en de huur laag blijft. Een andere mogelijkheid is grootscheepse renovatie of sloop van onderdelen van de buurt en daar grotere eensgezinswoningen bouwen. Door de laatste aanpak ontstaat een divers woningaanbod en kunnen ook hogere inkomensgroepen worden aangetrokken, maar deze ingreep stuit vaak op verzet van de bewoners. In de Rotterdamse wijk Wielewaal bijvoorbeeld, een wijk van vlak na de oorlog, stuit de komst van de sloophamers op tegenstand. De sterk vergrijsde bevolking is gehecht aan het vertrouwde straatbeeld en de dorpse sfeer.

Bij de stadsvernieuwing van twintig jaar geleden bepaalden de gemeenten het beleid. Nu trekken de woningbouwverenigingen vaak aan de touwtjes. Een belangrijke reden voor die wijziging is de toegenomen zelfstandigheid van de corporaties. Zij treden steeds meer op als ondernemingen. Klijn: 'Woningen in naoorlogse wijken zijn steeds moeilijker aan een brede groep te verhuren. Corporaties willen ze daarom vaak grondig aanpakken. Het moet een huis worden dat over tien jaar ook nog verhuurd kan worden', zegt hij.

Klijn vindt dat woningbouwverenigingen en gemeenten de conflicterende belangen beter moeten laten concurreren. Dat voorkomt escalatie van het verzet, meent hij. 'Je moet zorgen voor confrontatie van verschillende standpunten en tegenstellingen inzichtelijk maken. Dan komt er beweging en rolt er uiteindelijk een oplossing uit de bus', stelt hij.

Meer over