Provisie verzekeraar niet in het belang van klant

Verzekeraars en tussenpersonen willen veel geld verdienen. De gretige klant is slachtoffer...

De provisies die verzekeraars betalen aan financiële tussenpersonen duperen de klanten van deze tussenpersonen. Zij proberen zo hoog mogelijke provisies binnen te halen en zoeken niet het beste product meer voor hun klanten. Volgens de onafhankelijke financiële ombudsman Jan Wolter Wabeke (59) is ‘de provisiestructuur van verzekeraars en tussenpersonen niet in het belang van de klant’. Hij behandelt jaarlijks zevenduizend klachten over de banken en verzekeringsbranche.

Wat bedoelt u met ‘niet in het belang van de klant’?

‘Ik heb het opgenomen in mijn jaarverslag dat pas is uitgekomen. De drive naar omzet en provisies van de verzekeraars en de tussenpersonen enerzijds, en de gretigheid en onoplettendheid van de klanten anderzijds, hebben tot een explosieve mix geleid die niet in het belang is van de klant. Er zijn te veel mechanismen die tegengesteld werken aan dit belang.

‘Verzekeraars willen een product verkopen en daarvoor bieden ze de tussenpersoon een hoge provisie. Verzekeraars mogen dat best doen, maar het wordt anders wanneer je de hulppersoon van deze klant bent. De financiële tussenpersoon staat tussen de aanbieder en de afnemer in. Dat voor zijn diensten moet worden betaald is evident. Je betaalt ook voor de boekhouder. De vraag is alleen wat er gebeurt wanneer de aanbieder de beloning bepaalt zonder overleg met de klant. De beloning wordt niet bepaald in een vrije markt tussen aanbieder en afnemer, maar door de aanbieder die een product wil promoten. Vervolgens moet de afnemer de beloning terugbetalen door een heffing op zijn rendement. Ook dat is niet eens per se verwerpelijk, maar het wordt een probleem wanneer de klant dat niet weet. Door de ondoorzichtigheid en excessieve beloningen ontstaan problemen.’

Excessieve beloningen?

‘Ik heb gevallen gezien waar de tussenpersoon 20.000 euro verdiend met het invullen van één formulier. Die 20.000 euro gaan af van het spaarvermogen van de klant en bijvoorbeeld van de mogelijkheid van de klant om vervroegd uit te treden. Een ander voorbeeld is een polis waar 10.000 euro was ingelegd door werknemer en werkgever, waar na vier jaar nog slechts 1.800 euro van over was.’

Hoe zou u een einde willen maken aan deze explosieve mix?

‘Dat is niet aan mij. Wie ben ik om iets aan te bevelen? Dat is net als met een rechter, die kan ook niets zeggen over de wetgeving die hij beoordeelt. Mijn taak is het beslechten van geschillen tussen klanten, tussenpersonen en verzekeraars.

‘Ik ben er voor ‘vrede in de markt’. Ik moet ook aan de andere kant van de weegschaal gaan staan. Veel verzekeraars hebben geprobeerd lagere provisies te betalen. Twee grote maatschappijen zijn vastgelopen toen ze besloten de bonussen af te schaffen. Een van hen stuitte op een boycotoproep van een grote tussenpersoonorganisatie.

Een andere verzekeraar heeft een goedkoop product op de markt gebracht waarbij de kosten minder dan 2 procent waren van het rendement. Hier was natuurlijk minder ruimte was om de tussenpersoon veel provisie te betalen. Dat product is weer van de markt gehaald, omdat de tussenpersonen het niet verkochten. Daarnaast zijn er tussenpersonen die proberen om tegen een uurtarief te werken, dat stuit weer op onwil van de klanten die een tussenpersoon dan ineens wel heel duur vinden. De verzekeringssector lijkt gevangen te zitten in een provisiestructuur waar de klant de dupe van is.’

Meer over