Polen eisen miljarden van Dresdner Bank om oorlogsverleden

Een groep van 2700 Poolse concentratiekamp-slachtoffers heeft een rechtszaak aangespannen tegen de Duitse Dresdner Bank. De Polen eisen 5,4 miljard mark schadevergoeding van de bank....

Van onze correspondent Philippe Remarque

De Dresdner Bank heeft volgens de advocaten van de slachtoffers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een prominente rol gespeeld bij de financiering van de SS. Dresdner en een aantal andere banken hebben in de Verenigde Staten al te maken een eis van 18 miljard dollar. Een groep holocaust-slachtoffers eist daar compensatie wegens de verduistering van joodse tegoeden.

Een woordvoerder van Dresdner, in omvang de derde bank van Duitsland, zei dat compensatie voor slachtoffers van de Holocaust moet komen van het nieuwe fonds dat een groep Duitse bedrijven op dit moment opzet. Ook Dresdner neemt daaraan deel. Vroeger ontkende de bank dat het de juridische aansprakelijkheid van de voorloper had geërfd, maar sinds kort aanvaardt Dresdner net als veel andere Duitse bedrijven de morele verantwoordelijkheid voor de samenwerking met het nazi-regime.

Uit het fonds moeten zowel voormalige dwangarbeiders als Holocaust-slachtoffers schadeloosstelling ontvangen. Het is de bedoeling dat het eerste geld wordt uitbetaald op 1 september, de zestigste verjaardag van de Duitse inval in Polen. Het fonds zou 2 tot 3 miljard mark moeten bevatten, wat volgens critici te weinig is om alle slachtoffers een behoorlijk bedrag te geven. Niet alleen de grote Duitse banken, maar ook bedrijven als Volkswagen, Hoechst en Daimler Benz doen aan het fonds mee.

Ze zijn bang voor een slechte naam en boycots in de Verenigde Staten. Die dreiging heeft de Zwitserse banken er ook toe gebracht een compensatiefonds op te zetten. Deutsche Bank, een van de initiatiefnemers van het fonds, zag de geplande overname van het Amerikaanse Bankers Trust wegens het oorlogsverleden van de bank in gevaar komen.

De Duitse regering heeft het op zich genomen om over het fonds te onderhandelen. Bondskanselier Schröders kanselarijchef en vertrouweling Bodo Hombach en een delegatie van de Duitse bedrijven spraken deze week in de Verenigde Staten opnieuw met de Amerikaanse onderminister Stuart Eizenstat, joodse organisaties en vertegenwoordigers van de slachtoffers. Er werden twee werkgroepen ingesteld.

Maar het grootste obstakel heeft Hombach nog steeds niet kunnen verwijderen: de Duitse bedrijven willen alleen aan het fonds deelnemen als ze de zekerheid krijgen dat er in de toekomst geen rechtszaken meer tegen ze worden aangespannen. De Amerikaanse regering kan die zekerheid niet bieden. De advocaten van de slachtoffers houden vol het recht te hebben rechtszaken aan te spannen.

Terwijl de onderhandelingen over het fonds lopen, spannen voormalige dwangarbeiders en andere slachtoffers in Duitsland steeds meer rechtszaken aan. Dat doen ze in de eerste plaats om druk uit te oefenen op de bedrijven. De juridische weg duurt zo lang, dat de meeste slachtoffers overleden zijn voordat de rechter heeft beslist. Ze hebben meer belang bij het compensatiefonds van de Duitse bedrijven, dat volgens de plannen 'snel en onbureaucratisch' uit zal betalen.

Meer over