Poldermodel maakt weg vrij voor bronbelasting op rente

Het enorme financieringstekort heeft Nederland er tot nu toe van weerhouden bronbelasting op rente in te voeren. Als banken bij het uitkeren van rente direct belasting moeten inhouden, zouden buitenlandse beleggers minder belangstelling hebben voor staatsobligaties....

Van onze verslaggever

Peter de Waard

AMSTERDAM

Met Luxemburg en Denemarken behoort Nederland tot de weinige landen in de Europese Unie die geen bronbelasting, een voorheffing op rente-inkosten.kennen. De dividendinkomsten van aandelen worden daarentegen al wel bij ontvangst belast; de fiscus pikt onmiddellijk 25 procent belasting in.

Terwijl Luxemburg vooral zijn positie als financiële vrijstaat koesterde, kampte Nederland met zijn financieringstekort. Buitenlanders die een fors deel van de Nederlandse staatsleningen voor hun rekening nemen, zouden weinig zin hebben hier belasting over de ontvangen rente te moeten afdragen.

Ook Nederlanders krijgen hierdoor hun rente op spaargeld bruto uitgekeerd. Later moeten zij hiervan wel in hun aangiftebiljet opgave doen aan de fiscus. Die belast de rente-inkomsten tegen het tarief voor de inkomenstenbelasting. Dat tarief kan in Nederland makkelijk oplopen tot 60 procent.

Tot 1987 verzwegen vele Nederlanders de rente-inkomsten. De fiscus die onmogelijk alle spaarrekeningen kon gaan controleren, besloot in dat jaar de controle te verscherpen. De banken werden verplicht centraal opgave te doen van de betaalde rente aan al hun cliënten, de zogenoemde rente-renseignering. Dankzij de computer konden de gegevens op het aangiftebiljet van de belastingplichtige makkelijk worden gecontroleerd met de gegevens van de banken.

Nederlanders die over een appeltje voor de dorst beschikten, werden hierdoor ineens gedwongen eerlijk te worden. Wel kwam de overheid ook over de brug: de eerste duizend gulden aan ontvangen rente - voor echtparen tweeduizend gulden - was vrijgesteld van belastingen. Bij een rentestand van 5 procent kon daardoor zo'n 20 duizend gulden belastingvrij worden gespaard.

Nederlanders die een groter bedrag aan spaargeld hadden, brachten hun geld onder bij buitenlandse banken die niet onder de verplichte rente-renseignering vielen. Sommige Nederlanders deden dit vlak over de grens bij Belgische en Duitse banken. Anderen openden in het nog veiligere Luxemburg een spaarrekening. De fiscus kon dan alleen nog achter de ontvangen rente komen als in het kader van vermoedelijke fraude bewust bij een bepaalde belastingplichtige onderzoek in het buitenland werd gedaan.

De Nederlandsche Bank berekende begin 1988 dat vermoedelijk een spaarbedrag van 4,8 miljard gulden naar het buitenland was verhuisd. De noodzaak om geld over de grens te brengen, werd in de loop van de jaren negentig minder. Oorzaak was de toenemende creativiteit van Nederlandse banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen; zij creërden innovatieve spaarmogelijkheden waarmee de belastingdruk op rente-inkomsten werd beperkt, zoals dividendsparen en groeisparen.

Maar een deel van de spaarders wilde helemaal geen cent betalen. Zij bleven hun heil over de grens zoeken. Nederland vond dat ook in andere Europese landen de rente-renseignering zou moeten worden ingevoerd. Maar in sommige landen weigerden de banken zich eenvoudig in het bureaucratische keurslijf van een massale opgave te laten dwingen.

Veel eenvoudiger was het veelal om een bronheffing in te voeren. Op de rente werd onmiddellijk bij ontvangst een bepaald percentage aan belasting ingehouden. In vele gevallen, bijvoorbeeld de meeste Zuid-Europese landen, was deze voorheffing ook meteen eindheffing.

Ook het na de herening in geldnood geraakte Duitsland besloot in 1991 tot de invoering van een bronbelasting. Het resultaat was een enorme belastingvlucht naar het nabije Luxemburg dat bronheffing noch renseignering kende.

Deze belastingconcurrentie wekte de woede van de Duitsers, die begonnen aan te dringen op een uniforme fiscale aanpak van rente-inkomsten in Europa. Het voorstel dat Europees Commissaris Monti woensdag lanceerde, is daarvan het resultaat.

De Nederlandse bezwaren tegen een bronbelasting lijken niet langer onoverkomenlijk. Zalm blinkt dankzij het poldermodel tegenwoordig op de internationale kapitaalmarkten uit door absentie. Daarnaast heeft Brussel de regeringspartij PvdA stroop om de mond gesmeerd met een voorstel om de btw op arbeidsintensieve diensten te verlagen. Dit stimuleert het wit inhuren van schilder, werkster en kinderoppas.

Belangrijker is de positie van Luxemburg dat zijn relatief grote kapitaalmarkt als een kostbaar kleinood koestert. Monti heeft ook voor het kleinste land van de EU iets bedacht. Aan de vurige wens van Luxemburg om iets te doen aan het fiscaal vriendelijke ondernemersklimaat in een land als Ierland zal ook iets worden gedaan. Misschien dat het groothertogdom daardoor van paradijs voor banken een paradijs voor bedrijfsvennootschappen kan worden.

Meer over