Pinguïns voorrang

Oversteek van Vuurland naar het Zuidpoolcontinent...

Some of us are over the seasick stage, and no longer want to die. (Ernest Shackleton, 1907)

Het reisschema van de dag, dat ’s ochtends onder de hutdeur door wordt geschoven, begint met een treffend citaat. Bijna iedereen is zeeziek en hangt kotsend boven het wc’tje in zijn hut. Zij die niet ziek zijn, zwalken over het deinende schip met pleisters achter hun oren die het evenwichtsorgaan verdoven.

‘Ik wil dood’, zegt de Amerikaanse Catherine theatraal. Zij claimt het beroerdst van iedereen te zijn. De Drake Passage, de duizend kilometer lange zeestraat tussen Vuurland en Antarctica, is berucht om zijn misselijkmakende golfslag. De stromingen van de Scotiazee en twee oceanen komen er bijeen, waardoor soms huizenhoge golven ontstaan. In dit zeegebied zijn duizenden schepen vergaan. De windsnelheid is 75 knopen, windkracht 11, het servies valt stuk van de vastgeklonken tafels in de eetzaal, en iedereen vraagt zich af: waarom doen we dit?

Na tweeënhalve dag varen komt het antwoord. Zodra de ijsbreker de Antarctische Convergentie passeert, de scheidslijn tussen de warme en koude wateren rondom de zuidpool, is het een stuk kouder. Uit de zee doemen majestueuze ijsbergen op, als vooruitgeschoven wachters voor een ijspaleis. Albatrossen vliegen voor de boeg, aan dek klikken fototoestellen in de onwetendheid dat het uitzicht nog veel mooier wordt dan dit.

Hier, voorbij de Zuid-Shetlandeilanden, is de zee rustig en de opluchting groot. Catherine Kinzler, de meest zeezieke van ons allemaal, deelt voor de eerste expeditie naar het vasteland gratis Foot Warmers uit – voetzooltjes met een blauwe gel die op mysterieuze wijze warm wordt zodra je erop loopt. ‘Ik gebruik ze ook voor mijn billen’, zegt ze. ‘Die bevriezen altijd.’

Voor de kust van Barrientos, een eilandje in de zee nabij het Antarctisch schiereiland, gaat het cruiseschip voor anker. De gasten hullen zich in vierlaags kleding en smeren hun neuzen in met factor 50. Ook de crew gaat van boord. Obers, koks, stuurmannen en schoonmakers hullen zich in dikke parka’s, rubberlaarzen en zwemvesten. ‘Jullie mogen niets meenemen en niets achterlaten’, gebiedt expeditieleider Julio Preller, een forse, gedrongen Chileen die zijn rug kromt en tussen zijn schouders lijkt weg te duiken als hij voor een groep – 54 toeristen – spreekt. ‘Maak geen onverwachte bewegingen, praat niet te hard, en als je een pinguïn tegenkomt, heeft die altijd voorrang.’

Argentijnen, Chilenen, Amerikanen, een Spanjaard, Italianen en een handvol Nederlanders, dertien nationaliteiten in totaal, gaan in vier groepen met zodiacs, rubberen speedboten, aan land. De reisagent van Royal Hansa had gewaarschuwd dat het de laatste afvaart dit seizoen is, dat het broedseizoen voorbij is en veel pinguïns al terug zouden zijn naar zee. Lege landschappen en kale rotsen vol vastgekoekte vogelstront werden gevreesd.

Niets is minder waar. Terwijl de toeristen hun reddingsvesten in een grote canvas tas op het eiland werpen, hobbelen de pinguïns nieuwsgierig hun kant op, met tientallen tegelijk. Honderden zijn het er, misschien wel duizend. Ze waggelen en snateren en stelen steentjes uit elkaars nesten. Ze zijn voor niemand bang.

‘Het verbaast me’, zegt Fred Kluge, een hoogleraar uit Ohio van rond de zestig, die zichtbaar ontroerd is. ‘Ik dacht: we komen een half dozijn zieke pinguïns tegen die na het broedseizoen zijn achtergebleven, maar het zijn er zo veel, en wat zijn ze leuk! Dit lijkt wel Woodstock in de zomer van ’69.’

Fred loopt achteruit, maar een van de vogels blijft hem naderen. Het dier hapt naar de touwtjes aan zijn rode parka en naar het klittenband op zijn regenbroek. De vogels klimmen onhandig met hun grote, platte voeten op rotsen, steunen op hun snavel als ze bijna voorover vallen en springen als kleine kinderen plomp het water in, de voeten eerst, de vleugels flapperend alsof ze het doodeng vinden.

[Zie verder pagina R05]

Tijd bestaat hier niet

Antarctica De schepen varen het zomerseizoen in een file

[Vervolg van pagina R01]

Midden op het eiland, op rotsen, ijs en sneeuw, liggen dode vogels en delen van dode vogels. Tussen twee meren loopt een pad met kiezels en rotsblokken. Halverwege het pad ligt iets dat lijkt op een houten, glad geschuurd bijzettafeltje – het is de ruggewervel van een walvis. Verderop ligt een rib van twee meter en de kaak van een blauwe vinvis. Voorbij het meer liggen talloze wervels en botten, op dit walviskerkhof werden de dieren vroeger geslacht voor hun vlees, vet en levertraan.

‘Nog steeds zijn er debielen die die schitterende beesten afslachten’, zegt expeditieleider Julio geërgerd. ‘Van de Japanners begrijp ik het – dat is altijd al een wreed volk geweest. Maar de Noren en de IJslanders zouden zich moeten schamen! Dat zijn rijke, westerse, beschaafde landen, die hebben dat helemaal niet nodig.’

Julio grijpt elke gelegenheid aan zijn gasten het besef bij te brengen van de kwetsbaarheid van dit gebied. Je kunt de schepen waarop de toeristen komen vervuilend vinden, zegt hij, maar mensen maken zich pas druk over het behoud van Antarctica als ze het met eigen ogen hebben gezien. ’

Terug aan boord wachten sandwiches en een tank met warme chocolademelk. Een uur later hangen alle parka’s te drogen. Eronder een lange rij groene rubberlaarzen. ‘Antarctica heeft mijn leven veranderd’, zegt Carlos Caraglia, een Spanjaard die alles doet wat hij leuk vindt nadat hij twee jaar geleden, op zijn 36ste, een hartaanval kreeg. Hij was hier in november, tijdens de Antarctische lente, en was zo onder de indruk van het landschap dat hij zijn duikschool verkocht en in maart – het najaar – opnieuw inscheepte.

Catherine Kinzler zou de Zuidpool al eerder hebben bezocht; zij had geboekt op de MS Explorer – de Noorse ijsbreker die is hier in december is gezonken na een aanvaring met een ijsberg. ‘We keken naar CNN en plotseling zag ik de MS Explorer zinken. Ik riep tegen mijn ouders: ‘Dat is mijn schip!’ Vijf minuten later belde mijn reisagent om te zeggen dat er een klein probleempje was...’

De Antarctic Dream en de MS Explorer zijn slechts twee van de ruim dertig cruiseschepen en zeiljachten die jaarlijks tien tot drieduizend passagiers per schip naar Antarctica vervoeren. Ze zijn verenigd in de IAATO, de International Association of Antarctic Tour Operators en hebben onderling afgesproken erop toe te zien dat het toerisme duurzaam verloopt en dat ze uit elkaars zicht blijven, om hun gasten de indruk te geven dat ze in een van God verlaten gebied zijn. In werkelijkheid varen ze het hele zomerseizoen in een file, op gepaste afstand, achter elkaar.

Het aantal toeristen dat de Drake Passage trotseert om Antarctica te zien, neemt elk jaar toe. Want niemand gelooft dat het Antarctisch Verdrag uit 1959, toen alle territoriale aanspraken zijn opgeschort ten gunste van wetenschappelijke samenwerking, daadwerkelijk tot 2048 ongeschonden zal blijven – onder de ruim twee kilometer dikke ijskap liggen ongekend grote voorraden olie en gas. De internationale druk om in het gebied te gaan boren neemt toe, en daarmee stijgt ook het aantal passagiers dat er voor die tijd naartoe wil – dit jaar zit het aantal toeristen voor het eerst boven de 30 duizend.

‘Welcome to the Great, White Continent’, zegt expeditieleider Julio met wijd gespreide armen op de vierde dag van onze zeereis. De Antarctic Dream boort zijn boeg in het ijs van Neko Harbor, een baai in het Antarctisch vasteland die is omzoomd met een hoge, steile ijswand in talloze kleuren blauw. De wand doemt loodrecht omhoog uit de zee. Af en toe breekt een ijsmassa af, die met een donderend geraas in zee stort. Het water spat tientallen meters hoog op, daarna is het weer stil in Neko Harbor, op het gesnater van de pinguïns na, en het suizen van de wind.

Plotseling klinken opgewonden stemmen door de portofoons van de crew. Twee bergen verderop is een keizerspinguïn gesignaleerd. Alle rode jassen beginnen tegelijkertijd de rotswanden te beklimmen om zo snel mogelijk aan de andere kant te komen. Nog een berg, en hup eroverheen met z’n allen. Daar staat een groep toeristen met statieven en camera’s. Een meter of tien beneden hen kijkt een dikke pinguïn verbaasd naar al die aandacht. ‘Niet dichterbij komen’, sist Julio, de expeditieleider, de IAATO-regels indachtig – we mogen de natuur niet storen of aantasten. Meedogenloos: ‘Dan had je maar een grotere lens moeten aanschaffen!’

Op de terugweg wordt het inschepen in de zodiacs bemoeilijkt door een agressieve zeeleeuw. Het dier gromt en bijt naar de toeristen. Gids Rodrigo, een ornitholoog, springt ertussen. Hij houdt het dier op afstand met zijn puntige wandelstok. ‘Snel, snel’, gebaart hij. Het wordt nog even spannend als de zodiac-bestuurders, die tot aan hun middel in het water staan, de rubberboot in zee duwen. De zeeleeuw springt in het water en zwemt op ze af. Net op tijd trekken de mannen hun benen binnenboord.

Na zeven dagen varen en excursies in het gebied zijn we de datum vergeten en tellen we de dagen niet meer. De toeristen staan aan dek en tellen de ijsbergen en bultrugwalvissen. Hier bestaat geen tijd, hier is communicatie met de rest van de wereld nauwelijks mogelijk. Op de laatste dag in dit onherbergzame gebied komt de mededeling dat we mogen zwemmen. Via het Lemaire Kanaal, ook wel Kodak Gap genoemd vanwege zijn indrukwekkende, steile ijswanden aan weerszijden van een nauwe passage, vaart de Antarctic Dream naar een grote krater die Deception Island heet. Het zwarte, vulkanisch gesteente rondom het water is warm en enkele toeristen lopen in zwemkleding het water in, bij een temperatuur van rond het vriespunt.

‘Wat een vreemde combinatie – fucking cold and fucking hot’, zegt Fred uit Ohio, die in zijn zwembroek op het warme zandstrand zit, terwijl een wasem uit zijn mond komt.

Ook de bemanning aarzelt geen moment. Ze trekken vier lagen kleding uit en rennen gillend de zee in. ‘Vertel de wereld hoe bijzonder het hier is’, benadrukt Julio als we weer aan boord gaan. ‘Vertel de wereldleiders dat ze met hun handen van Antarctica af moeten blijven!’

Die avond omhelzen en fotograferen de stuurlui elkaar. Ze hebben het hele seizoen lief en leed gedeeld, dit was hun laatste afvaart dit seizoen naar Antarctica, waar de herfst invalt, de eerste baaien alweer dichtvriezen en het de komende maanden dag en nacht weer donker zal zijn. Morgenvroeg gaat ieder zijns weegs en vaart de Antarctic Dream met een nieuwe bemanning naar de Noordpool, waar de lente is begonnen.

Ook Wil Thijssen en fotograaf Raymond Rutting werden zeeziek. Bekijk hun persoonlijke blogs en foto’s over deze reis op volkskrantreizen.nl/wil

Toeristen tellen de ijsbergen en de bultrug-walvissen

Toeristen bij Neko Harbor op weg naar het vasteland van Antarctica.Foto’s Raymond Rutting

Walvisskelet op een rotseiland van Port Lockroy.

Toeristen op het vasteland van Antarctica.

Niemandsland

Antarctica is het enige gebied ter wereld dat niet aan een nationale staat toebehoort. Er staan enkele onderzoeksstations van landen die daarmee dat deel van het gebied opeisen, maar deze claims worden internationaal niet erkend.

In 1984 werd hier het ozongat ontdekt. Door het ozongat en het broeikaseffect is de temperatuur op Antarctica enkele graden gestegen. Dit bedreigt de kwaliteit van het plankton en krill, dat de basis vormt van het mariene ecosysteem, en het ijslandschap. Op 26 maart is een ijsplaat van 415 vierkante kilometer in het zuidwesten afgebroken. In 2000 is een ijsvlakte zo groot als Frankrijk losgeraakt.

Toerisme naar de Zuidpool is niet onomstreden. Het ecologisch evenwicht in het gebied is kwetsbaar – een voetstap in het mos is na twintig jaar nog zichtbaar. Tegelijkertijd strijden veel Antarctica-gangers voor het behoud van het ongerepte gebied, dat wordt bedreigd door de internationale druk om er te gaan boren naar olie, gas en mineralen.

Doen & Laten

Reizen

De Antarctic Dream heeft 39 hutten waarin 78 gasten meekunnen. Een cruise op de ijsbreker is te boeken via Royal Hansa Voyages & Cruises. 11-daagse reis (Classic): vanaf 3880 euro. De prijs van langere en luxere reizen kunnen oplopen tot 20 à 30 duizend euro. Er gaan ook grotere cruiseschepen en kleinere zeiljachten naar Antarctica – de meeste aanbieders zijn te vinden op www.antarctica.startpagina.nl. De vluchten en hotelovernachtingen in Buenos Aires en Ushuaia, transfers van de luchthavens en vervoer naar het schip zijn doorgaans niet bij de prijs inbegrepen.

Reistijd

Het reisseizoen is van november tot half maart. In november breekt het ijs en broeden de pinguïns. In december en januari zijn er veel jonge dieren en is de kans op zon het grootst, februari-maart zijn de meeste walvissen te zien, maar heb je kans op slecht weer.

Kleding

Op Antarctica kan de zon fel en gevaarlijk zijn. Neem dus niet alleen thermisch ondergoed, verschillende lagen kleding en wind- en waterdichte bovenkleding mee (sommige rederijen stellen parka’s en rubberlaarzen ter beschikking ), maar ook een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor en een zonnebril met UV-filter. Een skibroek is handig om in de sneeuw met pinguïns te spelen. Als je Deception Island bezoekt, neem dan ook zwemkleding mee.

Uitrusting

Vergeet niet (naast natuurlijk een fototoestel) een verrekijker mee te nemen. Denk verder aan sterke pillen tegen zeeziekte. Primatur-pilletjes zijn niet sterk genoeg. Neem Dramamine mee, of pleisters die het evenwichtsorgaan verdoven (alleen op doktersrecept).

Reispapieren

Voor een bezoek aan Antarctica zijn geen visa vereist. Voor Argentinië – dat meestal het vertrekland van de cruise is – volstaat een geldig paspoort.

Valuta

Vraag van tevoren welke valuta op jouw schip wordt gebruikt voor drankjes, wasgoed en fooien. Op Antarctica heb je geen geld nodig, behalve in Port Lockroy op Wiencke Island: daar is in de zomermaanden een voormalig Brits weerstation open vanwaar je een postkaart naar overzeese gebiedsdelen kunt sturen en waar je een stempel van Antarctica in je paspoort kunt krijgen.

Meer over