Pensioenfondsen kunnen euro ook niet hard houden

De schaars gevulde pensioenpotten in landen als Duitsland, Frankrijk en Italië zijn een gevaar voor de hardheid van de euro....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Zijn pleidooi was niet van eigen belang gespeend. Volgens zijn redenering zouden de hoge toekomstige pensioenlasten voor een aantal Europese landen de inflatie in Europa opdrijven. Hierdoor dreigt het pensioenvermogen van het PGGM te worden weggevreten.

Het is een waarschuwing die vorig jaar ook uit het Britse parlement opklonk. De parlementariërs claimden dat de Britten bij deelname aan de Economische en Monetaire Unie de rekening van de slechte pensioenvoorzieningen in de rest van Europa gepresenteerd krijgen. Alleen Nederland vormt in de ogen van de Britten geen risico.

Dat de eurovrees voor de pensioenen vooral in Nederland en Engeland opsteekt, is simpel te verklaren. Het zijn de enige twee landen van Europa die beschikken over omvangrijke pensioenfondsen. In alle andere landen wordt niet of nauwelijks gespaard voor de oude dag, maar worden de pensioenen direct uit de staatskas betaald.

Deze directe vorm van financiering wordt in Nederland slechts toegepast voor de AOW. Het staatspensioen wordt alleen niet uit de schatkist betaald, maar grotendeels opgebracht door premiebetalers.

In de redenering van De Beus en de Britten zijn de pensioenfondsen een garantie voor een gezond financieel beleid door de overheid. De fondsen zijn zo'n grote financiële buffer dat Nederland en Engeland de kosten van de vergrijzing aanzienlijk minder zullen voelen dan andere landen.

De Nederlandse en Britse regering zullen daarom ook niet, of in ieder geval minder snel, in de verleiding komen om de belastingen te verhogen zodat de de pensioenen betaald kunnen worden. In Nederland en Engeland, nog steeds volgens De Beus en de Britten, zullen de vakbonden daarom ook geen loonseisen stellen om de hogere belastingen te compenseren. Nederland en Engeland zullen dus ook niet aan de basis staan van de inflatie die Europa rond 2025, op het hoogtepunt van de vergrijzing, zal teisteren. Zeggen De Beus en de Britten.

Op welke voorspellingen zij hun rampscenario baseren, is niet duidelijk, maar het kunnen niet die van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zijn, of die van het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland.

Volgens de OESO zullen de kosten van de vergrijzing voor de Nederlandse overheid hoger uitvallen dan in bijna elk ander Europees land. Alleen Italië en Finland zijn slechter af. Dus als er landen zullen zijn die de inflatie zullen aanwakkeren om uit hun pensioenperikelen te komen, dan behoort Nederland daar volgens de redenering van De Beus zeker ook toe.

Ook de cijfers van het ABP bieden De Beus weinig ondersteuning voor zijn redenering. De toekomstige pensioenlasten zijn voor Nederland zeker niet de laagste van Europa. Die eer komt aan de Britten toe, terwijl ook bij het ABP Italië er slecht uitspringt.

Als volgens deze berekeningen ook Nederland behoorlijk gebukt zal gaan onder de vergrijzing, vergroot dat - volgens de redenering van De Beus - alleen maar de risico's voor de euro. Maar op die redenering is ook wel het een en ander aan te merken, vindt Jan Kuné, stafmedewerker van het ABP.

Volgens Kuné doet het er weinig tot niets toe of er pensioenfondsen zijn of dat de kosten van de vergrijzing op de staatskas drukken. Weliswaar heeft financiering met pensioenfondsen bepaalde voordelen: Er is meer spaargeld dat geïnvesteerd kan worden, waardoor de economische kracht van een land kan toenemen. Maar volgens Kuné is de overschakeling naar een systeem met pensioenfondsen niet goed doenlijk omdat het hele generaties opzadelt met dubbele kosten.

In bijna alle landen van Europa zal over ruim een kwart eeuw ongeveer een kwart van de bevolking ouder zijn dan 65 jaar. Deze vergrijzing heeft haar prijs. Maar een pensioenstelsel, hoe gefinancierd ook, blijft betaalbaar als de economie ononderbroken, of bijna ononderbroken, goed draait. Blijft de groei uit, dan is het crisis, met of zonder de euro, of er nu ABP'en of PGGM'en zijn of niet.

Meer over