Participatiemaatschappij gaat volgende maand naar de beurs; Alpinvest wil ogen open en handen thuis houden

Begin 1996 kocht participatiemaatschappij Alpinvest voor 7 miljoen pond een belang van 10 procent in het Engelse bedrijf Eversholt; een bedrijf dat treinstellen verhuurde aan British Rail....

Van onze verslaggever

Peter de Waard

NAARDEN

'Een droomtransactie', erkent algemeen-directeur Stan Vermeulen van Alpinvest. 'We verdienden niet alleen 40 miljoen pond sterling. Het pond is in die tijd ook nog 20 procent in waarde gestegen. Als je het optelt is de winst meer dan 100 miljoen gulden.'

Vermeulen kan zich niet herinneren ooit in zo korte tijd zoveel geld te hebben verdiend. 'Van Doorne's Transmissie - VDT - hebben we in 1995 ook met heel veel winst verkocht. Maar dat belang hebben we wel meer dan tien jaar gehad.'

De Nederlandse staat moet ogenschijnlijk voor gek worden verklaard. Op 11 juni zal de staat zijn belang in deze 'superbelegger' via de beurs verkopen. Maar niet alles wat Alpinvest aanraakt wordt onmiddellijk goud. In de portefeuille zitten ook belangen in bedrijven als Smit Transformatoren en Driessen Aircraft. 'Maar ook Gastronoom; een cateringbedrijf dat uit SHV Makro komt. Ik denk dat het binnen enkele jaren naar de beurs zal gaan. En Zorgvoorziening Nederland; een leasebedrijf van rolstoelen. Een fantastisch bedrijf.'

De staat wil echter al langer van het belang af. Nu kunnen de tien miljoen aandelen voor een bedrag van tussen de 26,50 en 30 gulden worden verkocht, waardoor een kleine 300 miljoen gulden in de schatkist zal stromen. Ook grootaandeelhouder ABN Amro stoot nog eens 7 miljoen aandelen af, waardoor iets meer dan de helft van de aandelen via de beurs verhandelbaar wordt.

'Het ging niet van harte bij de ABN Amro. Maar we vonden noodzakelijk dat er naast het belang van de staat nog een ander belang werd verkocht. Niet alleen moesten we voldoende liquiditeit in de markt creëren. Ook wilden we op die wijze onze onafhankelijkheid benadrukken', stelt Vermeulen.

De ABN Amro ziet hierdoor het belang van 49,5 procent teruglopen tot bijna 30 procent. De resterende aandelen zijn in handen van verzekeraars en pensioenfondsen die er niet over peinzen om hun belang te verkopen.

Alpinvest ontstond in 1991 uit een samenvoeging van het veel verguisde staatsvehikel Maatschappij Industriële Projecten (MIP) - ooit door minister Jan Terlouw opgericht als pronkstok voor industriële vernieuwing - en de ABN Participatiemaatschappij (APM). Onder leiding van Vermeulen - een voormalig Akzo-man - is het na de samenvoeging een succes geworden. Alpinvest is inmiddels na de NPM de grootste participatiemaatschappij van het land. De winst steeg vorig jaar met 24 procent tot 88 miljoen.

'In de portefeuille van de MIP zaten ook een paar diamanten. Ik noem maar VDT. Maar de grootste winst is afkomstig van bedrijven die na die tijd zijn verworven', zegt Vermeulen. Alpinvest mijdt zeer risicovolle beleggingen.'We investeren niet in startende bedrijven of hele kleine bedrijven. Dat laten we over aan participatiemaatschappijen die gespecialiseerd zijn in venture-capital, zoals Atlas.'

Ook mijdt Alpinvest grote megadeals. 'We zijn wel in de markt geweest voor een stukje uit de chemiepoot van Unilever die later voor 15 miljard gulden aan ICI werd verkocht. Maar in echte multinationals gaan we niet zitten. Ook investeren we niet in bedrijven die in een turnaround zitten, waar nog gereorganiseerd moet worden.'

Alpinvest richt zich op bedrijven die al succesvol zijn en binnen drie à vier jaar met boekwinst kunnen worden afgestoten. 'Bedrijven, die gericht zijn op het uitkeren van dividend, vormen een kwart van onze portefeuille. Maar het leeuwendeel van de portefeuille bestaat uit bedrijven die zich losmaken van hun moedermaatschappij, de zogenoemde management buy-outs.'

Deze markt groeit nog altijd spectaculair. Vorig jaar investeerden Nederlandse participatiemaatschappijen liefst 75 procent meer in deze zogenoemde buy-outs. 'Het is een heel aantrekkelijke markt. Bedrijven die in vergeethoekjes van grote concerns zitten, knappen vaak onmiddellijk op als zij op eigen benen komen te staan.'

Vermeulen is niet bang dat de markt eens zal opdrogen, omdat bedrijven na jarenlang saneren allemaal al naar hun kernactiviteiten zijn teruggekeerd. 'Concerns bekijken steeds opnieuw wat hun kernactiviteiten zijn. In landen als Frankrijk, Italië en vooral Duitsland moet het hele proces zelfs nog beginnen.'

Alpinvest heeft dan ook de vleugels naar het buitenland uitgeslagen. In alle grote Europese landen - met uitzondering van Italië - zijn er nu eigen vestigingen. Van de 125 participaties zal eind dit jaar meer dan de helft in het buitenland zijn.

Jaarlijks bekijkt een investeringscomité van Alpinvest nu 500 participatiemogelijkheden. 'We zijn geen belegger, maar investeerder', stelt Vermeulen. 'In eerste instantie is het hands off, eyes on. We bemoeien ons niet met het beleid, maar moeten kunnen ingrijpen als het fout gaat. In familiebedrijven nemen we bijvoorbeeld óf een klein belang van minder dan 10 procent of een meerderheidsbelang. We willen niet voor 30 of 40 procent in een bedrijf zitten en dan machteloos toekijken als de directeur-grootaandeelhouder allerlei rare fratsen uithaalt.'

De band met de bedrijven wordt ook nauwer. Zo opereert Alpinvest tegenwoordig ook met complete financieringsconstructies, soms in de vorm van achtergestelde leningen die kunnen worden omgewisseld in warrants, een soort opties op aandelen.

Vermeulen erkent dat sommige constructies veel lijken op junk-bonds. 'Qua risico wel. Maar junk-bonds zijn verhandelbaar papier. En dat is dit niet. En daarnaast zijn wij geen raider. Als je in Nederland een keer aan een onvriendelijke overname meewerkt, dan kan je het de volgende keer wel vergeten.'

Meer over