ColumnFrank Kalshoven

Overheidsfalen: krijgen de huishoudens waar voor hun geld?

null Beeld

De prijsexplosie op de woningmarkt? Het jaarverslag van de Onderwijsinspectie? Het advies van de Onderwijsraad om kinderen later te selecteren? Of de feitenfittie over inkomensgroei? Het is deze week moeilijk om een onderwerp te kiezen. Dus kiezen we lekker niet. Selecteren is ook niet per se nodig, want deze onderwerpen gaan over hetzelfde: over ongelijkheid en falend overheidsbeleid.

Eerst de ongelijkheid. Makelaarsvereniging NVM meldde deze week dat prijzen van woningen de afgelopen vier kwartalen met gemiddeld 15 procent zijn gestegen. Woningbezitters werden afgelopen jaar dus 15 procent rijker, gemiddeld. Huurders niet. De vermogensongelijkheid tussen deze groepen is dus toegenomen.

De Onderwijsinspectie bevestigde deze week dat de kansenongelijkheid in de coronaperiode is toegenomen. Kinderen uit gezinnen met hoger opgeleide ouders en een goed inkomen zijn beter af dan klas- genootjes uit gezinnen met lager opgeleide ouders en een lager inkomen. Het vroege sorteren van kinderen - jij naar het vmbo, jij naar het havo, jij naar het vwo - draagt structureel bij aan de kansenongelijkheid, vandaar het advies kinderen ook de eerste jaren van het voortgezet onderwijs samen in de klas te zetten. De vroege selectie is al jaren een doorn in het oog van iedereen die kan rekenen.

De fittie over inkomens gaat tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat een artikel schreef over groei en inkomens in de afgelopen vijftig jaar, en de auteurs van het boek Fantoomgroei, Sander Heijne en Hendrik Noten. Het CBS constateert nuchter dat het nationaal inkomen de afgelopen vijftig jaar is verdubbeld. Dat we die groei deels hebben gebruikt om vaker alleen te gaan wonen, en dat die groei voor een deel niet in de portemonnee van huishoudens is terechtgekomen.

We zijn óók meer gaan besteden via het collectief. Dus: belastingen en premies betalen, in ruil waarvoor we (quasi-)publieke goederen terugkrijgen. Vooral (maar niet alleen): zorg. De spelden die Heijne en Noten hiertussen proberen te krijgen prikken mis. Vijftig jaar geleden was het inkomensaandeel van huishoudens 57,5 procent; in de eerste decennia nadien groeide dit tot boven de 65 procent; om dan gestaag te dalen tot 54,6 procent in 2019. Het overheidsaandeel loopt juist op. In 1969 nog maar 23,3 procent. In 2019: 32 procent

Dan: het overheidsfalen. Krijgen de huishoudens waar voor hun geld? Dat is naar mijn bescheiden mening het probleem. De onvrede over allerlei beleidsterreinen is groot, en daarin prikken mensen als Heijne en Noten wél raak. Het is helemaal niet zo erg voor huishoudens om koopkrachtgroei in te leveren in ruil voor publieke productie en ordening. Met plezier zelfs. Maar dan moet de overheid wél leveren.

De woningmarkt? Die is zo over de kook dat de AFM-topvrouw Laura van Geest zelfs vreest voor de financiële stabiliteit. Het overheidsbeleid? ‘Werkt averechts’, zei ze deze week over de inderdaad mallotige maatregel om ‘starters’ geen overdrachtsbelasting meer te laten betalen. De overheid heeft op de woningmarkt een heel grote broek aan. En die slobbert op de enkels.

Onderwijs? We brengen er dit jaar met elkaar 40 miljard euro voor op. Er is een ministerie voor. Er zijn stapels wetten en regels. En? De kwaliteit daalt al jaren, de kansenongelijkheid neemt toe. Is er een plan? Neen. Nou ja, van de Onderwijsraad dus, op één belangrijk onderdeel.

En dat is alleen maar deze week. Op een overheid die onze koopkracht afroomt, de ongelijkheid vergroot en slechte diensten levert zit niemand te wachten.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over