Oude tl-buizen komen weerom

Philips heeft een manier ontwikkeld om zijn eigen tl-buizen te recyclen. Maar de feitelijke inzameling en verwerking moeten anderen uitvoeren....

ALS TRANSPARANTE draden komen de meters glasbuis voor tl-verlichting uit de oven van 1560 graden Celsius. Aan de ene kant van de fabriekshal van Philips Lighting in Roosendaal hangt het gangbare formaat voor woningen en bedrijven en een paar meter verderop de dikkere buis voor zonnebanken.

Met een soort trekmachine wordt het nog warme glas horizontaal bewogen naar de 'natte neus', een apparaat dat het warme glas aftikt op de juiste maat. Alleen al in Nederland zijn zo'n vijftig miljoen tl-buizen in gebruik en daarvan worden er tien miljoen per jaar vervangen.

Dat zijn aantallen die ook recycling interessant maken. Reden waarom Philips graag wil beschikken over de grondstoffen van de oude lampen, zoals glas, kwik en fosfor, om daarmee weer nieuwe tl-buizen te kunnen maken. Om de Philips-producten uit de afvalstroom van tl-buizen te kunnen selecteren, ontwierp Philips een detectie-unit.

'Wij willen tl-buizen maken, maar niet zelf recyclen', zegt ir. R. van Disseldorp, internationaal Product Manager voor tl-lampen in Roosendaal. De detectie-installatie wil Philips dan ook slijten aan de verwerkingsbedrijven waarvan sommige zijn gespecialiseerd in de inzameling van oude lampen.

In 1992 begon Philips het onderzoek. Aanvankelijk ging het om de 1,2 miljoen lampen van de productieuitval (1 procent van de gefabriceerde hoeveelheid), de afgekeurde lampen die Philips weer in de productie wilde krijgen. Zo groeide het idee van het hergebruik van oude buizen, vooral die van de 80-serie veruit de meest verkochte tl-buizen.

Om de proefinstallatie in Roosendaal goed uit te testen, kon Philips niet alleen de kneusjes uit de eigen productie gebruiken, maar moesten ook afgedankte gebruikte lampen onder het detectieapparaat. Die laatste werden onder meer geleverd door LumenEx in Den Bosch, een verwerkingsbedrijf van alle typen en soorten gasontladingslampen en dus ook oude tl-buizen.

In Roosendaal worden de oude lampen stuk voor stuk op een lopende band gelegd. Komen ze onder de detector dan lichten ze op en registreert de computer om welk type het gaat: Philips TLD Super 80 New Generation (na 1994 geproduceerd), Philips TLD Super 80 (voor 1994) en alle andere typen fluorescentielampen (van concurrenten als Osram en General Electric).

Daarna snijdt een mes de metalen uiteinden van de lamp eraf, zodat de wind er flink doorheen kan blazen. Dit gebeurt dan ook in de volgende fase: een luchtstoot blaast de fosfor uit het glasomhulsel.

Dit fosforpoeder, waarin ook kwik zit, wordt naar een opvangbak geblazen. Het innovatieve in dit proces is dat de fosforpoeders uit de verschillende typen fluorescentielampen worden gescheiden. Het door de luchtspoeling afgescheiden fosfor-kwikmengsel komt terecht in de bak die bij dat gedetecteerde fosfortype hoort. De poeders afkomstig van Osram en General Electric komen samen in één opvangbak en gaan als chemisch afval naar een verwerker. Als deze concurrerende lampenfabrieken ook willen recyclen moeten ze hun eigen technologie maar ontwikkelen, zegt Van Disseldorp.

De poeders, afkomstig van de Philipslampen, worden voor verdere verwerking naar Maarheeze gestuurd. Daar heeft de onderneming een nieuwe fabriek gebouwd die én het kwik uit het poedermengsel haalt en vervolgens het fosforpoeder opwaardeert. Daarna blijft zuiver fosforpoeder over dat geschikt is voor nieuwe tl-buizen. Het kwik dat in Maarheeze wordt teruggewonnen, gaat naar een gespecialiseerd bedrijf dat het metaal geschikt maakt voor hergebruik bij Philips Lighting.

'In bepaalde opzichten is deze nieuwe technologie revolutionair', zegt directeur ir. J. Padt van LumenEx. Deze firma in Den Bosch shreddert al sinds 1991 onder andere oude tl-buizen, ongeacht kleur, model of lengte. Bij dit vermalen blijft een mengsel over van stofglas en poeder dat te onzuiver is om als grondstof te dienen voor nieuwe tl-buizen.

'Philips heeft een aantal toevoegingen ontwikkeld voor het verwerkingsproces: de detectie-installatie en de opwaardering van het fosforpoeder', constateert Padt. Maar dat is alleen interessant voor tl-buizen van Philips van een bepaalde lengte.

Volgens Van Disseldorp is er gezien het aanbod van afgedankte tl-buizen in Nederland ruimte voor plaatsing van een Philips-detector bij twee, hooguit drie verwerkingsbedrijven. Philips onderhandelt daarover met onder meer LumenEx.

Met drie Duitse verwerkingsbedrijven, in Berlijn, Hannover en Essen, zijn al lease-contracten gesloten. Philips plaatst de unit en krijgt in ruil daarvoor het gezuiverde glas en het fosforpoeder. Door deze constructie blijft Philips eigenaar van de installatie. 'Wij stellen de selectie in. Als Philips iets verandert in de samenstelling van de fosfor moet de unit worden bijgesteld', verklaart Van Disseldorp.

Verwerkingsbedrijven die al een installatie hebben voor het leegblazen van tl-buizen, zijn voordeliger uit, omdat ze alleen nog maar de detector hoeven aan te schaffen, zegt Van Disseldorp. 'Ik hoop dat we verwerkers kunnen overtuigen dat ze deze weg op moeten gaan.'

Maar LumenEx moet volgens Padt vooral op de kosten letten. Het nieuwe dat Philips toevoegt, is de detector voor de poederscheiding, maar dit is maar een fractie van het totale gewicht, een half procent. De tl-buis bestaat voor 90 procent uit glas, voor 8 procent uit metaal en voor 2 procent uit fosforpoeder waarvan uiteindelijk na bewerking zo'n half procent overblijft.

LumenEx dat nu alleen een shredderinstallatie heeft, zou anderhalf miljoen gulden moeten investeren in een installatie die de uiteinden van de lamp snijdt en het omhulsel leegblaast. Een behoorlijke investering, vindt Padt.

'Waarom zouden we die extra kosten maken', vraagt Padt zich af. 'Behalve de kosten speelt voor ons het feit dat we over te weinig afgedankte lampen kunnen beschikken. Als Philips ons nu een deel van zijn lampen toeschuift die door productieuitval ongeschikt zijn, dan wordt het interessanter', aldus Padt.

Hij beseft evenwel dat voor Philips ook de kosten omhoog gaan als het zijn eigen kneusjes niet meer verwerkt. 'Beide partijen moeten de pijn delen', vindt de directeur van LumenEx.

Marieke Aarden

Meer over