Ossi's zijn doodsbang te verzuipen in hun geld

De ex-DDR is omgetoverd tot een min of meer welvarend land. Dat de Ossi niet efficiënt is, is een vooroordeel....

WILLEM BEUSEKAMP

door Willem Beusekamp

'DAAR ZITTEN ze dan in hun mooie, gerenoveerde woning. Niets te beleven, niemand die langs komt of vraagt of ze meegaan naar de sportclub, de tuiniersvereniging of de dansavond. Samen een taart bakken, is er ook niet meer bij. Wij Ossis willen worden verzorgd, thuis worden afgehaald en meegenomen. Wij houden van gezelligheid en die is verdwenen. Ik hoorde iemand onlangs verzuchten dat-ie een prima pensioen heeft, maar geen buren meer.'

Bernd Seite is premier van de Oost-Duitse deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren en in tegenstelling tot menig collega in de ex-DDR een echte Ossi. Vroeger veearts, politiek nooit actief, en in de roerige herfst van 1989 meegesleurd in de revolutie. Hij sloot zich aan bij de CDU van Helmut Kohl en voordat hij er erg in had, was hij minister-president van de deelstaat in het hoge noorden.

Of het ooit nog wat wordt met de Oost-Duitse economie, zo luidde de vraag.

Acht jaar na de Duitse vereniging en kort voor de grote showdown van de eeuwige kanselier moet worden vastgesteld dat het gejammer in het oosten van de republiek gelijke tred houdt met het economische succes. De vervallen arbeiders- en boerenstaat is in recordtempo omgetoverd tot een min of meer welvarend land, waar het vergeleken met de voormalige socialistische broederlanden goed toeven is. En toch is iedereen ontevreden want, zo meent de doorsnee Ossi, 'het is nog steeds een puinhoop'.

Premier Seite deelt die mening niet; hij heeft het over 'één grote succes story, al zijn we pas op de helft'. Hij verwijst naar het regelmatige onderzoek, waarbij driekwart van de bevolking aangeeft er financieel veel beter voor te staan dan vroeger. Niettemin, onvrede alom.

Volgens Seite is het geen economisch, maar een sociologisch probleem: 'Wij Ossis hebben ons nooit tot een persoonlijkheid kunnen ontwikkelen. Zeventien miljoen mensen waren onbekend met het begrip zelfstandigheid en plotseling bevonden zij zich in een soort goudgraverssfeer, overgeleverd aan de D-mark.'

Geld is er in overvloed. Onveranderd pompen de Wessis jaarlijks bruto 150 miljard mark in de vijf nieuwe deelstaten, een last waaronder elk ander land zou zijn bezweken. Het leeuwendeel hiervan, gemiddeld 52 procent, verdwijnt in de sociale kassen waarvoor de Ossis tot oktober 1990 nooit premies hebben betaald, maar waaruit ze sinds de vereniging net als de Wessis hun aow, pensioen, werkloosheidsgeld of bijstand betrekken.

Nog eens circa 35 procent gaat jaarlijks op aan infrastructuur, met als resultaat compleet herbouwde steden en een wegennet waarvan de Oost-Europese landen alleen maar kunnen dromen. Mecklenburg-Voorpommeren - je zou er niet opkomen bij het zien van de uitgestrekte meren en het heuvelachtige en dun bewoonde landschap - is bovendien voorzien van een futuristisch glasvezelkabelnet, waarmee de telecommunicatie zich wereldwijd tot de top mag rekenen. Alsof het niet op kan, zijn de vijf resterende scheepswerven aan de Oostzee mede met hulp van subsidie uit Brussel en Scandinavische firma's ultramodern gemaakt.

'Het klopt allemaal', zegt Seite. Toch beseffen de Ossis volgens hem te weinig dat het hún werk is, dat ook zij inmiddels krachtig meebetalen aan de opbouw en dat je in een open markteconomie geen moment kunt verslappen. Seite: 'Alles draait om geld, terwijl de bevolking nog steeds niet over de schok heen is. In het Westen wordt absoluut vergeten hoe groot die schok was. Niet alleen ons economische systeem verdween van de ene op de andere dag. Het onderwijs werd radicaal gewijzigd, het verenigingsleven verdween, de vrije tijd moesten we plotseling zelf inrichten.

'Vroeger namen de partij en staatsorganisaties ons bij de hand, zij deden alles. Nu moeten we het zelf regelen, ofschoon we nog steeds zo graag thuis willen worden afgehaald. Ja, zo zou je het onbehagen het beste kunnen omschrijven, we willen nog steeds worden afgehaald. Terwijl we ons moeizaam proberen aan te passen, en ons de afgelopen jaren uit de naad hebben gewerkt, verdwijnt ineens de D-mark en komt de euro. De Europese Unie wordt vergroot met Polen, Tsjechië en Hongarije. Ik vrees wel eens dat het tempo voor ons Ossis te hoog is.'

IN WEST-DUITSLAND geldt de Ossi als lui en ontevreden. Kohls nieuwe regeringswoordvoerder Hauser maakte onlangs in het openbaar een geweldige uitglijder, die hem (en dus ook Kohl) niet snel wordt vergeven. Hauser verklaarde dat het geduld in het westen begint op te raken en dat het einde van de solidariteit in zicht komt indien de ondankbare Ossis nu ook nog op de verkeerde politieke partijen gaan stemmen. Hij doelde op de postcommunistische PDS en de rechts-extreme splinters.

De regeringswoordvoerder bood zijn excuses aan, maar wat gezegd was, was gezegd. Veel Wessis denken er net zo over en kunnen het gejammer van hun nieuwe landgenoten uit het oosten niet meer horen. Samengevat: ook wij hebben na de oorlog onze schouders er onder gezet; slechts door hard werken en niet zeuren ontstond het Wirtschaftswunder.

'Een groot misverstand', zegt de jurist Klaus Rothe. Rothe, een Wessi, leidt sinds de Wende een van de Kamers van Koophandel in Mecklenburg-Voorpommeren en heeft ontdekt dat psychologie en historische kennis inmiddels belangrijker zijn dan droge economische vaardigheden voor het kunnen doorgronden van de aanhoudende kloof tussen Ossis en Wessis. Want alle bloeiende landschappen in de ex-DDR ten spijt, het verschil in rijkdom en efficiency tussen oost en west is nog steeds enorm.

De na-oorlogse periode in West-Duitsland werd gekenmerkt door totale verwoesting en de wens van iedereen het land zo snel mogelijk op te bouwen. Het nieuwe politieke systeem, de parlementaire democratie, werd bovendien door de drie westerse geallieerden met geweld opgelegd. Rothe: 'In de DDR was de situatie heel anders. In de eerste plaats vond er in de jaren vijftig en zestig een massale braindrain plaats. De elite had geen zin in een nieuwe dictatuur en vluchtte richting West-Duitsland. Die achterstand heeft de DDR nooit kunnen inhalen.'

Er ontstond een nieuwe elite, die in 1990 helemaal geen Duitse vereniging wenste. Een 'betere DDR', ja, maar geen West-Duitse 'kolonisering'. Rothe: 'Hen bevalt het westerse systeem nog steeds niet. Ze hadden het niet slecht, als bevoorrechten van de SED en staatsorganen.'

De tegenstanders van de Duitse vereniging beschikten over het Herrschaftswissen, zij waren het beste opgeleid en vonden het snelst hun weg in de verenigde republiek. Zo kon de merkwaardige tegenstelling ontstaan dat de grootste profiteurs in de praktijk dezelfde vereniging nog steeds dwarsbomen. Rothe: 'Voormalige Stasi-medewerkers, SED-personeel, allemaal kregen ze een baan in de ambtenarij of gingen verder als zelfstandig ondernemer. We hebben het dan over honderdduizenden. Zij zijn dus niet werkloos, verdienen goed, maar stemmen toch PDS.'

Rothe memoreert de regelrechte obstructie van deze Oost-Duitsers tegen projecten als de magneetzweefbaan - die Hamburg via Schwerin met Berlijn zal verbinden en op den duur kan worden doorgetrokken tot in Oost-Europa - en de nieuwe autosnelweg van Sleeswijk-Holstein naar Polen. Deze transportlijnen zullen Mecklenburg-Voorpommeren zonder twijfel economisch een stuk verder brengen, maar worden afgewezen door juist die groepen die er het meeste baat bij hebben. Niet uit milieu-oogpunt, maar volgens Rothe vanwege hun grondige afkeer tegen de Duitse eenheid.

Nog een vooroordeel: de Ossi is niet efficiënt en zal nooit kunnen tippen aan de productiviteit van de Wessi. Het klopt dat de productiviteit van de Oost-Duitse industrie nog geen 60 procent bedraagt van die in het westen. Mecklenburg-Voorpommeren heeft inmiddels een moderne voedingsindustrie, maar moeite de producten aan de man te brengen. Rothe: 'Bij de West-Duitse concurrentie hebben we gesmeekt of ze hier geen fabrieken wilde bouwen. Weet u wat ze antwoordde? ''Als we er een paar extra nachtploegen tegenaan gooien, kunnen we de hele DDR van jam en melk voorzien.'' We moesten hier dus echt vanaf de grond opnieuw beginnen, zonder enige kennis van marketing.'

Een man van de praktijk, directeur en alleen-eigenaar Weise van de zuivelfabriek Immergut nabij de hoofdstad Schwerin, ontdekte nog twee bedrijfseconomische nadelen van de Ossis. Zijn fabriek kan zich meten met de modernste productieeenheid van bijvoorbeeld Unilever, maar de producten verkópen, is een ander verhaal. Weise, een Ossi: 'Als u eens wist hoeveel moeite wij moeten doen om onze spullen in de West-Duitse supermarkten te krijgen. Je moet iets aan je prijs doen, anders willen ze je niet eens in de etalage. Dat dwingt ons weer tot het bijna onmogelijke, namelijk nog verder automatiseren en personeel ontslaan.'

Het transport is een tweede structureel nadeel, dat de productiviteit ongunstig beïnvloedt. Weise: 'Direct na de vereniging hebben de West-Duitsers hier de logistiek overgenomen en opnieuw opgezet. Zij kunnen hun productie zo situeren dat het transport veel goedkoper is dan wij het ooit kunnen maken. In onze regio kan ik goedkoop leveren, maar om een truck naar München te krijgen, ben ik veel te veel geld kwijt.'

'Wij zijn dus niet lui, maar moeten vechten tegen structurele nadelen', zegt Paul Krüger, ook in Bonn een prominente Ossi en onvermoeibaar in het internationaal aanprijzen van Oost-Duitsland. Krüger werd voor zijn tomeloze inzet in 1993 door Kohl beloond met een ministerschap (Technologie), een post die hem weinig vreugde bracht. Krüger werd vermorzeld in het hem onbekende politieke bedrijf en gaf er eind '94 de brui aan. Sindsdien is hij woordvoerder van alle Oost-Duitse Bondsdagsleden.

Krüger - ooit bankwerker in Neubrandenburg, waar de Sovjets voor pantservoertuigen de grootste reparatiewerkplaats van het hele oostblok hadden ondergebracht - meent dat de hoge werkloosheid in de ex-DDR met een korrel zout moet worden genomen. In werkelijkheid had 56 procent van de bevolking in de DDR een betaalde baan, in het westen lag dat percentage in 1990 op 43. Thans heeft in zowel west als oost ongeveer 40 procent van de totale bevolking een baan, 'veel hoger dan in menig ander industrieland'.

Waar de Wessis zich nog over zullen verbazen, is volgens Krüger 'onze ijzeren wil om betaald werk te bemachtigen'. De Ossi is daarom bereid met minder genoegen te nemen dan de verwende Wessi. Dat heeft geleid tot ondernemersvoordelen die in West-Duitsland ondenkbaar zijn. Zo houdt minstens 70 procent van de werkgevers zich niet aan de cao en is de ondernemingsraad in Oost-Duitsland een schaars fenomeen gebleven.

Premier Seite onderschrijft 'het grotere arbeidsethos' van de Ossis en heeft voor de daadkrachtigsten een verrassend advies: Go West! 'In West-Duitsland begint het grote erven. Ondernemers die hun bedrijf na de oorlog met zweet en tranen hebben opgebouwd, merken dat hun kinderen en kleinkinderen geen zin meer hebben zich uit te sloven. Zij zoeken kopers voor het familiebedrijf. Ik zeg steeds tegen onze mensen: ga er heen, laat ze zien wat we kunnen'

Meer over