Op naar de fuchsiaweek

'Niet de vleesetende planten onnodig aanraken!', waarschuwt het bordje op de kamerplantenafdeling van Intratuin. Het compleet vernieuwde tuincentrum in Ter Aar herbergt ruim drie hectare aan planten, bloemen, tuinmeubelen, vijvers, kleding en veel, heel veel decoratie....

Dat kon, zegt hij, want na het de slechte jaren 2003 en 2004 heeft Kroon 'een geweldig' eerste kwartaal achter de rug. 'De klanten durven weer geld uit te geven', jubelt de directeur. 'Ze hebben weer vertrouwen in de economie.' En het is ook nog eens mooi weer, dit voorjaar.

Intratuin, vorig jaar uitgeroepen tot winkelketen van het jaar, is de Albert Heijn onder de tuincentra. De 57 vestigingen ontwikkelen zich steeds verder tot warenhuis. Waar vroeger alleen plantjes en struiken groeiden, bieden de filialen nu ook jacuzzi's, sauna's en solaria. De hang naar wellness, zoals directeur Kroon het noemt ('ontspanning en welbevinden'), is al een tijd gaande en 'nog lang niet afgelopen'. Intratuin verkoopt inmiddels meer 'dode' dan levende producten.

Tot het economisch slechte jaar 2003, dat ook nog eens door een hittegolf werd geteisterd, maakten de tuincentra een stormachtige groei door, die begon in de flower power-tijd. Veel winkels stammen uit de 'groene hoek': tuinders en hoveniers gingen eind jaren zestig hun producten ook aan particulieren verkopen. 'Ze verkochten planten met een potje erbij, het potje werd in de jaren zeventig een vaasje, het vaasje werd een sierbeeld en zo breidde het assortiment uit', zegt secretaris John van de Kolk van de Nederlandse werkgeversvereniging van groen-en tuincentra, de NVT.

In de jaren tachtig raakten tuincentra in de mode. Intratuin speelde daarbij een voortrekkersrol door zich te profileren als 'het Groene Warenhuis' en met de sponsoring van televisieprogramma Eigen Huis en Tuin. Het afgelopen decennium breidden de centra uit met meubels, decoratie en levende dieren. De collectie, die begon met konijnen en cavia's, is inmiddels gegroeid met ratten en muizen, tropische vogels en vissen, variërend van kooikarpers tot een heuse haaienbak bij Tuincentrum Overvecht in Breda. Sommige centra hebben spinnenkelders en een reptielenafdeling. Ook het groende assortiment is sterk aan verandering onderhevig. Zaadjes hebben plaatsgemaakt voor kanten-klaar-producten, liefst in volle bloei, en de conifeer van weleer is een olijfboom geworden. Om over de grafzerken bij Meloria in Middenmeer nog maar te zwijgen.

Een tuincentrum is een soort weerhuisje, stelt NVT-secretaris Van de Kolk. Het voorjaar en de kerst zijn belangrijke seizoenen. 'Ondernemers hebben hun assortiment zo sterk uitgebreid om ook buiten die twee belangrijke seizoenen klanten te trekken.' Sterker nog: ze máken zelf welbewust seizoenen - zo zijn er de fuchsiaweken, seizoensgebonden bloemschikcursussen, pompoensnijfeesten voor Halloween en de romantische weken rond Valentijnsdag. En een beetje tuincentrum heeft een bunker waar vuurwerk wordt verkocht. 'Niet alleen voor de jaarwisseling, maar ook voor grote feesten en partijen', zegt Van de Kolk.

In oktober vindt volgens hem een omslag plaats 'van buiten naar binnen': 'Dan bevinden de tuincentra zich in de 'groene dip', de ondernemers richten hun winkels anders in, binnenshuis georiënteerd. Er zijn zelfs tuincentra die complete keukens verkopen.'

Niet alleen het assortiment is gegroeid, ook de tuincentra zelf zijn inmiddels in alle regio's te vinden. Marktleider Intratuin wordt op de voet gevolgd door de inkooporganisaties Tuinspectrum en Vesatuin, die vergevorderde fusieplannen smeden. Als de twee samengaan, ontstaat een tuincentrumconglomeraat van 310 filialen, inclusief Groenrijk en Eurofleur in Leusden. Daarmee zou Intratuin zijn marktleiderschap kwijtraken.

'Onze branche is enorm in beweging', zegt NVT-secretaris Van de Kolk. 'Er vindt ook veel branchevervaging plaats, kijk maar naar de doe-het-zelfzaken.' Terwijl de tuincentra in toenemende mate schuttingen, verlichting en sierbestrating aan de man gingen brengen, hebben Praxis en Hornbach zich op de bloemen en planten gestort. En kussens, kaarsen en kerstdecoratie zijn niet langer het privé-domein van Hema, Bijenkorf en V & D. De laatsten zetten tegenwoordig hele tuinameublementen in hun etalage zodra de zon weer gaat schijnen. Want de mensen zien hun tuin tegenwoordig als een kamer buiten, zegt Van de Kolk. 'Daarin horen gezelligheidselementen.'

De verbreding van het assortiment heeft in tuincentra explosieve omzetten met zich meegebracht. De groene branche is zogezegd big business. Een goed bezochte vestiging trekt jaarlijks meer dan 300 duizend klanten. De omzet in de 659 tuincentra in Nederland is een kleine 800 miljoen. Inclusief meubels en decoratie loopt dat bedrag op tot meer dan 2,5 miljard. Andere zaken meegeteld die ook tuinproducten verkopen, is de tuinbranche zelfs goed voor 2,4 miljard euro per jaar, stelt het onderzoeksbureau van de Rabobank .

Meer dan de helft van alle Nederlanders loopt minstens elk kwartaal een tuincentrum binnen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bij vrouwen zijn de winkels nog iets populairder dan bij mannen. Met name 50-tot 64-plussers zijn er regelmatig te vinden. Jongeren tot 25 jaar komen er daarentegen zelden, de helft ervan zelfs nooit. En 'allochtonen komen hier niet meer sinds ik de zaden en kruidentuin niet meer heb', zegt Leen Kroon van Intratuin in Ter Aar.

De professionalisering van de tuinbranche heeft niet alleen grote samenwerkingsverbanden opgeleverd; de branchevereniging NVT heeft zelfs een Tuincentrum Academie in het leven geroepen. Die leverde in 2003 haar eerste afgestudeerde afdelingshoofden, verkoopmanagers en assortimentsleiders af. In de gezamenlijke tuincentra werken ongeveer 8500 mensen die klanten, met of zonder groene vingers, dagelijks helpen bij het bepalen van hun keuzes.

'Mensen komen niet meer met een lijstje', zegt Kroon. 'Het winkelen is funshoppen geworden.' n

Meer over