Op klapnoren

Vierduizend gulden kinderbijslag per jaar - per kind, wel te verstaan. Noorwegen draait als een tierelier, en niet alleen dankzij olie en gas....

NANDA TROOST

ZE hoeven niet bang te zijn dat ze worden nagewezen op straat. Een werkloze in het Noorse Stranda mag dan bijna een bezienswaardigheid zijn, prettige bijkomstigheid is dat het zonder baan zitten van korte duur is. Een enkele schoolverlater, een afgezwaaide dienstplichtige, iemand die tussen twee banen in zit: uit meer bestaat het werkzoekendenbestand van het arbeidsbureau niet.

Stranda, een dorp op anderhalf uur rijden van Aalesund, is misschien wel hét voorbeeld van hoe rooskleurig de Noorse economie er voorstaat. Té goed vinden sommigen inmiddels, want Stranda, met 4500 inwoners, 27 vacatures en vijf werklozen, kampt met een heel ander probleem: waar halen ze de mensen vandaan om te werken in fabriek of winkel?

Voor het vijfde achtereenvolgende jaar bereikte Noorwegen een economische groei van ruim 3 procent, meer dan het Europese gemiddelde van 2,6. Ook de werkloosheid ligt beduidend lager: 2,7 procent tegen 11 procent elders in Europa. Het aantal nieuwe banen nam tussen 1993 en 1997 toe met 160 duizend, de sterkste groei na de Tweede Wereldoorlog.

Noorwegen - dat zich twee keer in een referendum uitsprak tegen toetreding tot de Europese Unie - zou zo voldoen aan de eisen voor de Economische en Monetaire Unie. Het land heeft een financieringsoverschot van 7,3 procent, en de staatsschuld bedraagt slechts 25 procent van het nationaal inkomen.

Die zou bovendien onmiddellijk kunnen worden afgelost - bijvoorbeeld uit het Aardoliefonds, dat naar verwachting in 2000 125 miljard gulden groot zal zijn.

In het steenrijke land zijn de voordelen voor de 4,5 miljoen inwoners navenant. De gezondheidszorg is gratis, universitair onderwijs goedkoop, en ten noorden van Oslo wordt een nieuw internationaal vliegveld uit de grond gestampt. Ola Normann (Jan Modaal) vangt een jaarsalaris van tachtigduizend gulden, een pensioengerechtigde met alleen AOW (vanaf 67 jaar) krijgt per jaar 26 duizend gulden netto en aan kinderbijslag wordt voor de eerste vier kinderen ongeveer vierduizend gulden per jaar per kind betaald.

'Het Noorse model' draait voor een belangrijk deel op de olie, waarover het land sinds het begin van de jaren zestig beschikt en waaruit het nog zeker tot 2020 rijkelijk kan putten. De olie-export is goed voor eenderde van de totale export. Dat maakt Noorwegen na Saudi-Arabië tot het tweede olie- en gasexporterende land.

Maar de olie maakt tegelijkertijd kwetsbaar. Zo stortten de dalende olieprijzen de Noren begin jaren tachtig in een crisis. Bovendien zijn de oliebronnen eindig. Na 2020 moeten om te beginnen velden worden aangeboord die moeilijker toegankelijk zijn. Gelukkig voor de Noren is het ook elders booming business. Sinds 1988 is de uitvoer van vis bijna verdrievoudigd. En ook de export van papier, staal, aluminium en chemische producten steeg fors.

Door de groei komt het land handjes tekort. Mensen vinden is de belangrijkste taak van het arbeidsbureau in Stranda geworden, niet werklozen aan het werk helpen.

Stranda is van oorsprong een boerendorp, en nog steeds wordt er landbouw bedreven. Maar her en der staan ook meubel- en textielfabrieken. Stranda's eerste meubelfabriek, P.I. Langlo's Fabrikker, leverde in 1950 een deel van de inrichting van het paleis van Haile Selassie in Ethiopië. Het nieuwste paradepaardje is Stabburet, Noorwegens grootste pizzafabriek waar tweehonderd werknemers tachtig diepvriespizza's per minuut afleveren die in heel Scandinavië hun weg vinden.

Buitenlanders zijn de nieuwste 'doelgroep' die Liv Berit Alme, hoofd van het arbeidsbureau in Stranda, heeft aangeboord. Eén advertentie op internet, en zalmproducent Atlantic King Seafood kon kiezen uit ruim tweehonderd sollicitanten voor vacatures die waren ontstaan omdat het bedrijf wilde uitbreiden.

Van de vijftig medewerkers komt de helft uit het buitenland: twee Somaliërs, zes Bosniërs, drie Srilankanen en twaalf Zweden staan aan de lopende band waar de zalm wordt gefileerd, gerookt en verpakt voordat de vis wordt geëxporteerd, vooral naar Zwitserland.

Vorig jaar heeft Noorwegen tienduizend - overwegend Zweedse - gastarbeiders aangetrokken, toen voornamelijk voor de gezondheidszorg. Odd-Erik Marthinsen, directeur van de afdeling arbeidsmarkt van het directoraat voor arbeid, verwacht dat er dit jaar en ook in 1999 zeker twintigduizend buitenlandse werknemers nodig zijn. Voor de dertigduizend andere extra banen die worden verwacht, worden nog zoveel mogelijk langdurig werklozen - wat een Noor al is na een half jaar WW - omgeschoold, maar daarna verwacht Marthinsen het mismatch-probleem: voor het restant werklozen zijn dan geen passende banen meer te vinden.

Economen vragen zich af of Noorwegen het zal redden met de nieuwe gastarbeiders. Eirik Larsen is analist bij Den norske Bank, de grootste commerciële bank. 'Zweden wilden tot voor kort wel hier komen werken, al was het maar omdat hun land getroffen was door een recessie. Maar nu gaat het er beter en wordt het voor ons moeilijker om bijvoorbeeld verpleegkundigen aan te trekken.'

Volgens Larsen 'zwelt de economie aan als een ballon' en bestaat er het gevaar van oververhitting, mede veroorzaakt door het tekort aan personeel. Veel zal volgens hem afhangen van de jaarlijkse loononderhandelingen die in het voorjaar gevoerd zullen worden. Als de salarissen te veel stijgen, dreigt er meer inflatie. 'Een strenger fiscaal regime zou dan een oplossing kunnen zijn, maar de verwachting is dat de centrumrechtse minderheidsregering zich daaraan niet zal wagen.'

En monetaire maatregelen zijn volgens Larsen niet meer dan een theoretische mogelijkheid. 'De Noorse kroon kan niet te sterk worden; 80 procent van de buitenlandse handel drijft Noorwegen met de Europese Unie, en 70 procent van de import komt uit de EU.'

De vakbonden lijken zich bewust van het mogelijke onheil. Stein Reegard is econoom bij de vakbondsfederatie Landsorganisasjonen. Ondanks de groei verwacht hij lage looneisen. De intentie daartoe is ook afgesproken met werkgevers en overheid in het Solidariteitsalternatief.

'Het wordt natuurlijk anders als de regering zou besluiten de belasting te verhogen. Maar we hebben niets te winnen bij meer loon en hogere prijzen. Dat hebben we in de jaren tachtig gezien. Bovendien, we zijn hier bekend met de Dutch disease uit de jaren zeventig, toen Nederland van de aardgasopbrengsten een uit zijn krachten gegroeide verzorgingsstaat in stand hield.'

Gaan de werkgevers en werknemers akkoord met een gematigde loonstijging, dan zit het voor 1999 en 2000 ook wel goed, is de verwachting. Maar wordt er voor 1998 een te hoge loonsverhoging afgesproken, dan betekent dat een trendbreuk en is Larsen bang dat Noorwegen terechtkomt in een negatieve spiraal.

Stranda heeft nog geen last van bedrijven die elkaar proberen af te troeven met hogere salarissen, al wordt er goed verdiend. Tachtigduizend gulden voor een productiemedewerker in de pizzafabriek wordt als heel normaal beschouwd. 'De mensen zijn welvarend, maar niet echt meer dan in andere delen van Noorwegen', zegt burgemeester Anne Lise Lunde. Maar ze durft amper te beginnen over een nog te ontwikkelen nieuwe inkomstenbron voor haar dorp.

Voordat de bus de hoofdstraat van Stranda bereikt, klimt hij over bergen waar aan beide kanten van de weg skiliften wegens te geringe sneeuwval nog niet in gebruik zijn. Maar ook al ligt er wel voldoende sneeuw, er wordt voornamelijk geskied door de plaatselijke bevolking. In de zomer varen grote cruiseschepen Stranda voorbij, op weg naar het pittoreske Geiranger aan het gelijknamige fjord, dat elk jaar een half miljoen toeristen trekt. Odd-Svein Kalv, consulent voor het plaatselijk bedrijfsleven, zou het wel weten. Aan de nu nog passerende toeristen valt veel geld te verdienen. 'Ik zou er nu niet aan moeten denken waar ik de mensen vandaan zou moeten halen, maar er ligt hier nog veel werkgelegenheid in het verschiet.'

Meer over