OOST VERSUS WEST

OP DE meest schilderachtige locaties in Oost-Europese hoofdsteden degraderen reusachtige, fel gekleurde McDonald's restaurants de omliggende gebouwen tegenwoordig tot grijze achtergronden....

Het bovenstaande is geen aanklacht tegen de fastfoodketen. Het is slechts een waarneming aan de oppervlakte van de omgang van West met Oost anno 1999. Samengevat zonder nuance: Oost moet zich voegen naar de eisen van West. Oost mag blij zijn dat West enige interesse toont.

Op de Forum-pagina van 2 augustus verwoordde de Hongaarse schrijver György Konrád de algemene frustratie van veel Oost-Europeanen. De Europese Unie - lees het Westen - leeft zich te weinig in de toestand van het gebied in. De EU eist veel en biedt weinig. Op 17 augustus reageerde M. Koning, adviseur Europees recht in Tsjechië, hierop door te betogen dat de Oost-Europeanen moeten ophouden het Westen voor het eigen falen verantwoordelijk te stellen. Ze moeten 'heel hard werken, zoals in West-Europa na 1945'.

In de weken daarna ontstond een discussie tussen Martin van den Heuvel - die Polen en Hongarije veel geschikter acht voor spoedige EU-toelating dan Tsjechië - en Hans Renner, die het opnam voor zijn oude vaderland Tsjechië en Van den Heuvels criteria om Tsjechië te diskwalificeren als dubieus afdeed.

Het verloop van de discussie is in veel opzichten illustratief voor de toestand van Oost-Europa tien jaar na de magische herfst van 1989. Eindelijk zou Europa waarachtig één worden. Oost zou niet alleen zijn licht gaan opsteken in West. West zou ook Oost beter leren kennen.

Tien jaar na dato dreigt de samensmelting van de twee Europa's steeds meer te verworden tot een ordinaire race tussen de voormalige communistische landen om onder druk van de EU een zo groot mogelijke economische groei te genereren. Telkens als (nu voormalig) EU-commissaris Van den Broek een Oost-Europese hoofdstad aandeed, werd hij bestormd door journalisten. Steeds hadden zij één brandende vraag.'Zijn we al goed genoeg?' In Polen vroegen ze: 'Zullen we eerder worden toegelaten dan Tsjechië?' In Bulgarije: 'Doen we het minder slecht dan Roemenië?' De EU-commissaris hoorde de vragen minzaam aan. Hij antwoordde steevast in de trant van Koning: heel hard werken.

Het zij hier niet gezegd dat de Oost-Europeanen dat niet moeten doen. Evenmin dat de sanering van de economieën en de acceleratie van de hervormingen geen noodzaak zijn. Maar de exclusieve nadruk die het Westen legt op economische prestaties zonder met name de kwetsbaarste landen daarbij te helpen, heeft steeds meer kwalijke gevolgen. De tol die Oost-Europa voor westerse gunsten betaalt, is te hoog, het westerse superioriteitsgevoel te groot.

Eentiende van de bevolking leeft in tal van Oost-Europese landen al onder de armoedegrens, tweederde er net boven. De maatschappijen verharden in te snel tempo. De commercialisering schiet verder door dan in het Westen. Alles wat uit het Westen komt is goed.

De versnelling en verharding van het leven hebben de verwerking van het communistische verleden gereduceerd tot een bijzaak. Reflectie heeft tijd nodig. Die is er niet. De bevolking is bezig met overleven, de regering met economische groei. Ieder land heeft geschiedkundige instituten die de misdaden van de oude regimes bestuderen. Ieder land heeft verenigingen van ex-politieke gevangenen. Maar meestal zijn het weinig meer dan oude-mannetjessociëteiten, zetelend in bouwvallige panden.

De kwalijkste ontwikkeling is evenwel het wegvagen van elke vorm van solidariteit tussen de Oost-Europese landen onderling. Ze zien elkaar als concurrenten, niet als lotgenoten. 'We zijn helemaal gefixeerd op het Westen', verzuchtte de Poolse intellectueel Krzystof Czyzewski. 'We doen alles om door het Westen voor vol te worden aangezien. Ondertussen vergeten we wie we zelf zijn. We zouden eerst eens moeten leren goede Midden- of Oost-Europeanen te zijn, alvorens we West-Europeanen worden.'

Diep in zijn hart verlangt vrijwel niemand terug naar de wereld van vóór 1989. Er wordt te veel geklaagd in Oost-Europa, constateren westerlingen vaak. Zo vanzelfsprekend als mensen de welkome veranderingen in hun leven aanvaarden, zo verontwaardigd zijn ze over de onwelkome. Misschien. Maar een fractie meer westers begrip en inlevingsvermogen zou in de 21ste eeuw een beter Oost-Europa kunnen opleveren.

Meer over