Oost-Europa schrikt beleggers nog af

De voormalige Sovjet-republieken moeten veel harder optreden tegen fraude en corruptie. Lacunes in de wet, gebrekkige fiscale systemen, misdaad en corruptie vormen obstakels voor investeerders, zei president Jaques de Larosiére van de Oost-Europabank op de jaarvergadering in Londen....

Van onze economische redactie

AMSTERDAM

'Er heerst corruptie, misdaad en sommige overheidsfunctionarissen maken zich schuldig aan willekeurige inmenging in zakelijke transacties in de particuliere sector', zei De la Rosière. 'Hoewel deze verschijnselen meer uitzondering dan regel zijn, blijven ze een bron van zorg en hebben zij in sommige gevallen zelfs de activiteiten van de bank bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt.'

De Guildhall in de Londense City, waar de jaarvergadering van de Oost-Europabank wordt gehouden, werd maandag getroffen door loos brandalarm. De Ierse minister van Financiën Ruairi Quinn, die de bijeenkomst voorzit, riep de paar honderden afgevaardigden tegen twee uur Nederlandse tijd op zich uit de voeten te maken na een brandmelding in een vleugel van het historische gebouw.

Kort daarna liet een politieman weten dat het loos alarm was. De vergadering werd echter meteen geschorst om de inwendige mens te verzorgen. Voor Nederland is minister Zalm (Financiën) in Londen.

Afgezien van de nog steeds hardnekkige problemen van fraude en corruptie zijn de economische hervormingen in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie de afgelopen zes jaar over het algemeen goed verlopen. 'We hebben in een korte periode relatief veel bereikt', zei De Larosière in zijn openingstoespraak. Hij waarschuwde echter ook voor zelfgenoegzaamheid.

De Larosière stipte de vooruitgang aan die in de meeste voormalige communistische landen is geboekt bij de overschakeling van een plan- naar een markteconomie. In dit verband noemde hij het vrijlaten van de gesubsidieerde prijzen, het terugdringen van hoge inflatie en de verkoop van staatsbedrijven.

De bankpresident onderstreepte evenwel dat 'transitie geen simpel rechtlijnig proces is'. Daarmee duidde hij op de achteruitgang op macro-economisch terrein in enkele van de betrokken landen in het afgelopen jaar.

De Larosière noemde met name Albanië. 'De situatie daar was veelbelovend en de bank deed er goede zaken, maar dat is allemaal met een schrikbarende snelheid verdwenen omdat de regering de zaken niet goed onder controle had.' Hij verwees met die uitspraak naar de instorting van het piramidesysteem, waardoor tal van Albanezen hun laatste spaarcenten kwijtraakten.

Minister Zalm van Financiën drong er maandag op aan dat de landen in Oost-Europa en de voormalige Sovjetunie, die tot op heden hun economieën maar nauwelijks hebben hervormd, snel maatregelen nemen. Verder uitstel van de noodzakelijke veranderingen zal donoren en investeerders wegjagen.

Vorig jaar vroegen de aangesloten landen de Ontwikkelingsbank op de aandeelhoudersvergadering al meer leningen te verstrekken aan die landen die achterop lopen in de overgang van centraal geleide planeconomie naar vrije-markteconomie. De instelling kon maandag echter nog maar relatief weinig concrete resultaten laten zien in de vorm van nieuwe projecten.

Daarvoor toonde Zalm begrip. 'We kunnen geen water uit de rotsen slaan en we mogen niet het risico lopen geld te steken in projecten dat we later kwijt kunnen raken. De situatie in die landen blijft lastig. De bank kunnen we weinig verwijten', aldus de minister na afloop van het officiële gedeelte.

De bewindsman liet weten tevreden te zijn over het beleid van de bank. Hij noemde in dit verband vooral de initiatieven om het midden- en kleinbedrijf financieel te ondersteunen omdat die sector in zijn ogen een belangrijke rol speelt in het opbouwen van de markteconomie. 'Daarmee moeten banken nog verder gaan.'

De Oost-Europabank heeft in de voormalige Sovjet-Unie al fondsen opgezet in Rusland en Oekraïne die kleine en middelgrote particuliere ondernemingen van het noodzakelijk kapitaal kunnen voorzien. Binnenkort komt de ontwikkelingsbank ook met een Kaukasus-fonds voor de oud-USSR-republieken Georgië, Armenië en Azerbeidjan.

Meer over