Ook Kok was tegen regeling voor vliegtuigbouwer; Lubbers vond Fokkers technolease kunstmatig

Oud-premier Lubbers en zijn toenmalige minister van Financiën Kok wilden in 1994 de technoleaseconstructie niet aan Fokker toestaan. Lubbers noemde maandag tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer de contructie die Fokker wilde toepassen kunstmatig....

Van onze verslaggever

DEN HAAG

Ook premier Kok, die als oud-minister van Financiën werd gehoord door een werkgroep van de Tweede Kamer, was die mening toegedaan. Beiden vonden dat de technolease voor Philips wel door de beugel kon. Het elektronicaconcern verkocht in 1993 al zijn kennis aan de Rabobank via een 'sale-leaseback-constructie'. Het bedrijf huurt de kennis van de bank terug. De Rabo kreeg een belastingvoordeel. Het noodlijdende Fokker deed een jaar later hetzelfde.

Toenmalig staatssecretaris Van Amelsvoort verzette zich gesteund door zijn ambtelijke top tegen beide constructies, maar stond ze na druk van andere ministers en de Tweede Kamer toch toe. Volgens Lubbers was de rol van de Kamer, die vrijwel unaniem achter de constructie stond, doorslaggevend. 'De Kamer stelde ons voor een fait accompli.'

Lubbers vond Van Amelsvoorts aanvankelijke besluit om Fokker de technolease te weigeren 'terecht'. Fokker wilde volgens hem de te verkopen kennis 'overwaarderen', waardoor het financiële voordeel groter zou worden. Philips had dat niet gedaan. 'Maar de Kamer ging heel ver om de staatssecretaris te urgeren toch ja te zeggen', aldus Lubbers. Volgens de oud-CDA-premier was ook Kok dezelfde mening toegedaan.

Kok ontkende dat niet, maar zei wel dat hij zich op geen enkele wijze met het dossier had bemoeid. Volgens hem mag een minister van Financiën zich niet met dossiers van individuele belastingplichtigen bezighouden. Daarom liet hij de zaak helemaal over aan Van Amelsvoort. 'Dus geen ''Wibo van de Linde'' zal ik maar zeggen', aldus Kok, daarmee verwijzend naar voormalig staatssecretaris Koning, die zich indertijd persoonlijk bemoeide met de aangifte van de tv-presentator.

Uit de opmerkingen van Kok en Lubbers bleek wel dat het nog steeds onduidelijk is of het kabinet de technolease in principe toestond aan iedereen, of dat alleen Philips en Fokker ervan gebruik mochten maken. In het laatste geval is er sprake van ontoelaatbare staatssteun, een zaak die de Europese commissaris Van Miert onderzoekt.

Uit vragen van het VVD-lid Kamp van de werkgroep bleek dat het ministerie van Financiën in 1993 Philips een brief heeft gestuurd dat de 'zekerheid vooraf' die het concern had gekregen voor de technolease bij een volgende aanvraag niet gegeven zou worden. Voorzitter Wolters (CDA) van de werkgroep bevestigde het bestaan van de brief.

Met de 'zekerheid vooraf' kreeg Philips de verzekering dat de belastinginspecteur de fiscale constructie niet zou afwijzen.

De brief van Financiën kan erop duiden dat het kabinet de technolease voor Philips als eenmalig beschouwde. Van Amelsvoort was die mening toegedaan, blijkens zijn opmerking 'Eens maar nooit weer' in een brief aan het kabinet. Vorige week zei van Amelsvoort dat hij daarmee de lange goedkeuringsprocedure bedoelde, en niet de constructie zelf.

Lubbers en Kok bevestigden dat gisteren. Maar de oud-premier gaf wel toe dat het kabinet de technolease voor Philips niet aan de grote klok heeft gehangen, zodat niet meer bedrijven ervan zouden gaan profiteren. 'Dat speelde wel mee', zei hij. Het bestaan van de technolease kwam in oktober 1993 aan het licht door uitspraken van minister Andriessen van Economische Zaken in een radio-interview.

Kok zei dat hij zelf altijd het principe van 'gelijke monniken, gelijke kappen' heeft aangehangen, daarmee bedoelend dat de technolease in beginsel voor elk bedrijf beschikbaar moest zijn. Wel zei Kok 'scherp' te hebben gelet op de eventuele kosten voor de schatkist van de constructie.

Meer over