Reportage

Ook de boer gaat tegenwoordig met vakantie, met dank aan bijspringende aspirant-boeren

Boeren hebben hulpkrachten die het bedrijf kunnen overnemen zodat zij op vakantie kunnen. De animo onder jonge boeren om op vakantie te gaan lijkt ook groter dan onder oudere generaties.

Boer Geertjan Kloosterboer draagt zijn bedrijf tijdens zijn vakantie over aan Remco Niks (rechts). Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Boer Geertjan Kloosterboer draagt zijn bedrijf tijdens zijn vakantie over aan Remco Niks (rechts).Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In een halfopen koeienstal, onder een dak waar zwaluwen druk vechten om een plekje, staat zij-instromer Remco Niks (48). Vroeger stond hij als brandweerman met zijn laarzen in het bluswater, nu draagt hij ze om tussen de koeien te kunnen werken. Kalfjes voeren, een koe met een zere poot antibiotica geven, het hokje uitmesten nadat een kalf de boerderij verliet: allemaal taken die hij deze zomer verrichtte zodat de eigenaar van de boerderij, Geertjan Kloosterboer (41), met zijn gezin naar Zuid-Frankrijk kon.

De boerderij van Kloosterboer, gelegen in het Overijsselse Oxe, is net als veel andere boerderijen een familiebedrijf, dat hij runt met zijn vrouw Nathalie. Ook zijn vader, inmiddels 72, helpt nog mee, maar hij kan het fysiek zware werk op de boerderij vanwege zijn leeftijd niet meer alleen aan.

Een melkveebedrijf met 120 koeien die elke dag gemolken, gevoerd en verzorgd moeten worden is sowieso niet makkelijk om een week of twee achter te laten. Toch lukt het Kloosterboer, net als steeds meer andere boeren, om het zo te regelen dat een vakantie toch mogelijk is.

Tijdelijk overnemen

Volgens Jan-Willem ter Avest, woordvoerder van zuivelconcern FrieslandCampina, gaan boeren er tegenwoordig vaker op uit dan vroeger. ‘Boeren maken daar tegenwoordig vaak afspraken over onderling. Ze regelen dat familieleden of andere boeren uit hun buurt het bedrijf tijdelijk overnemen. Vroeger was dat ongebruikelijk, maar nu doen boeren dit steeds vaker.’ Hij ziet ook dat er een groep van jonge aspirant-boeren is die komt helpen op de boerderij als de boer zelf weg is. ‘Zij komen de zaken waarnemen tijdens de vakantie en zorgen voor de koeien.’

Ook Bertus Doppenberg, secretaris van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NVM), ziet dat boeren tegenwoordig vaker het land uit reizen dan voorheen. ‘De oudere generatie had er niet heel veel behoefte aan, maar bij de nieuwe generatie boeren ligt dit anders. Met wat boeren allemaal over zich heen krijgen is dat logisch. Bovendien zijn boeren ook maar mensen, die hebben af en toe behoefte aan vakantie.’

Voor Kloosterboer is het belangrijk om in ieder geval een keer per jaar een uitstapje te maken, weg van het erf. ‘Ik wil er elk jaar wel tien, elf dagen op uit kunnen met het gezin.’ Niet alleen voor zijn kinderen, maar ook voor hemzelf is het nodig af en toe pauze te hebben van de boerderij. Zaken als milieuregels en de dierenwet die in juni dit jaar werd aangenomen leggen meer druk op zijn bedrijf. ‘Dat zorgt voor veel onrust. Het is fijn om dan even uit de molen te zijn.’

Passie

Dankzij Niks kon hij met een gerust hart weg. Het werk op een boerderij gaat namelijk altijd door. ‘Je kunt een koe moeilijk twee weken uitzetten’, grapt Niks. De dieren die er al zijn moeten verzorgd worden, en er komen ook regelmatig nieuwe bij: idealiter krijgen ze elk jaar een kalf. Met Jannie, die in een ruim hok is afgezonderd van de rest van de kudde, is het deze zomer in ieder geval gelukt. Naast haar ligt een bruin kalfje, één dag oud, vredig in het stro.

Niks’ passie lag altijd al bij de landbouw. ‘Ik heb ooit de hogere landbouwschool gedaan, ik wou vroeger al boer worden.’ Zijn familie had zelf geen boerderij, dus hij moest iets anders gaan doen. ‘Na school heb ik zes jaar in de verkoop van landbouwmachines gezeten. Daarna ben ik via via bij de brandweer terechtgekomen, ik heb vijftien jaar als brandweerman gewerkt. Toen ging ik werken bij Pon in Leusden, die maken brandweerauto’s.’

Vorig jaar hakte Niks een knoop door en besloot hij zijn passie te volgen: hij zegde zijn baan bij Pon op en ging meer helpen op de boerderij. ‘Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan.’ Naast zijn werkzaamheden op de boerderij werkt hij nog bij een leverancier van landbouwmachines. Terwijl hij zijn carrièrepad uitlegt, begint een van de koeien luid en klaaglijk te loeien. ‘Dat is nummer 36’, zegt Kloosterboer. Niks knikt bevestigend. Er blijkt niets aan de hand: Kloosterboer kan aan het loeien horen of een koe pijn heeft of gewoon even haar stem laat horen.

Kloosterboer en Niks tussen de koeien. Beeld Marcel van den Bergh / Volkskrant
Kloosterboer en Niks tussen de koeien.Beeld Marcel van den Bergh / Volkskrant

Technische mogelijkheden

Kloosterboer en Niks denken dat jongere boeren vaker op vakantie gaan dan oudere door een combinatie van meer technische mogelijkheden en meer enthousiasme. ‘De boer maakt steeds meer deel uit van de samenleving, en de meeste mensen gaan een keer op vakantie’, zegt Kloosterboer. ‘Je had vroeger ook nog geen mobiele telefoons’, zegt Niks. Als er bijvoorbeeld brand uitbrak in een stal, kon een boer dat in het buitenland niet weten: geen rustgevend idee. ‘Die generatie was sowieso minder van het weggaan. Het is nu meer normaal geworden’, zegt Kloosterboer. ‘Ik weet ook niet of er toen al agrarische uitzendbureaus waren.’

Agrarische uitzendbureaus zijn er voor boeren die extra hulp nodig hebben tijdens bijvoorbeeld ziekte of een vakantie. Niet alle boeren willen hier gebruik van maken. ‘Je hebt ook een vertrouwensband nodig om iemand je boerderij te laten overnemen’, legt Kloosterboer uit. ‘Voor je eigen gevoel is er maar één iemand die het werk goed kan doen: jijzelf.’ Daarnaast is een uitzendkracht een dure investering. ‘Als die hier de hele dag op de boerderij moet zijn, kost dat al snel 250 euro. Reken maar uit wat dat voor een week of twee kost.’

Op Niks, die inmiddels aardig bekend is op de boerderij, durft Kloosterboer te vertrouwen. Als hij door de stal loopt, lopen de koeien hem niet meer uit nieuwsgierigheid achterna. Desondanks is Kloosterboer na anderhalve week wel klaar met zijn vakantie en wil hij zijn werk op de boerderij weer oppakken. ‘Het is toch je kindje.’

Meer over