Ondergrondse muziekschatten van de 20e eeuw

Ze stellen woon- of werkruimte, hun eigen huis, copieuze maaltijden en natuurlijk ook geld, veel geld, ter beschikking. De mecenas bestaat nog steeds....

ZOU Paul Sacher er als jongetje van hebben gedroomd mecenas te worden? Zoiets als de barmhartige Samaritaan, die in bijbelvaste gezinnen model stond voor het goede in de mens? Maar voor barmhartigheid heb je niet per se veel geld nodig. Voor het mecenaat wel. Dat had Sacher niet. Zijn vader was een eenvoudige werknemer bij een Basels expeditiebedrijf, zijn moeder kwam uit een boerengezin bij Bern.

Bij zijn dood, op 26 mei 1999, liet hij een slordige 26 miljard gulden na. En een levenswerk dat de droom van menig componist, verzamelaar en twintigste-eeuwse muziekminnaar te boven gaat.

De meeste toeristen en ook de inwoners van Basel zullen er zonder het te weten aan voorbijlopen. Ze zullen de Münster in haar kathedrale pracht en praal bewonderen en wegdromen op het lommerrijke terras met uitzicht op de Rijn. Maar verborgen in een rustige hoek van diezelfde Münsterplatz ligt het classicistische huis 'Auf Burg'. In dit onopvallende pand, thans in gebruik als bibliotheek en werkruimte van de Paul Sacher Stiftung, liggen de schatten van de twintigste-eeuwse muziek.

Je zult ook de vloer niet horen schudden als je langs de voordeur loopt, maar daaronder, in een speciaal geprepareerde safe van vijf ondergrondse verdiepingen ligt bijvoorbeeld het orginele manuscript van Stravinky's Sacre du printemps. 'Vijfhonderd vierkante meter opslagruimte', vertelt Ulrich Mosch, wetenschappelijk medewerker van de Paul Sacher Stiftung. Deze stichting stelt jaarlijks stipendia ter beschikking voor muziekwetenschappelijk onderzoek, beheert de bibliotheek, conserveert en restaureert manuscripten, organiseert tentoonstellingen en verzorgt publicaties.

In zuurvrije mappen, in ruimtes die exact op 16 graden celcius worden gehouden met een luchtvochtigheid van 50 procent en die alleen toegankelijk zijn na identificatie met code en vingerafdruk, ligt een verzameling (in orginelen) die de kern omvat van de Europese muziek van deze eeuw. Tot de collectie van de stichting behoren de nalatenschappen van componisten als Anton Webern, Igor Stravinsky, Arthur Honegger en Morton Feldman.

Maar ook nog levende componisten, onder wie Pierre Boulez, Mauricio Kagel en Wolfgang Rihm, hebben hun werken bij de stichting ondergebracht. En uiteraard is er ook de nalatenschap van Paul Sacher zelf, waarvoor hij in 1973 de stichting aanvankelijk in het leven had geroepen.

'De aanleiding tot de oprichting van deze stichting was mijn wens om mijn erfenis bij elkaar te houden en de documenten van mijn dirigentenleven niet door de wereld te laten fladderen', zei hij in 1984 bij de opening van de tentoonstelling met zijn grootste trots: het bijna complete Stravinsky-archief met schetsen, notitieboeken, correspondentie en handgeschreven partituren.

Misschien was het allemaal anders gelopen als Pauls moeder niet zulke strenge voorwaarden had gesteld toen Andreas Sacher haar aan het begin van deze eeuw ten huwelijk vroeg: zíj zou het geld beheren en over de opvoeding van de kinderen had hij ook niets te vertellen. Dankzij haar kreeg Paul Sacher vioolles, ging hij naar het gymnasium waar hij twee schoolorkesten dirigeerde, studeerde hij eerst muziekwetenschap, en daarna viool, directie en zang aan het conservatorium in Basel.

Later, bij Paul Sachers eigen huwelijk in 1934, was het precies andersom. 'Ik kan dat niet, dat moet jij maar doen', zei zijn vrouw over de financiën. Het ging om miljoenen. Maja Hoffmann-Stehlin was de weduwe van Emanuel Hoffmann en ze erfde diens vermogen uit de kapitaalkrachtige Zwitserse medicijnenfirma Hoffmann-La Roche.

Zonder het kapitaal van Hoffmann-La Roche had Sacher natuurlijk nooit zoveel compositie-opdrachten kunnen geven. Maar zonder Sacher, zo is dit voorjaar in diverse necrologieën geschreven, had de twintigste-eeuwse muziek er beslist anders uitgezien. Als dirigent was hij in wezen niet meer dan een uitvoerder van het werk dat componisten creërden. Als oprichter van de Schola Cantorum Basiliensis leverde hij een waardevolle bijdrage aan de oude muziek. Maar als mecenas schiep hij een klimaat waarin componisten konden werken. Hij construeerde een muzikale wereld, schreef de Neue Musik Zeitung.

Een catalogus met werken die in opdracht van Paul Sacher tussen 1926 tot 1990 zijn ontstaan, telt meer dan tweehonderd titels. Veel stukken zijn gecomponeerd voor het Basler Kammerorchester, in 1926 op initiatief van Sacher opgericht en lange tijd door hem gedirigeerd, en het eveneens door hem opgerichte en geleide Collegium Musicum Zürich.

'Für das Basler Kammerorchester geschrieben', staat er bij het Divertimento für Streichorchester van Béla Bartók; 'Pour Maja et Paul Sacher, affectueusement', schrijft Luciano Berio bij zijn Corale uit 1981; Hindemiths Harmonie der Welt: 'Geschrieben für Paul Sacher und das Basler Kammerorchester'; idem Stravinsky's Concerto en ré (bijnaam 'Basle Concerto'), Metamorphosen van Richard Strauss: 'Paul Sacher und dem Collegium Musicum Zürich gewidmet'. Enzovoort.

Hij kocht het huis 'Auf Burg' om historicus Werner Kägi in de gelegenheid te stellen zijn werk daar af te maken. Componist Bohuslav Martinu bracht zijn laatste levensjaren door bij Sacher thuis. In 1965 en '69 organiseerde en betaalde Sacher de drieweekse dirigentencursus hedendaagse muziek onder leiding van Pierre Boulez met een compleet symfonieorkest uit Basel.

Paul Sacher deed het allemaal vanuit de heilige overtuiging dat hij het de wereld verplicht was. 'Hij zag zijn vermogen als een geschenk waarmee hij iets zinvols moest doen', zegt Ulrich Mosch, die zoals iedere medewerker van de stichting door Sacher persoonlijk werd 'gescout'. In die zin is Sacher niet te vergelijken met huidige sponsoren. Mosch: 'Hij heeft heel veel afzonderlijke projecten ondersteund, hij was een grote mecenas voor het Ircam in Parijs. Zijn devies was altijd: géén naamsvermelding.'

Op 2 juni 1999 was de officiële rouwdienst voor Paul Sacher in de Münsterkathedraal. Pierre Boulez dirigeerde niet alleen, maar hield ook een toespraak. 'Dat beeld vergeet je nooit', vertelt Mosch. Boulez, altijd zo beheerst en accuraat, schoot vol en vocht tegen zijn tranen. Hij had zijn 'ruggensteun' verloren. Sacher werd uitgeluid onder de klanken van Bartóks Muziek voor snaren, slagwerk en celesta uit 1936: Dem Basler Kammerorchester und seinem Leiter, Herrn Paul Sacher, zugeeignet.

Meer over