‘Onderbetalen wordt aangemoedigd’

Ierland heeft altijd onbeperkt buitenlandse werknemers toegelaten. ‘Polen zijn meer uit te knijpen.’..

O’Connell Street, de brede, druk door toeristen bewandelde avenue die het noordelijke deel van Dublins centrum doorsnijdt, herbergt het ene na het andere monumentale pand.

Pronkstuk is het General Post Office, een symbool van Iers nationalisme, want tijdens de Paasopstand van 1916 was daar het hoofdkwartier van de ‘rebellenleiders’.

In de zijstraatjes van O’Connell is het gedaan met de pracht en praal. Schuin tegenover het postkantoor ligt Cathedral Street – vervallen huizen, een smoezelig parkje aan het eind.

Daar is ook het onooglijke kantoortje van Emigrant Advice, een door de katholieke kerk opgerichte en deels door de kerk gefinancierde hulporganisatie.

Blazej Nowak (30) werkt er sinds januari van dit jaar. Hij studeerde arbeidsrecht in Polen en kwam in augustus 2006 voor een specialisatie in Iers arbeidsrecht naar Dublin. Na zijn afstuderen bleef hij. Zijn werk: zijn landgenoten bijstaan met juridisch advies. Dat komt grofweg neer op het terughalen van achterstallig loon en dat meestal in de bouw. ‘Van de veertig zaken die wij nu bij de rechtbank hebben lopen, spelen er twintig in de bouw.’

Zijn werk is een druppel op een gloeiende plaat, zegt Nowak. ‘Onderaannemers en uitzendbureaus beheersen de bouwsector. Van die bedrijven misdragen zich er twee van de vijf. Uit onderzoek blijkt dat er op 30 procent van de bouwplaatsen iets mis is. Men houdt zich niet aan het minimumloon, betaalt geen vakantiegeld, geen reiskostenvergoeding of geen overwerk.’

Nowaks actieradius is echter beperkt. ‘Ik kan geen grote groepen helpen, mijn landgenoten komen hier via vrienden of bekenden. Af en toe schrijven we een artikel in een van de Poolse kranten die in Ierland verschijnen, en dan zien we even wat meer aanmeldingen.’

Bij Siptu, de grootste Ierse vakbond, begon bestuurder Brendan O’Brien anderhalf jaar geleden met het registreren van de klachten. Het aantal staat nu op meer dan drieduizend. ‘Gemiddeld komt er elk uur een binnen.’

Siptu kan wel grote groepen werknemers tegelijk helpen. De Ieren hebben een sterke vakbondstraditie, nauw verbonden met het Ierse nationalisme.

Het hoofdkantoor van de bond, Liberty Hall, ligt op enkele honderden meters afstand van O’Connell Street, op de locatie waar in 1916 de rebellen zich verzamelden voor hun mars naar het genoemde postkantoor.

Het huidige Liberty Hall werd in de jaren zestig van de vorige eeuw op deze ‘heilige grond’ gebouwd met vijftien verdiepingen; verwijzend naar de vijftien rebellenleiders die na de Paasopstand door de Britten werden geëxecuteerd.

Siptu probeert zo veel mogelijk zaken collectief te regelen. Het probleem is gigantisch groot, zegt O’Brien. ‘Er werken nu bijna 300 duizend mensen in de bouw, van wie de meerderheid niet uit Ierland komt. In de praktijk blijkt dat tot misbruik te leiden: van eerlijke onderhandelingen tussen werkgever en werknemer is op individueel niveau geen sprake.’

Inmiddels zijn de rechtbanken overbelast met arbeidsrechtelijke zaken, en staat de kwestie van onderbetaling de laatste twee jaar centraal in de cao-onderhandelingen en in besprekingen met de overheid. De werkgevers zeggen dat het met het misbruik wel meevalt, en daarnaast willen de grote bedrijven, de hoofdaannemers, niet verantwoordelijk gesteld worden voor het sociale beleid van hun onderaannemers. De vakbond koerst daar wel op.

Twee jaar geleden was er de rel rond Gama, een Turks bouwbedrijf dat door de regering was uitgenodigd in te schrijven op grote aanbestedingen. Het won veel opdrachten, maar later bleek dat de Turkse arbeiders die werden ingevlogen vrijwel allemaal werden onderbetaald en weken van tachtig tot negentig uur maakten. Na stakingen, felle demonstraties en hongerstakingen gaf Gama toe. Het regeringsonderzoek naar de toedracht van het schandaal is nooit gepubliceerd.

O’Brien: ‘Sindsdien hameren wij op de handhaving van het sociale beleid. Een eerste succes is dat er eind dit jaar meer overheidsinspecteurs aan de slag gaan. Tot nu toe werd de hele bouwsector gecontroleerd door vijftien inspecteurs. Dat worden er negentig.’

Een doorn in het oog is ook dat bedrijven niet worden gestraft als ze onderbetalen. ‘Is de klacht terecht, dan moeten ze het achterstallige loon betalen, maar er volgt geen boete. Men wordt aangemoedigd de wet te overtreden.’

Intussen zijn de acties van Siptu vooral gericht op voorlichting. De bond bezoekt aan de lopende band bouwplaatsen en verspreidt kaartjes met looninformatie in zes talen.

Al met al is het ‘een zwak systeem’, vindt O’Brien, waarvan vaker non-nationals het slachtoffer zijn dan Ieren. Hij geeft vooral de vrije markt de schuld, de door de regering aangemoedigde concurrentie tussen onderaannemers. Nowak zegt: ‘Polen zijn meer uit te knijpen. Ze spreken de taal slecht, en ze zijn afhankelijker van het werk dan de Ieren, zeker als ze hun gezin in Polen hebben gelaten.’

Meer over