Olieprijs tart de wet van vraag en aanbod

Waarom keldert de prijs van olie zo ongekend snel? Wordt er te veel geproduceerd, neemt de vraag drastisch af? De gevolgen voor olielanden zijn enorm, maar hun invloed is klein vergeleken bij die van handelaren.

Peter de Waard
null Beeld
Beeld

'Iedereen die het niet met mij eens is, heeft het mis.' Zo luidt het credo van de Amerikaanse oliespeculant Andy Hall, bijgenaamd de God van de Oliehandel. In 2008 verdiende hij als strateeg van Citibank een bonus van 98 miljoen dollar omdat hij toentertijd een ineenstorting van de olieprijs door de crisis voorzag. Hij is nu een van de grootste kunstkopers in de wereld en eigenaar van het kasteel Schloss Derneberg in Duitsland.

Hall is een van de bekendste speculanten op de oliemarkt. Dertig jaar lang had hij het nooit mis. Tot afgelopen najaar. Hall was overtuigd dat de zogenoemde schalierevolutie niet meer dan een zeepbel was gezien de hoge productiekosten. Als die zou worden doorgeprikt, zou de prijs weer snel stijgen tot 150 dollar. Maar de prijs is gedaald tot 50 dollar. En aan de daling lijkt geen einde te komen. Gisteren ging de olieprijs verder onderuit: tot 47,74 dollar voor een vat Amerikaanse olie en 51,01 dollar voor Noordzee-olie. 'Als je in iets gelooft, kunnen feiten ongemakkelijke hindernissen zijn', relativeerde Hall zijn verkeerde inschatting onlangs in een nieuwsbrief.

Andy Hall Beeld Bloomberg
Andy HallBeeld Bloomberg

Wet van vraag en aanbod

Een vat olie van 150 dollar lijkt een illusie. Maar deskundigen vinden dat een prijs van 100 dollar per vat reëel is. Alleen weet niemand wanneer de olie weer zo veel zal kosten. Vier jaar lang schommelde de olieprijs rond dat niveau. Dat prijzen stijgen en dalen is normaal. Maar dat een prijs van een onmisbaar product binnen een half jaar kan dalen met meer dan 60 procent tart de wet van vraag en aanbod.

Er zijn het laatste half jaar geen nieuwe olievelden ontdekt, waar ruwe olie na een kleine boorexercitie uit de grond spuit. Wat wordt gevonden, ligt op desolate plekken onder de ijskap van de Noordpool of zo opgesloten tussen de gesteenten dat het met grof geweld - fracking - moeten worden ontsloten. Ook de vraag is niet ingestort. Weliswaar is de Chinese groei getemperd tot 7 procent, maar de groei in India en de VS is in 2014 hoger uitgevallen dan verwacht.

Prijsdaling

Natuurlijk zijn er redenen voor de prijsdaling. Zo denken velen in tegenstelling tot Andy Hall wel dat schalie op termijn tot overaanbod van olie kan leiden. Daarnaast weigert Saoedi-Arabië de productie te beperken, waardoor de OPEC - het oude oligopolie - in feite heeft opgehouden te bestaan als prijsregulerende organisatie. En dan gooit IS als prijsverstoorder nog 'zwarte olie' op de markt. Voor olie bestaat nu een wilde vrije markt. De Saoedische koning Abdullah liet dinsdag weten dat het koninkrijk daar niets aan doet, hoewel het land nu zelf een enorm gat in de begroting heeft.

Dat prijsschommelingen op de oliemarkt zo excessief zijn, heeft te maken met het handelssysteem. De oliehandel is geconcentreerd op twee markten: de New York Mercantile Exchange ( NYMEX) in de VS en ICE Futures, de voormalige International Petroleum Exchange, in Londen. Hier worden standaardcontracten verhandeld in twee oliesoorten: de Amerikaanse West Texas Intermediate (WTI) en de Europese Noordzee-olie Brent. Tot de partijen die daar actief zijn behoren oliemultinationals als Shell en vliegtuigmaatschappijen als KLM die zekerheid willen over de prijs die ze moeten betalen. Maar daarnaast zijn er oliehandelaren als het Nederlandse Vitol en talrijke oliespeculanten actief. Ze kopen en verkopen op termijn honderden keren meer olie dan er daadwerkelijk wordt geproduceerd en fysiek wordt geleverd. Als ze denken dat de prijs zal gaan stijgen, kopen ze olie op termijn tegen de huidige lagere prijs (een long-positie). Als ze denken dat de olieprijs gaat dalen, dan verkopen ze olie op termijn tegen de huidige marktprijs (een short-positie).

(tekst loopt door onder de grafiek)

Een kartonnen Shell-reclamebord voor motorolie bij een garage in de Peruaanse hoofdstad Lima Beeld AP
Een kartonnen Shell-reclamebord voor motorolie bij een garage in de Peruaanse hoofdstad LimaBeeld AP
null Beeld
Beeld

Speculanten

Als speculanten gokken op een stijging, kunnen olieproducenten besluiten nu minder olie te leveren omdat ze daar later meer geld aan kunnen verdienen. Hierdoor wordt een prijsstijging versterkt. Als speculanten denken dat de prijs omlaag gaat, zoals nu, kunnen olieproducten besluiten meteen de olievoorraden op de markt te gooien omdat ze hiervoor later minder geld zullen krijgen.

Simon Kalf van denktank Peakoil: 'In 2008 was de prijs opgeklommen tot 148 dollar per vat. Dat was extreem hoog. Dat kwam omdat zakenbanken en oliehandelaren enorme speculatieve longposities hadden opgebouwd met het idee dat de prijs verder zou stijgen. Toen ineens de gedachte postvatte dat het wel weer eens omlaag zou gaan, leidde dat tot een vrije val van 30 dollar omdat iedereen de longposities moest afwikkelen door olie op de markt te gooien.'

Daarna ging de prijs weer omhoog. Ook nu wacht iedereen op het keerpunt. Maar tot die tijd kan de prijs ook nog dalen. Het gezaghebbende Internationaal Energie Agentschap voorspelde in december voor 2015 een olieprijs van 65 tot 67 dollar, in oktober nog van 95 tot 101 dollar. De volgende voorspelling komt op 12 januari. Maar wat IEA ook voorspelt, de olieprijs is uiteindelijk een speelbal van speculanten als Andy Hall.

Rente, euro en beurzen lager

De olieprijsdaling geldt als een opsteker voor de economie. Maar er zijn ook keerzijden. Een daarvan is dat hierdoor het gevaar van deflatie toeneemt, iets wat vooral de Europese Centrale Bank (ECB) vreest. Deflatie zal ertoe kunnen leiden dat consumenten nog vaker hun hand op de knip houden omdat producten in de toekomst goedkoper worden en aankopen worden uitgesteld.

Inflatie kent de huidige generatie. Maar deflatie - een periode waarin geld meer waard wordt - hebben zelfs ouderen niet echt meegemaakt. Verwacht wordt dat het deze maand in de eurozone voor het eerst zover zal komen als gevolg van de dalende olieprijs. De president van de ECB Mario Draghi heeft gezegd de bankbiljettenpers in zijn hoogste versnelling te zullen zetten om het gevaar af te wenden. De ECB zou staatsobligaties moeten opkopen van eurozonelanden, zodat er meer liquiditeiten in de markt komen. Geld wordt nog goedkoper en dat moet inflatie doen terugkeren. Maar deskundigen hebben twijfels. Geld kost al vrijwel niets. Het rendement op tienjarige Nederlandse obligaties zakte dinsdag naar 0,57 procent. Een jaar geleden stond de rente nog op 2,2 procent. De rente op leningen voor vijf jaar bedraagt nog maar 0,06 procent en kan net als in Duitsland negatief worden. Dit betekent dat minister Dijsselbloem geld toekrijgt als hij voor vijf jaar leent. Voor spaarders lijkt de dalende rente ook slecht nieuws, omdat de spaarrente onder de 1 procent dreigt te komen. Maar als sprake is van deflatie wordt hun geld toch meer waard. In deze bizarre tijden daalden dinsdag ook opnieuw de beurskoersen en de koers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar. De AEX-index sloot 0,6 procent lager en Dow verloor al snel opnieuw 150 punten. Als de olieprijs een opsteker is voor de economie, dan blijkt dat tot nu uitsluitend aan de benzinepomp.

De Big Five domineren de markt

Vroeger werd de oliemarkt beheerst door wat toen de Seven Sisters werden genoemd: zeven oliemultinationals waarvan drie voortgekomen uit John D. Rockefellers machtige conglomeraat Standard Oil. Met de opkomst van de OPEC en nieuwe olieproducenten als Rusland en Noorwegen werd hun macht al in de jaren zeventig beperkt. Van de Seven Sisters zijn er nu nog vier over: ExxonMobil, Koninklijke Shell Group, BP en Chevron. De prijsvorming op de markt is voor hen een gegeven.

De eigenlijke handel in olie wordt gedaan door vijf ondernemingen (de Big Five) die wereldwijd de fysieke oliehandel in handen hebben. Een van de grootste zit in Rotterdam: Vitol. Vorig jaar bedroeg de omzet van het bedrijf 300 miljard dollar, waarmee het een van de grootste Nederlandse multinationals is, hoewel niet erg bekend. Vitol heeft wereldwijd 40 kantoren en verscheepte 267 miljoen ton ruwe olie. Daarnaast is het een van de grootste opslagbedrijven van ruwe olie. Ook heeft Vitol raffinaderijen. De andere vier oliehandelaren zijn Mercuria, Gunvor, Glencore en Trafigura.

Het Zwitserse Mercuria is naast in olie ook actief in de handel in gas, kolen en verschillende agrarische producten. In Amsterdam heeft Mercuria een opslagplaats voor biobrandstoffen. Gunvor is statutair op Cyprus gevestigd. Ruim eenderde van de Russische olie-export verloopt via dit bedrijf. Grootaandeelhouder was tot begin dit jaar de Russische oligarch Gennady Timsjenko die echter zijn belang moest afstoten vanwege de sancties tegen Rusland. De machtigste aandeelhouder is nu de Zweed Torbjorn Torkmqvist.

Glencore is een Zwitsers handelshuis dat in vele grondstoffen handelt. In 2012 fuseerde het met het Britse mijnbouwbedrijf Xstrata. Trafigura is een afsplitsing van Glencore die in 2006 in opspraak kwam door de ramp met de Proba Koala.

Meer over