'Oliedom van De Geus dat hij het liet lopen'

Aan de vooravond van grote demonstraties tegen het kabinetsbeleid krijgen kabinet en vakbeweging de wind van voren van Robin Linschoten....

Door Gijs Herderschêe en Yvonne Zonderop

'De Geus is dan wel minister van Sociale Zaken, maar hij gaat helemaal niet over de sociale zekerheid. Op Financiën zit de boekhouder van dit kabinet die de teugels in handen heeft. Er is sprake van een onbalans in machtspositie tussen ministers. Daardoor kon dit onzinnige conflict ontstaan.'

Geen verbolgen vakbondsman of oppositieleider maakt deze analyse, maar VVD-coryfee Robin Linschoten (48). In 1982 kwam hij als jong talent de Tweede Kamer binnen en werd hij specialist sociale zekerheid.

Hij bracht het in 1994 tot staatssecretaris van Sociale Zaken onder minister Ad Melkert van de PvdA. Linschoten stapte in 1996 op wegens een affaire over het toezicht op de sociale zekerheid. Hij verdween in de coulissen en is tegenwoordig onder meer zelfstandig consultant in de sociale zekerheid.

Linschoten is niet weg uit Den Haag, integendeel. Als lid van Actal, het adviescollege toetsing administratieve lasten, beoordeelt hij elk wetsvoorstel op de administratieve lasten die dit teweeg brengt voor bedrijven en instellingen.

Pas na deze screening bereikt een wetsvoorstel de ministerraad. Daardoor ontgaat Linschoten weinig in politiek Den Haag. Ook is hij Kroonlid van de Sociaal-Economische Raad.

In het centrum van de macht, uitkijkend over Korte en Lange Voorhout, op Raad van State, Hoge Raad én het Binnenhof houdt Linschoten bij Actal kantoor. Hij heeft een scherp oordeel over de hoogoplopende ruzie tussen kabinet en vakbeweging. 'Een strategische blunder. Een volstrekt onbegrijpelijk conflict.'

Neem het WAO-plan van het kabinet. Linschoten noemt dit een 'onwerkbaar gedrocht'. 'De rekening voor arbeidsongeschiktheid komt niet op één plek terecht en daardoor zal iedereen die proberen door te schuiven. Ik weet zeker dat binnen nu en vijf jaar Loek Hermans van MKB Nederland en Jacques Schraven van ondernemersorganisatie VNO-NCW bij het kabinet op de stoep staan met de vraag of ze de WAO niet zelf mogen regelen met de vakbonden. Ze zijn veel beter af als de overheid zich niet gedetailleerd met de sociale zekerheid bemoeit.'

Het is voor Linschoten al bijna een vaststaand feit dat het zo zal gaan. 'Ik ben helemaal niet meer bezig met deze tussenfase, waarbij men praat over de manier waarop verzekeraars met het UWV mogen concurreren op de WAO. Het is een gepasseerd station.'

Maar dat zijn details. Waar het Linschoten om gaat is de visie, de grote lijn. 'Een aantal onontkoombare, wereldwijde trends zal de komende jaren de welvaart in Nederland beïnvloeden. De globalisering van de economie, de technologische ontwikkelingen en dichter bij huis de demografische ontwikkeling. De vergrijzing in Europa, in Nederland in het bijzonder.

'Op afzienbare termijn ontstaan drie, vier grote economische machtsblokken in de wereld. Een in de Amerika's, één rond China en één in Europa. Iedereen discussieert nu over de vraag of Turkije lid wordt van de Europese Unie. Maar die vraag is niet zo interessant. Wel of Rusland lid wordt, of Rusland een eigen, zelfvoorzienend blok wordt.'

Zo bezien is het volgens Linschoten onontkoombaar dat het roer om gaat. Er moet langer worden gewerkt, in welke vorm dan ook, of dat nu per dag, per week of per carrière gebeurt.

'Dat voelt iedereen aan zijn water. De potentiële Nederlandse beroepsbevolking werkt gemiddeld drie uur en drie kwartier per dag. Dat komt niet zozeer vanwege de vele deeltijdwerkers, maar vanwege het grote aantal mensen met een of andere uitkering. Dat potentieel moeten we aanspreken. Want als er meer mensen aan het werk komen en blijven, hoeven we de gemiddelde werkweek niet te verhogen naar 42 of 45 uur.'

Volgens Linschoten is zijn analyse allerminst uniek. Hij wordt breed gedeeld door kabinet, politieke partijen, werkgevers én vakbeweging, meent hij. 'We hebben er niet eens een debat over, want we weten grosso modo waar we uitkomen.' Maar het kabinet laat na om deze thema's overtuigend op de agenda te zetten. 'Het kabinet benadrukt kwesties van waarden en normen. Maar het moreel appèl is het verkeerde signaal. Mensen hebben geen keuze. De grote thema's komen op ons af, of we het nu leuk vinden of niet.'

Als voorbeeld noemt Linschoten het protest van de brandweermannen deze week op de Coolsingel. Ze vinden dat ze op hun 55ste met werken moeten kunnen stoppen.

'Maar dat is onbestaanbaar en dat zou het kabinet duidelijk moeten maken. Ik begrijp best dat iemand van 55 geen brandweerman meer kan zijn, maar dan kan hij toch nog wel iets anders doen? Daar kunnen de leiding van de brandweer en de brandweerman zelf toch ook tijdig bij stilstaan? In dit soort kwesties moet het kabinet leiderschap tonen.'

Helaas onbreekt dat, stelt hij vast. Dat is ook de reden van het huidige conflict tussen vakbeweging en kabinet. 'Er is vanuit het kabinet geen regie geweest. Over WAO en VUT en prepensioen waren kabinet, werkgevers en vakbeweging elkaar op driekwart millimeter genaderd in de Stichting van de Arbeid. Er was een megadeal onder handbereik. Ook over modernisering van de WW. De sfeer was er naar. Het waren stappen geweest in de goede richting. Niet in één keer bij het doel, maar wel een wezenlijk begin.

'Maar de sfeer is verpest, vanuit onmacht en onkunde. Het is oliedom van De Geus dat hij dat door zijn handen heeft laten lopen. Een deal waarbij de vakbeweging vier jaar lang gebonden was. En waarom? Omdat het kabinet onevenwichtig is. Financiën eiste aanscherping van de WAO-afspraak om kortetermijnbezuinigingen te halen.'

'De Geus had voor zijn zaak moeten staan. Hij had moeten zeggen: en nu houdt iedereen zijn mond, hier staan belangen op het spel die groter zijn dan de begroting voor 2005. Het is niet gebeurd. Balken ende heeft niet ingegrepen, die speelt geen rol in de discussie. Hier wreekt zich dat de premier nog niet veel anders heeft gezien dan de binnenkant van een studeerkamer.'

Nu is de geest uit de fles, constateert Linschoten. Alle partijen trekken zich terug op hun aloude posities. Achterbannen morren en eisen hun deel. Linschoten: 'De vakbeweging heeft één dag actiegevoerd in Rotterdam en de volgende dag ligt er voor een miljard euro aan wijzigingsvoorstellen op de begroting. Allemaal voorstellen van de coalitie zelf. Dat is ongehoord. En tja, dat smaakt naar meer, denkt de vakbeweging dan. Ik hoop oprecht dat een paar mensen hebben nagedacht over de vraag hoe het straks verder moet op 3 oktober, de dag na de grote demonstratie. Want dat is niet eenvoudig.'

Het verwijt dat de VVD-er aan het kabinet maakt, geldt naar zijn zeggen net zo goed de vakbeweging. 'De FNV heeft exact hetzelfde probleem als de politiek. Sterk leiderschap ontbreekt. Ik weet nog goed hoe in de jaren tachtig Wim Kok de FNV leidde en Jaap van de Scheur als AbvaKabo-voorzitter de ambtenarenstakingen organiseerde. De taakverdeling tussen die twee was zo professioneel. Ze voerden actie maar bleven ook in gesprek. Zo'n goede afstemming zie ik tussen Lodewijk de Waal en Henk van der Kolk nog niet ontstaan. Ze zijn geen totempaal. Eerder het type meewerkend voorman.'

Volgens Linschoten heeft ook Lodewijk de Waal een kans gemist op 18 mei, toen het Voorjaarsoverleg definitief stuk liep. 'Hij had over zijn eigen schaduw heen kunnen springen. Hij had kunnen zeggen: geef ons, werkgevers en vakbeweging, de WAO maar. Stel in het Burgerlijk Wetboek de normen vast en wij regelen het. Net zoals bij de Ziektewet. Het kabinet had dan met de mond vol tanden gestaan.

'De FNV loopt met z'n agenda de politiek achterna. Maar ze moeten een eigen agenda bedenken. Ze moeten weer iets voor hun eigen leden gaan betekenen. Dát is het leiderschap dat de vakbeweging nodig heeft. Dat je zelf weer aan de touwtjes trekt.'

Meer over