Nooit meer lelijk

Groen met een geel dopje. Ribbelletters vormen de naam Sicilia. Het staat er twee keer op, je kunt het flesje niet zo neerzetten dat je geen letters ziet....

En je hebt citroenen van plastic met een spuitgaatje voor sprietsjes scherp zuur sap in de soep of de thee of op de zalm. Deze spuitcitroenen bestaan al heel lang. Ik herinner me mijn moeder die er mee kwam binnenjuichen. We kregen een citroen als ie leeg was, trokken met onze tanden het stopje er uit, vulden het ding met water, stopje-met-gaatje er weer in en we hadden een superieur wapen. Het was de tweede naoorlogse waterpistoolperiode. De pistolen waren van slecht en stinkend rubber. Het citroentje kwam verder dan zo'n pistool en er kon meer in.

Het groene flesje limoen zie je niet zo vaak. Als een supermarkt het heeft, koop ik het. Altijd. Omdat het onweerstaanbaar mooi is. En het sap is minder venijnig. Het flesje zal met de kerst bij mij op tafel staan. Voor wie een druppeltje over zijn feest wil. Verbazend, dat maar zo heel weinig verpakkingen zo mooi zijn dat je ze op tafel zet en dat dan vanzelf de vrede losbarst in je huishouden. Meestal ziet het eruit als oorlog.

Wat ze bijvoorbeeld voor kinderen al niet bedenken. Snoep zit altijd in lelijk lawaai, de supermarkt schreeuwt, stroop mag niet meer in een mooie vetkartonnen beker zitten, maar moet er hinderlijk leuk uitzien. Drop kan niet meer in een rol, maar moet in een baal met de stomme grijns van een pandabeer voorop. Een doos pannekoekmeel dendert pannekoeken van zich af. Alles moet zo lelijk als Japanse autootjes, het liefst zou de snoep- en voedselindustrie er geluid in stoppen zodat een doos hagelslag net zo hard schreeuwt als het reclameblok op de televisie.

Een marketingbureau vroeg me een lezing te houden over verpakkingen, voor een klein gezelschap van fabrikanten. Want, zei het marketingbureau, verpakkingen worden veel te weinig gebruikt om te communiceren. Hoe bedoelt u? Nou er zijn veel vierkante centimeters nog altijd onbenut, daar kan nog altijd iets staan tetteren in felle kleuren. Nee, ze begrepen het wel, ik was bij nader inzien niet de ideale spreker op de studiemiddag. Ik zou om het ontkleuren hebben gesmeekt van alles wat in de winkels wordt neergelegd. De kleur rood bijvoorbeeld: een periode van vijf jaar afspreken waarin niemand de kleur rood gebruikt. Behalve als het van tomaten komt.

Heinz lijkt al op de weg terug. De mooie vorm van de glazen ketchupfles is terug in polypropyleen. De fles communiceert alleen maar wat er in zit. Een fles die gerust met kerst op tafel kan. Bescheiden, beschaafd. Ik heb nieuwe huisregels opgesteld. Bij mij komt lelijk de deur niet meer in. De tas moet open achter de keukendeur. Zit er lelijk in, dan breng je het maar terug. De kruideniers betalen zonder morren de aankoopprijs weer terug. Dus jammer voor Gouda's Glorie. Ik moet het niet meer, het doet pijn om naar te kijken. Dan maar duurder, dan maar Heinz. En ziet men ook dat prachtige augurkje op het etiket?

Meer over