ProfielGuido Imbens

Nobelprijs voor ‘stille en bescheiden man achterin de zaal’ die de slimste vragen stelt

Na bijna een halve eeuw gaat de Nobelprijs voor de economie eindelijk weer naar een geboren Nederlander. De bij het grote publiek onbekende Guido Imbens kreeg hem maandag voor zijn onderzoek naar causale verbanden. ‘Het is een rare prijs.’

Guido Imbens werd geboren in Geldrop, maar woont en doceert al 35 jaar in de VS, inmiddels aan Stanford University. Beeld Reuters
Guido Imbens werd geboren in Geldrop, maar woont en doceert al 35 jaar in de VS, inmiddels aan Stanford University.Beeld Reuters

‘Compleet verrast en opgewonden’, was hij toen het telefoontje van het Nobelcomité kwam. Guido Imbens woont al ruim 35 jaar in de Verenigde Staten. Dat hij slaperig klinkt als hij maandag rond het middaguur inbelt bij de persconferentie in Stockholm, hoeft dus niet te verbazen. Bij hem is het midden in de nacht. ‘We hadden een druk weekeinde’, verontschuldigt hij zich. ‘Het hele huis lag te slapen.’

Imbens krijgt de prijs ‘voor zijn methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden’. Het probleem van oorzaak en gevolg dus. Op de vraag wat hij gaat doen met het prijzengeld (een kwart van de totale som van een kleine miljoen euro) moet hij het antwoord schuldig blijven. ‘Ik heb zelfs geen idee om hoeveel het gaat.’ Waarna hij vertelt hoe leuk het is dat hij uitgerekend samen met twee goede vrienden – de aan Berkeley verbonden arbeidseconoom David Card en Joshua Angrist van het Massachusetts Institute of Technology – gelauwerd wordt. ‘Josh was zelfs getuige bij mijn huwelijk.’

Onderzoeksrevolutie

De drie hebben volgens de Nobelprijs-jury gezorgd voor een ‘revolutie in het empirisch onderzoek’. Dan gaat het om vraagstukken waarop ‘normale’ wetenschappelijke experimenten geen antwoord kunnen geven. Simpelweg omdat er geen vergelijkingsmateriaal voorhanden is. Je kunt nu eenmaal niet zomaar uittesten wat er gebeurd was met de Nederlandse economie als de overheid in de coronacrisis géén miljardensteun zou hebben gegeven.

Andere voorbeelden, waar Imbens aan heeft meegewerkt: de vraag wat de gevolgen van de dienstplicht zijn voor iemands latere carrièrekansen. Of gratis geld, zonder tegenprestatie: stoppen mensen dan met werken? Gelukkig vinden er overal om ons heen natuurlijke experimenten plaats. Zo keek Imbens voor een antwoord op die laatste kwestie naar hoe het loterijwinnaars in Massachusetts verging die van de ene op de andere dag gemiddeld een half miljoen dollar wonnen. De bofkonten gingen inderdaad iets minder uren maken. Maar, anders dan veel economen voorspellen, leidde dit ‘basisinkomen’ niet tot massaal lanterfanten.

Stil en bescheiden

Als kind in Nederland blonk Imbens al uit in wiskunde. Geboren in Geldrop, koos hij begin jaren tachtig voor een studie econometrie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn carrière voerde hem via de prestigieuze universiteiten van Harvard en Berkeley naar zijn huidige alma mater Stanford. Zijn vrouw, een zeer gerenommeerde econoom, werkt aan dezelfde universiteit. Het stel heeft drie kinderen.

Bij het grote publiek is de veel geciteerde Imbens relatief onbekend. Een voormalige collega beschreef hem ooit als ‘de stille en bescheiden man achter in de zaal’. Maar dan wel degene die de slimste vragen stelt. Econometrist Jaap Abbring van de Universiteit van Tilburg herkent dat beeld wel. ‘Imbens kan heel uitgesproken zijn op academisch gebied. Maar het is zeker niet iemand die zelf de pers opzoekt om zich over allerlei beleid uit te spreken.’

‘Wat ik knap vind, is dat Imbens continu bezig is zichzelf te vernieuwen’, zegt Bas van der Klaauw, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit. ‘Hij denkt bijvoorbeeld ook na over de bijdrage van big data aan de economie. Dat maakt hem een prettige man om mee te praten.’

Minimumloon

Misschien wel zijn invloedrijkste studie, samen met Angrist, ging over onder welke voorwaarden natuurlijke experimenten gebruikt kunnen worden om de effecten van beleid te meten. Dat is belangrijk, want data uit zulke proeven kunnen makkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Samen staan de drie laureaten voor wat ook wel de ‘geloofwaardigheidsrevolutie’ is genoemd.

‘Sinds de jaren zeventig is de economie, onder invloed van almaar groeiende computerkracht en beschikbare data, steeds empirischer geworden’, legt Van der Klaauw uit. ‘Door die houding zijn sommige heilige huisjes gesneuveld. Card heeft wel eens opgebiecht dat hij, door zijn conclusie dat het minimumloon ook een positief effect heeft op de werkgelegenheid, vrienden kwijtraakte. Het is niet langer: hoe zou dit volgens de economische theorie moeten werken? Maar eerder: wat vertellen de data ons? Imbens is wat dat betreft heel strikt in de leer. Hij vindt dat we resultaten niet zomaar mogen extrapoleren.’

‘Rare prijs’

Het levert hem de eerste economie-Nobelprijs met een Nederlands tintje in 46 jaar op. Jan Tinbergen, een van de grondleggers van de econometrie die aan de wieg van het Centraal Planbureau stond, ging hem in 1969 voor. In 1975 viel de keuze op de Amerikaanse Nederlander Tjalling Koopmans.

‘Een rare prijs’, noemde Imbens het zelf nog vijf jaar geleden in gesprek met deze krant. ‘Er zijn veel mensen die hem kunnen winnen en maar weinigen die hem krijgen. Het is niet iets waar ik mee bezig ben, want ik kan er niets aan doen.’

Meer over